Carnavalsherinneringen in een kiel: de bijzondere traditie van Mark
Veel mensen hebben wel een speciaal carnavalsvoorwerp of een dierbare herinnering. Voor Mark Peters uit Boxtel is dat de kiel van zijn overleden opa. Dat kledingstuk is zijn meest waardevolle bezit. Elk jaar met carnaval hangt hij het als eerbetoon in zijn woonkamer.
“Toen ik een jaar of vier was, nam mijn opa me voor het eerst mee op stap”, vertelt Mark met veel warmte. “Op carnavalszondag ging hij altijd naar Oeteldonk voor de intocht van de Prins. De hele familie ging mee. Voordat de Prins officieel op het station in Den Bosch aankwam, ging hij altijd eerst naar café ’t Kikkertje, helemaal vooraan op het perron. En daar waren wij dan ook. Carnavalszondag heb ik sindsdien altijd met mijn opa gevierd.”
Marks opa overleed op 88-jarige leeftijd. Tot op die leeftijd ging hij nog met carnaval op stap, al werd het de laatste jaren wat rustiger. “Vanaf zijn tachtigste werd het in de stad een beetje te druk voor hem”, legt Mark uit. “Toch bleef hij wel naar ’t Kikkertje gaan. Mijn vrienden gingen ook vaak mee. We stonden dan om tien uur ’s ochtends met z’n allen een biertje te drinken. Opa betaalde altijd; we kregen een handvol munten van hem.”
De liefde voor carnaval heeft Mark duidelijk van zijn opa. “Mijn ouders gaven wel om carnaval, maar gingen net zo lief op wintersport. Mijn opa ging altijd op sjouw, hij heeft mij echt de liefde voor Oeteldonk bijgebracht.”
Zijn opa had beloofd dat zijn kiel voor Mark zou zijn als hij zou overlijden. “Hij herkende die liefde voor Oeteldonk bij mij. Mijn broertje kreeg de carnavalspet, maar de kiel was echt voor mij.” Toen zijn opa overleed, lag de kiel op de kist. Het Oeteldonkse jubileumlied Ooit klonk tijdens de uitvaart. “Na de dienst kreeg ik de kiel in mijn handen. Dat was heel bijzonder. Ik word nog emotioneel als ik daarover praat. Ik denk dat mijn opa echt mijn beste vriend was.”
Mark heeft er een traditie van gemaakt. Met carnaval hangt hij de kiel, met de originele sjaal die zijn oma ooit maakte, in de woonkamer. “Daar zet ik dan een foto van mijn opa bij. Ik doe dat pas op carnavalszondag, vlak voordat ik naar Oeteldonk ga. En op dinsdagavond, als Knillis is begraven, haal ik ‘m weer weg. Dat doe ik al sinds zijn overlijden zo.”
De kiel is voor Mark van onschatbare waarde. “Ik heb hem een keer aan gehad voor een foto. Maar ik durf hem met carnaval niet te dragen. Het is een hele oude kiel van dun materiaal. Als er dan iets mee zou gebeuren, vergeef ik dat mezelf nooit.”
Tegenwoordig heeft Mark zijn eigen carnavalstradities. Maar als hij in Oeteldonk aan het feesten is, staat hij altijd even stil bij zijn opa. “Met mijn beste vriend proosten we dan even naar boven en maken we een foto.”
Meer regels, weinig steun: grote zorgen bij carnavalsverenigingen
De komende dagen barst in verschillende delen van het land het carnavalsfeest los. Honderdduizenden Nederlanders trekken dan, vaak in prachtige kostuums, de straat op. Ze genieten van kleurrijke optochten met indrukwekkende praalwagens of zijn getuige van de symbolische sleuteloverdracht van de stad aan Prins Carnaval. Ook het feesten op pleinen en in kroegen hoort erbij. Achter veel van deze festiviteiten zitten carnavalsverenigingen. Ongeveer één op de tien feestvierders is hier lid van.
Deze verenigingen doen veel meer dan alleen organiseren. Ze bouwen de praalwagens voor de optochten en zorgen vaak zelf voor de muziek, bijvoorbeeld met een eigen carnavalsband. Zo houden ze de tradities levend en brengen ze de gemeenschap samen. En dat allemaal op vrijwillige basis. Maar daar wringt ‘m juist de schoen: nieuwe vrijwilligers vinden is voor veel clubs een groot probleem. Ongeveer een derde van de leden zegt dat hun vereniging hier mee worstelt.
Oudere leden geven soms de jeugd de schuld: “De oudere garde houdt ermee op en de jongeren hebben er niet altijd zin in.” Anderen benadrukken dat het meer is dan alleen vijf dagen feest. “Je moet het echt willen, het kost ontzettend veel tijd. Vanaf september ben je gemiddeld twee tot drie avonden per week aan het bouwen.”
Naast het tekort aan handjes, staan de verenigingen ook financieel onder druk. Eenderde heeft te weinig sponsoring en veel clubs hebben simpelweg te weinig geld om alles draaiende te houden. Leden leggen een direct verband met de ‘regeldruk’ van de gemeente. Die eist bijvoorbeeld dat praalwagens verzekerd zijn, wat “heel veel geld kost dat een vereniging vaak niet heeft.” Sommigen vrezen dat hierdoor het aantal optochten zal afnemen, omdat het financiële risico voor de organisatie te groot wordt.
Diezelfde lokale overheid waar zoveel regels vandaan komen, biedt volgens de helft van de verenigingen te weinig steun. Een lid vertelt over de bureaucratie: “Als je iets wilt organiseren, heb je met 7 tot 10 ambtenaren te maken. Ieder heeft zijn eigen domein en wil zijn zegje doen. Daar sta je dan als vrijwilliger.” Ook het krijgen van vergunningen voor de optocht wordt steeds lastiger.
Ironisch genoeg is er één ding waar géén tekort aan is: enthousiaste toeschouwers langs de route. De optocht blijft voor bezoekers een hoogtepunt, ook al bezorgt die de organisatoren de meeste kopzorgen. Om de traditie door te geven, leren verenigingen zoals in Prinsenbeek basisschoolkinderen van alles over carnaval via speciale projecten.
Dit onderzoek is uitgevoerd van 10 tot en met 13 februari 2026 onder ruim 20.000 leden van het RTL Nieuwspanel.
Eurobonds: een verdeeld Europa
Het nieuwe kabinet heeft duidelijk “nee” gezegd tegen eurobonds. Maar bij economische deskundigen ligt dat anders. Zij vinden dat we de opties wél moeten onderzoeken. Waarom is dit onderwerp zo gevoelig en wat zijn eigenlijk eurobonds?
Wat zijn eurobonds eigenlijk?
“Het is een beetje een woordenspel over een concept waarvan de varianten nog uitgewerkt moeten worden”, zegt econoom Marieke Blom. Het idee is dat landen samen onder de Europese vlag kunnen lenen. Landen die het financieel wat moeilijker hebben, kunnen daardoor tegen een lagere rente geld ophalen, omdat de financieel sterkere landen mee garant staan.
Maar dat is precies waar de schoen wringt, legt hoogleraar economie Jakob de Haan uit. Landen die hun begroting nu al niet op orde hebben, krijgen zo een prikkel om nóg meer te lenen. Het is dus logisch dat dit idee controversieel is in een land als Nederland, dat financieel strikt is. “Ik kan mij goed vinden in het standpunt van de coalitie”, zegt De Haan.
Bestaan ze eigenlijk al?
Ja en nee, het is een kwestie van definitie. Europese leningen zijn namelijk al heel gewoon! De Europese Unie heeft de afgelopen jaren flink meer geleend. In 2024 stond er voor ongeveer 875 miljard euro aan EU-schuld uit, tegenover 538 miljard euro in 2021. Tel daar de leningen van andere EU-instituten bij op, en je komt op bijna 1.500 miljard euro.
Dit geld wordt bijvoorbeeld gebruikt om uit te lenen aan Oekraïne of aan EU-landen, zoals tijdens de coronacrisis. Daar is de nieuwe coalitie wél voorstander van. De échte discussie gaat over een specifieke variant: waarbij alle Europese landen garant staan voor de individuele leningen van andere landen, bijvoorbeeld voor een nieuwe brug in Italië.
De voor- en nadelen op een rij
De kritische blik (Jakob de Haan):
De Haan maakt zich zorgen over “moral hazard”: landen gaan roekelozer om met geld omdat anderen de schade mee betalen. Hij ziet dat veel landen de Europese begrotingsregels nu al aan hun laars lappen, en er is geen sterke Europese instantie die dat handhaaft. “Als die er wel zou zijn, dan verandert mijn standpunt”, zegt hij. Want hij ziet ook het voordeel: samen lenen is goedkoper.
De enthousiaste stem (Marieke Blom):
Blom ziet vooral kansen. Eurobonds kunnen de stabiliteit in de EU bevorderen, waar Nederland weer van profiteert. Ook maakt het Europa aantrekkelijker voor internationale beleggers, die nu vaak naar de VS kijken. “Europa moet een veilige haven worden voor beleggers.” Hoewel de voordelen voor andere landen groter zijn, kan zelfs Nederland er goedkoper uit komen – afhankelijk van de precieze vorm. Ze hoopt dat het kabinet actief meedenkt over de inrichting: “Het is niet zwart-wit.”
Conclusie: een debat dat blijft
Ook andere deskundigen mengen zich in het gesprek. In een rapport van een week geleden pleit Roel Beetsma van de UvA voor een herinrichting van het Europese financiële landschap, waar eurobonds een rol in kunnen spelen. De Haan blijft voorzichtig: betere Europese samenwerking is goed, maar eurobonds zijn hiervoor niet per se het middel. Voormalig DNB-president Klaas Knot vindt dat we minder overspannen moeten doen over het hele onderwerp. Kortom, de discussie is nog lang niet afgelopen.
Nieuwe bewoners voor het ruimtestation ISS
Het Internationaal Ruimtestation (ISS) heeft sinds afgelopen avond weer een vollere bezetting. Een verse ploeg van vier astronauten is veilig aangekomen. Het gezelschap bestaat uit de Amerikanen Jessica Meir en Jack Hathaway, de Rus Andrej Fedjajev en de Française Sophie Adenot. Zij vertrokken vrijdag vanaf Cape Canaveral in Florida met een SpaceX-ruimtecapsule. Voor Hathaway en Adenot is het hun eerste logeerpartij in het ISS, terwijl Meir en Fedjajev er voor de tweede keer rondzweven. Het team blijft ongeveer acht maanden hangen voor allerlei klussen, waaronder onderzoek naar bacteriën en microben.
Het viertal neemt de plek in van de vorige bemanning, die vorige maand eerder dan gepland naar huis moest. De reden was een “ernstige medische aandoening” bij één van de astronauten. Wat er precies speelde en hoe het nu met die ruimtevaarder gaat, wordt niet vrijgegeven. Het was de eerste keer in de 25 jaar dat het ISS rond de aarde cirkelt dat zo’n spoedterugkeer nodig was. Door dit voorval zaten er wekenlang maar drie astronauten van een Russische missie in het station.
Waarom je biertje soms waterig smaakt tijdens carnaval
Tijdens carnaval wil bier nog wel eens waterig smaken. Is het stiekem aangelengd? Onze carnavalsreporter Tappie Thijs zocht het uit. Goed nieuws: het komt niet doordat er minder alcohol in zit of omdat de horeca er stiekem water bij doet. De echte boosdoener? De temperatuur! Met carnaval staan de fusten vaak buiten en moet er extra gekoeld worden. Als dat niet goed lukt, kan het laatste bier volgens Tappie zelfs naar “rooibosthee” gaan smaken. Die extra koeling heeft een bijwerking: de eerste biertjes zijn vaak ijskoud, en koud bier smaakt nu eenmaal wateriger. Word je dan ook minder snel aangeschoten van koud bier? “Dat zou heel goed kunnen”, zegt Tappie. “Je staat veel buiten en bent constant in beweging, en dat zorgt ervoor dat de alcohol minder snel aanslaat.” In de video hieronder hoor je het zelf van hem.
Feministen strijden voor meer vrouwelijke prinsen tijdens carnaval
Het Limburgs Museum en het feministische platform Aangenaam vinden dat carnavalsverenigingen vaak nog een echte mannenwereld zijn. Prins Carnaval is bijna altijd een man, en daar moet volgens hen verandering in komen. Om dat duidelijk te maken, hebben ze een vacature geplaatst voor de functie ‘Prins Vastelaovend (m/v/x)’.
Er zijn wel al plekken waar een vrouw de rol van Prinses Carnaval op zich heeft genomen, maar dat gebeurt volgens de actievoerders nog veel te weinig. En als het gebeurt, levert het niet altijd positieve reacties op. Zo kreeg Femke Bindels, vorig jaar de eerste vrouwelijke Prinses Carnaval in Heerlen, ook vervelende opmerkingen over haar keuze. “Die negatieve reacties hebben mij erg geraakt”, zegt ze.
De verkiezing van Prins Carnaval is een heel oude traditie. De gekozen persoon, vaak een bekend gezicht uit de plaats, speelt een belangrijke symbolische rol tijdens het feest. Vroeger was deze rol alleen voor mannen weggelegd. Dit jaar hebben bijvoorbeeld Oss, Wijchen en Margraten voor het eerst een vrouwelijke Prins Carnaval. Eindhoven had dat vorig jaar ook al.
“Er is wel verandering”, zegt Crissy Fila van Aangenaam, “maar vooral bij kleinere verenigingen. De grote stadsverenigingen blijven achter.”
Nanet Hazenbosch, ook verbonden aan het feministische platform, begrijpt waar de traditie vandaan komt. “De meeste carnavalsverenigingen zijn heel oud, uit de 19e of 20e eeuw. Toen mochten vrouwen nog niet eens stemmen, laat staan meedoen bij een vereniging. Maar we leven nu in 2026, dus we willen overal aan mee kunnen doen.”
Zowel de Brabantse Carnaval Federatie als de overkoepelende Limburgse vereniging geven aan dat vooral de grote steden sterk hechten aan de traditie van een mannelijke prins. De Venlose vereniging Jocus, de oudste van Nederland, benadrukt ook tradities belangrijk te vinden en zegt geen signalen uit de gemeenschap te krijgen dat er iets moet veranderen.
Het Limburgs Museum en Aangenaam hopen binnenkort elf sollicitanten te presenteren als mogelijke kandidaten voor de functie van Prins Vastelaovend (m/v/x) volgend jaar.
