Staatssecretaris Becking zet uitgevers onder druk: “Verbeter jullie schoolboeken, anders grijp ik in”
Demissionair staatssecretaris van Onderwijs Marjolein Becking laat geen twijfel bestaan: de tijd van wachten is bijna op. In een brief aan de Tweede Kamer waarschuwt hij grote schoolboekenuitgevers — zoals Noordhoff, Malmberg en ThiemeMeulenhoff — dat ze moeten veranderen. Als ze niet snel genoeg concreet actie ondernemen om hun aanbod duurzamer, betaalbaarder én flexibeler te maken, dan komt er overheidsingrijpen.
En waarom zo’n harde toon? Omdat miljoenen wegwerpschoolboeken elk jaar in de papierbak belanden — vooral werkboeken waarin leerlingen schrijven en die daardoor niet herbruikt kunnen worden. Scholen zeggen zich vaak gevangen te voelen: ze moeten vaak dure totaalpakketten kopen (digitale leermiddelen + fysieke werkboeken), terwijl twee derde daarvan al na één jaar afgedankt wordt. Dat is niet alleen een geldverspilling, maar ook een enorme belasting voor het milieu.
Becking benadrukt dat scholen goede, betaalbare en duurzame keuzes moeten kunnen maken — zonder gedwongen te worden tot onevenwichtige of onnodig dure pakketten. En ja, hij weet dat veel scholen al jarenlang moeite hebben met overstappen naar andere uitgevers. Bijna twee jaar geleden riepen zij zelfs al in een manifest om “meer grip op de kwaliteit van leermiddelen”.
De uitgevers zijn inmiddels wel met scholen in gesprek — en Becking volgt die ontwikkelingen ‘op de voet’. Maar hij houdt ook twee onderzoeken in de gaten: één van de Autoriteit Consument & Markt (ACM), dat later dit jaar verwacht wordt, en een gezamenlijk onderzoek van zijn eigen ministerie en Economische Zaken — klaar vóór de zomer. Als die gesprekken én onderzoeken weinig tastbare verbeteringen opleveren, dan is het moment aangebroken voor regulering. Becking heeft daarvoor al wetgeving in voorbereiding.
Ondertussen gaan steeds meer scholen hun eigen weg: ruim vijftig scholengemeenschappen hebben samen de coöperatie Neon opgericht om zelf schoolboeken te ontwikkelen. Becking noemde dat eerder al “een initiatief dat hij met interesse volgt” — en herhaalt nu: “Alle initiatieven die leermiddelen beter, goedkoper en duurzamer maken, juich ik van harte toe.”
Verlies van belangrijke olieklant India: hoe hard raakt dat Rusland?
Sinds de oorlog in Oekraïne is begonnen in 2022, zit Rusland met een steeds groter probleem: wie koopt er nou nog zijn olie? De westerse sancties maakten het moeilijk om olie naar Europa en andere geallieerde landen te verkopen — maar toen kwam India op het toneel. En wat een klant werd dat! Door goedkope Russische olie in grote hoeveelheden te kopen, bespaarde India jarenlang miljarden dollars. Voor Rusland was het een reddingsboei: een stabiele, grote afnemer die niet aan de westerse sancties onderworpen was.
Tot gisteren. Op Truth Social kondigde Donald Trump een handelsakkoord aan tussen India en de VS aan — waarbij India zou stoppen met de import van Russische olie. Volgens Trump is het akkoord al rond. Maar premier Narendra Modi laat zich op X (vroeger Twitter) niet echt uit over die claim. Geen bevestiging, geen weerlegging — alleen stilte.
Als het waar is, dan is het een serieuze klap voor Rusland. Want India was écht een van de grootste kopers van Russische olie. Zonder hen blijven vooral China en een paar kleinere landen over — en die kunnen de kloof nooit helemaal opvullen.
“Het is een serieuze dreiging op korte termijn”, zegt Hubert Smeets, Ruslandkenner en oprichter van Raam op Rusland. Hij wijst erop dat ruim 40 procent van de Russische federale begroting naar defensie gaat — en een kwart van die defensie-uitgaven wordt gefinancierd door olie- en aardgasverkoop. Dat is dus een behoorlijk stuk van de rekening. En ja, een derde van de begroting is trouwens geheim — dus het echte cijfer kan zelfs hoger liggen.
Lucia van Geuns, energie-expert bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS), ziet Trump’s bewering als een poging om Rusland dwars te zitten. Maar ze vraagt zich wel af of het ook daadwerkelijk zo snel zal gebeuren. “India is erg afhankelijk van die goedkope Russische olie”, legt ze uit. En inderdaad: Egypte lijkt misschien bereid om een beetje in te stappen, maar dat is een heel ander formaat — minder inwoners, lastiger logistiek, en bovendien veel onrust in de regio. Geen directe vervanging dus.
En dan is er nog het feit dat de olie-inkomsten van Rusland al vorig jaar met 22 procent zakten — tot zo’n 78,6 miljard euro. Dat komt niet alleen door minder verkochte barrels, maar ook door lagere prijzen. En hoe minder kopers er zijn, hoe meer kortingen Rusland moet geven om de olie kwijt te raken. Een klassiek ‘vraag en aanbod’-probleem, zegt Van Geuns: op dit moment is er simpelweg te veel olie op de markt — dus de prijs zakt.
Minder inkomsten betekent een groter begrotingstekort. En hoe vul je dat op? Vaak door belastingen te verhogen — wat al eerder gebeurde. Smeets merkt op dat burgers en bedrijven daar al last van krijgen: de belastingschuld loopt op. Dat kan op den duur politieke spanningen veroorzaken.
Toch ziet de Russische economie er nu, op het eerste gezicht, niet dramatisch uit: inflatie en rente zijn juist gedaald, werkloosheid is bijna nul, en de import van goederen loopt gewoon door. Maar Smeets waarschuwt: dat plaatje kan snel veranderen zodra de oorlog afloopt of kalmeert. Dan moet de industrie overstappen van oorlogsproductie naar burgerlijke productie — en daar ligt een groot gebrek aan efficiëntie en innovatie. Ook de werkloosheid zal stijgen: militairen komen thuis, vaak met fysieke of psychische klachten, en de hoge lonen die nu worden betaald aan soldaten verdwijnen. De lonen in de rest van de economie zullen daardoor onder druk komen.
En toch verwacht Smeets niet dat Poetin snel naar vrede zal streven. “Hij wil geen deal — hij wil een overwinning.” En als er ooit een redelijke vredesovereenkomst komt, dan is die moeilijk uitlegbaar binnen Rusland. Dan pas zouden de economische gevolgen mogelijk echt doorslaan — en dat zou politieke gevolgen kunnen hebben.
Niet alleen India, ook de EU zegt langzaam maar zeker afscheid te nemen van Russische olie én gas.
Roosendaal slaat de handen in elkaar voor Michel: massale speldjesactie voor oud-sjampetter met ALS
“Hartverwarmend!”, tikt Michel Wouters (66) op zijn telefoon — want spreken kan hij helaas niet meer. De bekende sjampetter uit Roosendaal, jarenlang een vaste waarde in het prinselijk gevolg van Tullepetaonestad, kreeg tweeënhalf jaar geleden de zware diagnose ALS. Zijn familie bedacht een eenvoudig maar krachtig initiatief: een speldje met zijn gezicht en de boodschap ‘Samen tegen ALS’. En wat begon als een liefdevolle gebaar, ontpopte zich in amper een week tot een ware stadsbeweging: bijna duizend speldjes verkocht!
“Het lijkt wel alsof iedereen in Roosendaal een speldje wil hebben — ongelooflijk”, zegt dochter Laura aan de salontafel. Terwijl ze praat, steekt Michel goedkeurend zijn duim omhoog. Door de ziekte is hij nu aangewezen op een rolstoel, en ook spreken en slikken zijn steeds moeilijker geworden. “Michel kan met moeite nog eventjes staan, maar verder is het echt een strijd”, legt zijn vrouw Samantha uit.
En toch kent bijna iedereen hem. “Michel is een warme persoonlijkheid die voor het carnaval in Roosendaal heel veel betekent”, zegt zijn goede vriend en oud-hoogheid Erich van Hooij. “Zelfs nu hij ziek is, wordt er nog steeds veel waarde gehecht aan zijn mening.” Dat begon al tijdens carnaval in 2023, toen Erich merkte dat Michel iets vreemds had met zijn spraak — “alsof hij dubbel sprak, terwijl hij niks gedronken had”. In de weken daarna ging het snel bergaf, totdat de arts de diagnose ALS uitsprak. “Het is een slopersziekte”, tikt Michel op zijn telefoon. En ja — het is zwaar. Zijn nekspieren worden steeds zwakker, en elke maand reist hij als proefkonijn naar Utrecht voor een infuus met een nieuw medicijn. ’s Nachts heeft hij ademhulp nodig. “Het is rustiger geworden, maar het blijft natuurlijk verschrikkelijk”, zegt Samantha.
Toch blijft Michel nuchter. “Is zoals het is”, tikt hij. En juist die speldjesactie doet hem écht opbloeien. “We krijgen zulke lieve reacties. Hij komt ’s morgens zelfs met zijn handen omhoog de douche uit — je ziet dat alle positiviteit hem goed doet”, vertelt Laura. Ze kreeg vorige week 500 speldjes binnen, kondigde ze ’s avonds op Facebook aan voor €11 per stuk — en de ochtend daarna waren ze allemaal weg. Daarna bestelden ze er nog 200 bij… en ook die waren zo goed als uitverkocht. Uiteindelijk kwamen er 400 extra speldjes, maar die lopen ook snel leeg. “Ik hoop dat mensen die een speldje kopen, het ook later nog willen dragen — bijvoorbeeld tijdens Halfvasten”, zegt zijn moeder.
Omdat Chinees Nieuwjaar de productie even stillegt, moet er even wachten op nieuwe oplages. Maar de steun stopt niet bij de speldjes: er zijn ook een veiling en een bingo op gang gebracht. En volgens Erich is dit pas het begin. “Ik verwacht dat het tijdens carnaval helemaal losgaat. Carnaval is immers het feest met een lach én een traan.” Want Michel blijft een vast onderdeel van het feest — van bierdrager bij zeulbandje Vaneiges tot actief lid van de carnavalsstichting. “Hij zal daarom zeker zijn gezicht laten zien”, weet Erich. “Michel bekijkt het per dag.”
“Mooi kun je het allemaal niet noemen, want de aanleiding blijft natuurlijk verdrietig. Maar het doet Michel en ons heel goed dat er zoveel mensen meeleven”, benadrukt Samantha. En dan tikt Michel even later op zijn telefoon: “Daar zijn we hier groots in”, met een glimlach op zijn gezicht.
Onthullingen uit Epstein-dossiers veroorzaken schokgolf binnen Britse elite
Het is vooral Peter Mandelson die vandaag de Britse kranten overneemt — en niet op een manier waarop hij dat graag zou zien. De voormalige Labour-minister en ex-ambassadeur in de VS, vaak geprezen als een politieke tactiekmeester, stapte eerder dit jaar al op nadat bekend werd dat hij een hechte band onderhield met Jeffrey Epstein. Toen leek hij al bang voor wat er nog zou komen: “There is worse to come.” En ja hoor — die waarschuwing is nu uitgekomen. Mandelson heeft niet alleen zijn lidmaatschap van de Labourpartij opgezegd, maar ook zijn zetel in het Britse Hogerhuis opgegeven. Downing Street is intussen bezig met een wet om zijn adellijke titel zo snel mogelijk af te nemen.
En het gaat niet om een ongemakkelijke foto of een oude grap — het draait om ernstige verdenkingen: dat Mandelson, destijds handelsminister, gevoelige regeringsinformatie aan Epstein zou hebben doorgespeeld. Zo stuurde hij in 2009 een interne e-mail door over de financiële crisis en de plannen om de economie te stabiliseren. Uit andere berichten blijkt zelfs dat hij Epstein vooraf had ingelicht over een reddingspakket van 500 miljard euro voor de euro — een beslissing die nog niet eens publiek was. Premier Starmer heeft het dossier nu naar de politie gestuurd. Zij beoordelen of er genoeg bewijs is voor strafrechtelijke vervolging.
Ook de druk op voormalig prins Andrew neemt weer toe — en dat op een moment dat je dacht dat het niet erger kon worden. Zijn verlies van koninklijke titels en zijn gedwongen vertrek uit Royal Lodge leken al het dieptepunt. Maar vlak voordat de nieuwe Epstein-dossiers werden gepubliceerd (met daarin onder meer die beroemde foto van Andrew op zijn knieën), meldde zich een tweede vrouw die beweert dat Epstein haar naar Groot-Brittannië stuurde om seks te hebben met Andrew Mountbatten-Windsor. Haar advocaat bevestigde dit tegenover de BBC. De ontmoeting zou in 2010 hebben plaatsgevonden in Royal Lodge — toen Andrew daar nog woonde — en zij was toen pas 20 jaar oud.
In Groot-Brittannië wordt vooral Andrews gebrek aan berouw kritisch bekeken. Hij ontkent tot op de dag van vandaag elke vorm van seksueel misbruik — en weigert nog steeds om een getuigenverklaring af te leggen. Voormalig Londense politiecommissaris Neil Basu legde uit dat de Britse politie verplicht is mee te werken als de Amerikaanse FBI bewijs heeft van misdrijven waarbij Britse burgers betrokken zijn. Maar: “Andrew hoeft niet naar Amerika te reizen om te getuigen. De Londense politie kan dat doen, terwijl FBI-agenten aanwezig zijn.”
En dan is er nog Sarah Ferguson — Andrews ex-vrouw — die regelmatig voorkomt in de nieuwe documenten. Ondanks een openbare breuk met Epstein bleek ze hem toch te willen blijven zien. In een e-mail van april 2009 — toen Epstein al veroordeeld was voor prostitutie van een minderjarige — noemde ze hem “mijn dierbare, spectaculaire en speciale vriend Jeffrey”. Eerder omschreef ze hem zelfs als “de broer die ik altijd heb gewenst”. En in 2010 vroeg ze hem letterlijk: “Just marry me.”
Uit de e-mails blijkt ook dat Epstein vluchten betaalde voor Ferguson én haar dochters, prinsessen Beatrice en Eugenie. Ze bezocht hem zelfs pas vijf dagen nadat hij uit de gevangenis kwam — en nam haar dochters mee. De gevolgen zijn al zichtbaar: Sarah’s Trust, het goede doel dat ze oprichtte, heeft aangekondigd dat het zijn activiteiten per direct en voor onbepaalde tijd stopt. Vorig jaar lieten al zeven andere goede doelen haar als ambassadeur vallen.
Zelfs binnen het koningshuis is er nu reactie. Prins Edward — jongere broer van Andrew en koning Charles — is het eerste koninklijk familielid dat zich publiekelijk uitspreekt over de nieuwe onthullingen. Hij benadrukt dat het “heel belangrijk is om slachtoffers centraal te blijven stellen”, een duidelijke verwijzing naar de beschuldigingen tegen zijn broer én zijn voormalige schoonzus.
Al geruime tijd wordt Andrew Mountbatten-Windsor opgeroepen mee te werken aan het Amerikaanse justitieel onderzoek naar de zaak-Epstein. Meer daarover in deze video:
Risico’s onderschat: waarom steeds meer Brabantse automobilisten een boete krijgen voor rijden onder invloed
Je hoort het vaak: “Ik voel me prima”, “Ik ben al uren geleden gestopt” of “Eén slokje maakt toch niets uit?”. Maar volgens experts is dat precies het probleem — veel mensen onderschatten hoe sterk alcohol én drugs hun rijgedrag beïnvloeden. En die onderschatting blijkt pijnlijk duidelijk in de cijfers uit Brabant.
Een schokkende stijging in tien jaar
Verslavingszorginstelling Novadic Kentron is flink geschrokken van de cijfers die maandag naar buiten kwamen. Volgens een onderzoek van Independer op basis van politiedata kregen vorig jaar maar liefst 7.293 mensen in Brabant een bekeuring voor rijden onder invloed van alcohol of drugs. Tien jaar geleden, in 2016, was dat nog maar 3.183. Dat is meer dan een verdubbeling — en dat zorgt voor grote zorgen bij preventiemedewerker Alex van Dongen.
Jongeren durven niet aanspreken — en beseffen het gevaar niet
Van Dongen wijst vooral op een dubbel probleem bij jongeren: ze durven elkaar vaak niet aanspreken als iemand onder invloed achter het stuur wil stappen — en ze onderschatten vaak gewoon het risico. “De ochtend nadat je drugs hebt gebruikt, ben je nóg onder invloed”, waarschuwt hij. En dat geldt ook voor alcohol: al met een paar slokken veranderen je reactievermogen, inschatting van situaties en vermoeidheidsslag — soms zonder dat je het zelf merkt.
Drugs: het ‘onzichtbare’ gevaar
Terwijl rijden onder invloed van alcohol de laatste jaren minder normaal is geworden, is het omgekeerde bij drugs: daar wordt het risico juist vaak te licht genomen. Vorig jaar was bijna de helft van alle boetes in Brabant gerelateerd aan drugs — niet aan alcohol. En sommige jongeren weten zelfs niet dat na een joint niet meer mag worden gereden. Of dat bepaalde middelen uren — of zelfs tot de volgende ochtend — in je bloed blijven zitten.
Waar gebeurt het het meest?
De meeste boetes werden uitgedeeld in Eindhoven (1.045), gevolgd door Breda (597) en Tilburg (542). De politie erkent de stijging, maar plaatst hem ook in perspectief: tegenwoordig wordt niet alleen op alcohol getest, maar ook op andere verdovende middelen — en worden meer bestuurders gecontroleerd. Bijvoorbeeld iedereen die betrokken raakt bij een ongeval moet nu blazen.
Het belang van aanspreken
Volgens Van Dongen is het cruciaal dat we elkaar wel durven aanspreken. “Als we dat normaliseren, wordt het de nieuwe norm: niet rijden onder invloed. En daarmee voorkomen we onnodige ongelukken.”
Gevaarlijke “snoepjes” in de kinderhoek van een Amsterdamse bibliotheek?
Een man uit Amsterdam staat onder verdenking van het achterlaten van mottenballen in de kinderhoek van een openbare bibliotheek. Dat klinkt misschien onschuldig, maar die witte bolletjes zijn anything but onschuldig: ze zijn giftig én zien er sterk uit als snoep — een gevaarlijke combinatie als je weet dat kleuters graag alles proberen wat er op tafel ligt.
Volgens het Openbaar Ministerie kwam de melding over de vondst binnen op 20 januari. Een dag later — dus op 21 januari — werd de 51-jarige verdachte gearresteerd, nadat camerabeelden hem in beeld brachten bij de betreffende locatie. Bij een huiszoeking in zijn woning vonden rechercheurs ook mottenballen.
Mottenballen werden vroeger gebruikt om motten tegen te gaan, maar zijn al jaren verboden vanwege hun schadelijke stof (meestal nafthaline of paradichloorbenzeen). Als kinderen ze per ongeluk doorslikken of langdurig inademen, kan dat leiden tot hoofdpijn, misselijkheid of zelfs ernstiger gezondheidsklachten.
Gisteren besloot de Raadkamer van de rechtbank Amsterdam dat de man voorlopig blijft vastzitten. Hij heeft zich tot nu toe niet willen uitspreken en roept zijn zwijgrecht in. Gelukkig is er tot nu toe geen melding van kinderen die de bolletjes hebben aangeraakt of ingeslikt.
Welke Amsterdamse bibliotheek precies het toneel was van dit gebeuren, is officieel niet bekendgemaakt.
