ABN Amro Open dit jaar zonder Alcaraz, wél met Nederlands (super)team

Geen Carlos Alcaraz in Ahoy? Geen Alexander Zverev? Dan maar met z’n allen Nederlanders op de baan. Dorstige thuisspelers nemen namelijk prompt een heel blok plekken in het hoofdtoernooi in beslag: Tallon Griekspoor, Botic van de Zandschulp, Jesper de Jong, Guy den Ouden én nog net 18-jarige knul Mees Röttgering. Vier van hen schreven zich zelfs via de ranking in – dat is overigens sinds 2004 niet meer gebeurd.

Van de Zandschulp krijgt ‘makkelijke’ ereronde

Van de Zandschulp opent maandagavond om 19.30 uur tegen Franse qualifier Luika Pavlovic. Hij kan gerust een glimlach niet onderdrukken: de laatste twee jaar trof hij hier Carlos Alcaraz en Jannik Sinner en verdween hij meteen. Nu lijken de odds plots een tikkie vriendelijker.

Coach Sluiter geeft pit

Onder de vleugels van coach Raemon Sluiter – “soms direct, precies wat ik nodig heb” – zegt de 30-jarige Botic een streepje beter te voelen, in zijn spel én in zijn hoofd. Doel is wél om op knipmomenten niet meer op foutjes van de tegenstander te wachten, maar zélf de leiding te nemen. “Top-spelers pakken zelf punten, dat wil ik ook.”

18-jarige Röttgering klopt twee keer stevig op de deur

Wildcard of niet: Mees Röttgering legde dit weekend twee potjes krakers neer in de kwalificatie en knalde zo het hoofdschema binnen. Gratis stoeltje, zwaar verdiend, smakelijke inkomst in Ahoy.

Griekspoor arriveert met krap zelfvertrouwen

Tallon Griekspoor – tweevoudig halvefinalist in Rotterdam – begon het jaar met vier klapdeuren op rij. Een enkel toernooizege in Montpellier volgde, maar ook daar strandde hij nadien in de kwartfinale. In Ahoy wil hij dus vooral ‘iets om op teren’ opeisen. En hè, die stevige klaagbrief aan de tennisbond? Volgende week zullen Griekspoor en de KNLTB elkaar nog even over de vloer krijgen.

Bekijk origineel artikel

Deze profbokser zit boksen gewoon in z’n DNA

Kilat Hallie (30) uit Uden is al tweevoudig Nederlands kampioen, maar zijn vader Gilbert en opa Cees pakten exact datzelfde goud. Nu wil Kilat nog een tandje bijzetten: een wereldtitel bij de World Boxing Federation (WBF).

Zijn vechtersstatistieken zien er smakelijk uit: zestien overwinningen op zeventien duels. “Die ene nederlaag was in Denemarken, tegen een Deen”, lacht hij. “Niet unaniem verloren, dus dan snappen we wel wie de jurylijn dicht bij z’n roots had.”

Zaterdag klopte hij tijdens de Holzken Fight Night in Helmond opnieuw de concurrentie, en nu staat hij op de shortlist met uitdagers voor het WBF-kroontje. “Laat ze mijn naam maar naast die titelhouder zetten. Tegen wie ook, maakt me niet uit – ik ben ready.” Op zak heeft hij al een plan voor daarna: “Doorstoten naar de IBO of nóg grotere bonden. Ik heb de smaak echt te pakken.”

Schilderen deed hij vroeger om rond te komen, maar de kwast ligt nu in de kast. Twee keer per dag traint hij, runt hij z’n eigen sportschool in Uden en geeft met liefde les. “Schilderen was hobby, lesgeven is passie. Dat blijf ik sowieso doen, maar mijn hoofd staat nu op prof-game-modus.”

De liefde voor boksen zit hem trouwens zó in het bloed dat het bijna in de stamboom staat. Opa Cees, vorig jaar overleden, werd Nederlands kampioen bij de amateurs en kneedde tientallen boksers tot winnaars. Z’n zoon Gilbert schopte het tot de wereld-top-10 en staat nu bekend als trainer op de Amsterdamse Albert Cuypstraat.

Kilat zelf trok op z’n vijftiende pas elke dag de handschoenen aan. “Pa heeft me nooit gedwongen – hoewel ik achteraf vond dat hij me best wat harder had mogen pushen. Maar hij groeide op met een strenge vader, dus wilde hij mij alle vrijheid geven.”

Zijn stijl is een eigen mix: “Meer een knokker zoals m’n oom, maar de beweeglijkheid van m’n vader en knipogen van trainers als Albert Kraus. En nu bij Henni Mandemaker uit Den Bosch stap ik slimmer vooruit. Mensen vinden trainingen soms repetitief, maar dat past juist bij mij. Het is nooit perfect – je leert altijd, stapje voor stapje.”

Bekijk origineel artikel

slopestyle show-down: Gremaud laat Gu één tiende achter

Slopestyle gaat over creativiteit, controle en keiharde landingen – en maandag waren precies twee dames die ingrediënten in dezelfde kerntrek één tiende uit elkaar verdelen. Mathilde Gremaud uit Zwitserland tikte met 86,96 exact 0,38 punt meer dan Eileen Gu. Te weinig om met blote oog te zien, wél genoeg voor haar tweede olympische goud.

De Canadese Megan Oldham plukte daar voor haar part de rest van het podium uit de lucht en pakte brons.

drie runs, één beslissing

Elf deelnemers kregen drie kansen om het parcours vol rails, boxen en schansen te betoveren. Alleen de beste score bleef staan. Dus wie fout ging, viel als een baksteen naar beneden – precies wat Gu met haar laatste poging overkwam. Ze gleed al op de eerste rail naar boven en had nadien louter zilver om haar nek.

dubbel goud voor Gremaud in Peking én hier

Vier jaar geleden in Peking toonde de 26-jarige Zwitsers al haar trucendoos: een gouden slopestyle-medaille. Vandaag voegde ze in hetzelfde onderdeel meteen een nieuwe plcak toe. In Pyeongchang 2018 pakte ze zilver – dus ze heeft intussen alle kleurtjes verzameld.

Bij de WK heeft ze dan al helemaal geen geheimen meer: tweemaal goud draagt ze daar al mee rond.

Gu krijgt nog shotjes op revanche

Deze medailleserie is voorlopig even pauze voor Eileen Gu, maar dat is zelden lang. De big-air kwalificaties staan zaterdag op de planning, finale volgende maandag. Als dat nog niet genoeg is, staat twee dagen later de halfpipe-kwalificatie gepland – met die bijbehorende finale op zaterdag 21 februari.

De verwachting is dat Gremaud zich alleen nog op de big air waagt, maar een onbeschreven blad is dat zeker niet.

Bekijk origineel artikel

Goud voor Jutta: ‘Ik mocht nu toch niet aflassen, ik had nog tachtig jaar om bij te komen’

Tranen met tuiten op de finishlijn – dat zag je maandagavond bij Jutta Leerdam. De snelste vrouw ter wereld op de 1.000 meter werd olympisch kampioen en liet eindelijk alle emotie los.
“Ik was gewoon door het dolle heen”, legt ze lachend én huilend uit. “De spanning van de afgelopen weken… dat drukte gewoon op m’n ribbenkast. Al die verwachtingen, al het getwitter, al dat gedoe – man, wat heb ik mezelf hiermee bewezen.”

Afstraffing aan Femke én een mentale uppercut

Nog voordat zij zelf startte, reed ploegmaat Femke Kok een monsterlijk snelle tijd. “Toen dacht ik: oké, je hebt werk aan de winkel. Maar het enige wat ik kon doen was mijn eigen race rijden. Mocht het niet lukken, dan viel ik tenminste niet omdat ik mezelf voorbij reed.”
Gevolg: Leerdam ging dieper dan ooit. Haar benen schreeuwden om stoppen, maar haar hoofd was veerkrachtig. “Pijn? Ach, ik heb nog tachtig jaar om dat te verwerken. Gewoon volgass.”

0,28 seconden duizelingwekkend verschil

De klok stopte 0,28 seconden onder Kok – over Miho Takagi was het verschil zelfs ruim anderhalve seconde. Kok gaf meteen eer: “Jutta ging nog een tandje harder. Oneindig veel respect dat ze nog dieper kon duiken.”

Gevolg: zilver voor Kok, goud voor Leerdam. Beiden zijn nu al duidelijk de koninginnen van het ijs. Overigens is Kok zondag dé favoriet op de 500 meter – dat onder druk presteren, daar heeft ze vandaag het bewijs voor geleverd.

Bekijk origineel artikel

Debuut van Schiks meteen een schot in de roos volgens Willy en René

Wie had gedacht dat PSV weer eens een keepersheld kreeg? De jonge Niek Schiks stond gisteren voor het eerst onder de lat bij de Eindhovense topclub en maakte meteen indruk op niemand minder dan Willy en René van de Kerkhof.

“Dat was dé man van de wedstrijd”

Tijdens de Willy en René Podcast van Omroep Brabant stift Wily meteen bij de naam Schiks over zijn mening. “Hij heeft ons echt in de wedstrijd gehouden”, vertelt hij enthousiast. Zijn broer René heeft het nog iets lastiger met de naamgeving – “Schiks? Schriks?” – maar stelt daar meteen een dikke pluik achteraan over de prestatie van de debutant.

Goede reflex én lekker meevoetballen

In de tweede helft kreeg Groningen een kans om de 2-0 te maken, maar Schiks stond rotsvast. “Gewoon een goede reflex en hij deed ook nog gewoon mee met de opbouw. Niks mis mee!”, besluit René.

Ook de slotfase had een déjà-vu-randje: een vrije trap voor Groningen op zò’n geduchte plek – herinneringen aan het legendarische duel van Groningen tegen Ajax – maar Schiks liet zich niet verrassen. “De Ajax-keeper stond nog op z’n lijn, Schiks ving fantastisch”, lacht Willy.

Titelsucces in rook zien opgaan

Vooraf klonk bij het PSV-legioen zelfs het verzoek om Groningen een puntje cadeau te doen voor die stand-by-titel van vorig jaar. Willy dacht even dat PSV het zou afmaken in een degelijk gelijkspel, “maar toch niet!” – de winst was weer binnen.

Volgens René was die overwinning dik verdiend. “Oke, in de eerste helft was Groningen de betere ploeg en stonden we terecht achter, maar na rust draaide PSV het slim om.”

Geen concurrent meer in de Eredivisie, behalve…

De broers zijn laconiek over de titelstrijd: het is voorlopig een kwestie van tellen en aftellen. Al noemt Willy één club die wel opvalt: “NEC heeft écht een aantrekkelijke ploeg. Leuk dat we hen in de halve finale van de beker treffen – en daarna hopelijk PSV-AZ in de finale. Wat een feest.”

En wil NEC een soort Union België worden in Nederland? “Zeker mogelijk”, vindt Willy.

Politiek tussen strafschopgebied en raadszaal

Overigens mogen we Willy sinds kort lijstduwer noemen voor CDA Eindhoven, maar hij lacht het zelf weg: nul ambities op een raadslidmaatschap. “Ik help gewoon even mee, meer niet. De verdere politiek laat ik links liggen.” René heeft dat avontuur ook al meegemaakt in Helmond maar haakte snel af: “Dat geven en nemen… Nooit meer!”

Met Volendamse paling op komst

Na al die uitslagen kijken de broers alvast naar vrijdagavond. Renes voorspelling: “PSW wint in Volendam – het enige dat die gasten daar kunnen is paling eten.”

Bekijk origineel artikel