Olivia Dean uitgeroepen tot beste nieuwe artiest, Kendrick Lamar breekt Grammy-record
De Britse zangeres Olivia Dean (26) heeft afgelopen nacht in Los Angeles de Grammy voor beste nieuwe artiest in de wacht gesleept. De prestigieuze Amerikaanse muziekprijzen werden voor de 68e keer uitgereikt. “Het is een eer om hier te zijn,” zei een dankbare Dean.
De grote recordbreker van de avond was echter Kendrick Lamar. Hij won de prijs voor beste rapalbum met GNX en verbrak daarmee het record van Jay-Z. Lamar is nu de rapper met de meeste Grammy’s ooit. Zijn teller staat nu op 26, terwijl Jay-Z er 24 heeft. Vorig jaar was Lamar ook al een van de grote winnaars.
Politieke statements en andere winnaars
Het gaal ging niet alleen over muziek. Net als bij de Golden Globes vorige maand, droegen veel artiesten speldjes met de tekst “ICE Out” uit protest tegen het Amerikaanse immigratiebeleid. Host Trevor Noah opende de avond met grappen over het politieke klimaat. Ook in dankwoorden klonken protesten. Bad Bunny, die een award won voor Debí Tirar Más Fotos, begon met: “Voordat ik god bedank, zeg ik eerst: ICE eruit!” Billie Eilish, winnares van beste nummer met Wildflower, zei dat “niemand illegaal is op gestolen land”. Olivia Dean vertelde dat ze de kleindochter van een immigrant is.
Opvallende eerste keer winnaars
Er waren dit jaar enkele verrassende winnaars die voor het eerst een Grammy wonnen:
* De dalai lama won voor het beste audioboek (Meditations: The Reflections Of His Holiness The Dalai Lama).
* Steven Spielberg won in de categorie Best Music Film voor zijn documentaire Music for John Williams.
* Een K-popnummer (Golden uit de animatiefilm KPop Demon Hunters) won een Grammy. Die film sleepte vorige maand ook twee Golden Globes in de wacht.
Andere hoogtepunten
- De Britse band The Cure won een Grammy voor beste alternatieve muziekoptreden.
- Gloria Estefan won met Raíces de prijs voor Best Tropical Latin Album.
- Optredens waren er van onder anderen Sabrina Carpenter, Justin Bieber, Bruno Mars, Lady Gaga en Katseye.
Onwelwording in huis Liessel: brandweer komt metingen doen
In een woning aan de Overloop in Liessel is zondagavond iemand onwel geworden. Het slachtoffer is met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. De precieze oorzaak van de onwelwording is nog onduidelijk. Uit voorzorg kwam de brandweer ter plaatse om te controleren of er gevaarlijke stoffen vrijkwamen. De uitslag van die metingen is nog niet bekend. Andere mensen die in het huis aanwezig waren, ondervonden zelf geen klachten.
Langdurig zieke werknemer? Voor ondernemers is het een financiële en emotionele strop
Ondernemers uit het RTL Nieuwspanel uiten stevige kritiek op de situatie rondom langdurig zieke werknemers. Het gaat ze niet alleen om de extra werkdruk en stress, maar vooral om het ‘gedoe’ en de regels. Die verplichting om twee jaar loon door te betalen vinden de meesten oneerlijk. Werknemers zijn goed beschermd, maar werkgevers voelen zich in de kou staan en financieel kwetsbaar. “Waarom moet ik als werkgever opdraaien voor een skiongeluk of een stukgelopen relatie?”, vraagt een panellid zich af. “Als ik zelf ziek word, krijg ik niks!”
Afgelopen vrijdag presenteerden D66, VVD en CDA hun plannen in een coalitieakkoord, met harde ingrepen in bijvoorbeeld de WW. Ook de loondoorbetaling bij ziekte staat op de agenda. De partijen willen kijken hoe de regels ‘meer werkbaar’ gemaakt kunnen worden, zeker voor het mkb. Wat er precies gaat veranderen, is nog onduidelijk. Later lees je meer over deze politieke ontwikkelingen.
Het komt vaak voor, en keert vaak terug
Langdurig ziekteverzuim is voor werkgevers geen uitzondering. Bij 54% van de bedrijven was het de afgelopen vijf jaar aan de orde, en bij een kwart is er nú een geval. Bij 35% gebeurt het minstens één keer per jaar, en bij 10% zelfs elk kwartaal. Hoe groter het bedrijf, hoe vaker het voorkomt. Bij bedrijven met 50+ werknemers heeft maar liefst 71% ermee te maken. Het lijkt een bijna onvermijdelijk probleem geworden. Maar ook kleinere ondernemers krijgen ermee te maken, soms vallen er meerdere mensen tegelijk uit.
Pierre Koning, hoogleraar arbeidsmarkt aan de VU Amsterdam, snapt dat bij grote bedrijven meerdere mensen kunnen uitvallen. Maar ook voor kleine ondernemers is de kans aanzienlijk. Sinds het begin van de coronapandemie in 2020 is het verzuim in Nederland toegenomen. “Werkgevers merken dat”, zegt Koning.
Een praktijkvoorbeeld: twee uitvallers, één gestreste baas
Lennart van Winkel van Van Winkel Kaas & Noten kan erover meepraten. Hij zat recentelijk “in zak en as” omdat twee van zijn werknemers kort na elkaar uitvielen. De ene kwam vorig jaar in de ziektewet na een combinatie van een arbeidsconflict en burn-out. De ander brak haar heup en wordt doorbetaald, terwijl aan haar re-integratie wordt gewerkt. Van Winkel moest het vooral zelf doen, met hulp van familie en één overgebleven zaterdagkracht. “Je personeelsbestand valt in één klap weg. Dat is een heel groot probleem”, zegt hij. De stress was zo hoog dat hij hulp zocht bij een praktijkondersteuner.
Gelukkig is hij verzekerd voor loondoorbetaling bij ziekte, al heeft hij wel een eigen risico van zes weken. “Twee uitvallers plus vervanging betekent twee keer zes weken dubbele loonkosten”, rekent hij voor. Al met al blijft het een behoorlijke strop.
Wat zijn de regels eigenlijk?
Een werknemer is langdurig ziek na zes weken. Dan moet de werkgever een arbodienst of bedrijfsarts inschakelen en een plan maken voor terugkeer. Vervanging zoeken hoort er ook vaak bij. De werkgever moet maximaal twee jaar doorbetalen: minimaal 70% van het brutoloon, in het eerste jaar aangevuld tot het minimumloon (tenzij de cao meer zegt). Werkgevers kunnen zich hiertegen verzekeren. Na twee jaar beoordeelt het UWV of iemand recht heeft op een WIA-uitkering.
De regels moeten ervoor zorgen dat werknemers niet zonder inkomen komen te zitten en dat werkgevers hun best doen om iemand weer aan het werk te helpen. Beide partijen zijn verplicht zich hiervoor in te spannen.
De impact: stress, overwerk en bureaucratisch gedoe
Uit het onderzoek blijkt dat één zieke werknemer een klein bedrijf al kan ontwrichten. Kleine ondernemers worden harder geraakt, ook emotioneel. Maar grotere bedrijven blijven niet buiten schot: 8 op de 10 ondernemers zegt persoonlijk geraakt te worden, door stress en overwerk. Sommigen zijn “drie jaar niet op vakantie geweest” om een zieke te vervangen. 88% noemt de impact op de bedrijfsvoering groot.
Het betekent “meer uren draaien”, zegt een ondernemer. “De kosten zijn enorm”, en de begeleiding en het contact met instanties zoals UWV en bedrijfsartsen zijn bureaucratisch en “zeer tijdsintensief”. Voor velen is de regeldruk en alle gedoe “erger dan het missen van dat ene personeelslid”.
Oneerlijk, duur en een groot risico
De regels zijn voor bijna alle ondernemers (90%) een groot struikelblok en worden als oneerlijk bestempeld. Voor 80% vormt de doorbetalingsplicht een groot financieel risico. Slechts 1% vindt dat dit risico vooral bij werkgevers hoort te liggen; anderen wijzen (deels) naar het UWV en werknemers zelf.
Hoogleraar Koning ziet veel discussie over de betaaltermijn. Het is ‘spannend’ wat het nieuwe kabinet gaat doen. Vorig jaar werd een motie aangenomen om het tweede jaar loondoorbetaling voor kleine werkgevers uit collectieve middelen te laten betalen. Vakbond CNV is hier tegen, omdat het tot meer uitkeringen en hogere maatschappelijke kosten leidt.
Politiek: veranderingen op komst?
In hun coalitieakkoord zeggen D66, CDA en VVD dat ze het onwenselijk vinden dat de regel kleine ondernemers ervan weerhoudt mensen in vaste dienst te nemen. Dat is “zeer nadelig” voor werkzoekenden en werknemers. Vooral het mkb wordt geraakt, erkennen de partijen. Tegelijkertijd geeft diezelfde loondoorbetaling volgens hen een effectieve prikkel tot re-integratie. De regels stimuleren werkgevers dus om mensen snel weer aan het werk te helpen.
De verzekeringskwestie: een verdienmodel onder druk?
Twee jaar doorbetalen is vooral voor kleine bedrijven een groot – misschien wel te groot – risico, zegt Koning. Daarom sluiten velen een verzuimverzekering af. Toch maakt hij zich zorgen: als bedrijven nog maar één jaar hoeven te betalen, gaan ze misschien te veel achterover leunen. De druk om mensen snel te laten re-integreren wordt dan kleiner. Die noodzaak verdwijnt ook voor verzekeraars. “Op dit moment is het voor verzekeraars een verdienmodel om mensen weer snel te laten re-integreren”, legt hij uit. Als de overheid na één jaar bijspringt, wordt verzekeren als businessmodel minder interessant en zullen de kosten waarschijnlijk stijgen.
Het onderzoek is uitgevoerd van 9 tot en met 19 januari 2026 onder 3.100 ondernemers.
Opnieuw opletten voor gladheid in het noorden en noordoosten
Ook vanochtend moet je in het noorden en noordoosten van het land oppassen voor gladde wegen. Het KNMI heeft hiervoor code geel afgegeven. Er kan plaatselijk ijzel voorkomen, en het kan ook glad worden door bijvoorbeeld regen of sneeuw die op bevroren grond valt.
Het weerinstituut waarschuwt dat ijzel extra verraderlijk is, omdat je het vaak bijna niet ziet liggen. Hierdoor kunnen wegen, fietspaden, stoepen en bruggen onverwacht spekglad zijn, wat tot ongelukken kan leiden.
De problemen waren gisteravond al merkbaar. Zo waren er op de A7 tussen Groningen en Scheemda meerdere ongevallen door de gladheid, waardoor de weg een tijd dicht was. Ook op de N33 bij Gieten gebeurde een ongeluk, waarbij de bestuurder naar het ziekenhuis moest.
Gelukkig lijkt het erop dat de gladheid op de meeste plekken vanmiddag weer verdwenen is.
Minder mbo’ers: tekorten aan buschauffeurs en supermarktpersoneel komen steeds dichterbij
Dit schooljaar zijn er 156.300 studenten begonnen aan een mbo-opleiding. Dat zijn er 1.400 minder dan het schooljaar ervoor, blijkt uit cijfers van de MBO Raad. Voorzitter Adnan Tekin maakt zich zorgen: “We zien het aantal mbo’ers al een paar jaar dalen. De afgelopen vier jaar is er een heel PSV-stadion vol aan mbo’ers verdwenen. Dat is echt zorgelijk, want we hebben juist steeds meer mbo’ers nodig.”
De hele maatschappij gaat hier last van krijgen, zegt Tekin. “Van de zorg en ICT tot het openbaar vervoer – overal gaan we het tekort voelen.” Zo daalt het aantal studenten dat voor buschauffeur leert bijvoorbeeld van 100 naar 44. En er kozen 192 studenten minder voor de opleiding tot beveiliger. “Ook komen er tekorten aan supermarktpersoneel en mensen die glasvezel aanleggen.”
Waarom kiezen minder jongeren voor het mbo?
Volgens Tekin speelt hierbij mee dat er simpelweg minder kinderen zijn geboren dan pakweg tien jaar geleden. “Dat is een demografisch probleem waar we weinig aan kunnen doen.” Maar er is meer aan de hand: “Het idee ‘hoger is beter’ blijft hardnekkig hangen. Leerlingen kiezen liever voor het hbo dan voor het mbo. Scholen krijgen ook nog steeds een hogere waardering en beloning als een leerling naar de havo gaat in plaats van het mbo. Zo houden we het probleem in stand.”
Ook de waardering en stagevergoeding voor mbo’ers blijven achter bij die van hbo’ers en wo’ers. “Die verschillen moeten weg”, benadrukt Tekin. Hij is dan ook blij met plannen uit het nieuwe coalitieakkoord, dat vrijdag werd gepresenteerd. Daarin staat een verplichte stagevergoeding en extra investeringen in onderwijs, waarvan een deel naar het mbo moet gaan.
Lichtpuntje: meer techniekstudenten
Ondanks de algehele daling groeit het aantal studenten in technische mbo-opleidingen wel een beetje – met 0,4 procent naar ongeveer 20.000 studenten. “We zijn trots op die stijging”, zegt Tekin. “Dit zijn de mensen die straks onze huizen bouwen en windmolens repareren. Maar het is nog lang niet genoçg: in de techniek is er een tekort van zo’n 70.000 tot 80.000 mensen.”
