Hulp voor kinderen van vermoorde moeders komt tekort – experts waarschuwen Kamer

Stel je eens voor: je bent net 21, bezig met je studie, begint net echt je eigen leven te leven. En dan verdwijnt je moeder. Twee maanden later wordt ze gevonden – in de kofferbak van de auto van je vader, in een verregaande staat van ontbinding. Dat is wat Sanneke Langendoen overkwam. Vandaag staat ze als ervaringsdeskundige in de Tweede Kamer om te vertellen hoe het voelt om zo’n trauma te meemaken – en hoe weinig er werd gedaan om haar te begeleiden.

In een brief aan de Kamerleden schrijft ze openhartig over haar leegte, over het gebrek aan steun en begrip. Maar zij is niet de enige. Vanmiddag komen verschillende experts samen om duidelijk te maken: ook bij femicide (wanneer een vrouw wordt vermoord door haar (ex-)partner) worden de kinderen vaak over het hoofd gezien. Hun stem wordt niet gehoord, hun veiligheid wordt niet altijd gewaarborgd – en dat moet veranderen.

VVD-Kamerlid Becker heeft het gesprek op gang getrapt. Zij vindt dat hoewel femicide gelukkig wel op de politieke agenda staat, er nog te weinig gebeurt om de kinderen beter te beschermen. “Dit is een kans om echt naar de deskundigen te luisteren en te kijken wat er nodig is”, zegt ze.

Ervaringsdeskundigen, juristen, onderzoekers en professionals uit de jeugdbescherming hebben allemaal brieven gestuurd naar de Kamer. Ze wijzen onder andere op grote problemen rondom omgangsregelingen. Wat als de vader die de moeder heeft vermoord, toch contact wil met zijn kinderen? Het idee dat ‘vader-kindcontact altijd goed is voor het kind’ is na zo’n dramatisch verlies helemaal niet meer vanzelfsprekend – integendeel, het kan juist gevaarlijk zijn.

Ook blijkt uit cijfers van de Universiteit Leiden dat er de afgelopen tien jaar honderden kinderen hun moeder zijn kwijtgeraakt door geweld van een (ex-)partner. En die kinderen lijden op meerdere fronten: ze verliezen niet alleen hun moeder, maar ook vaak hun vader – die dan in de gevangenis belandt. Sommige kinderen waren getuige van het geweld, anderen zijn zelf mishandeld.

Hoewel er de laatste jaren wel pogingen zijn geweest om de hulp te verbeteren, gaat het nog regelmatig mis. De Augeo Jongeren Taskforce geeft aan dat kinderen in de praktijk veel te weinig serieus worden genomen of gesproken. Ze pleiten ervoor dat elk kind automatisch wordt doorgestuurd naar een expertorganisatie zoals Veilig Thuis, en dat dit wettelijk wordt vastgelegd.

Meer kennis bij hulpverleners is cruciaal, maar ook scholen kunnen een belangrijke rol spelen. Denk aan het systeem ‘Handle with care’, waarbij scholen een signaal krijgen van de politie bij meldingen van huiselijk geweld. D66 heeft daar al een motie voor ingediend – en die is onlangs door de Kamer aangenomen.

Maar ook in de rechtszaal gaan dingen fout. Advocatenorganisatie LANGZS wijst erop dat kindermishandeling vaak niet apart wordt vervolgd, en dat kinderen tijdens strafprocessen zelden worden gehoord. Bovendien hebben familieleden van de vermoorde moeder weinig tot geen rechten. Soms zorgt privacywetgeving ervoor dat cruciale informatie achtergehouden wordt. En in sommige gevallen… erft de dader gewoon – terwijl de kinderen alles verloren hebben.

Een van de hardste klachten komt van systeemtherapeut Henk Giebels. Hij benadrukt dat dit niet alleen gaat om femicide, maar om allerlei vormen van huiselijk geweld waarbij sprake is van machtsmisbruik. Recent oordeelde de toezichthouder van de Raad van Europa zelfs dat Nederlandse familierechters te lichtzinnig omgaan met zaken waarin dwingende controle een rol speelt. “Deze situaties worden behandeld alsof beide ouders gelijkwaardig zijn, terwijl er sprake is van structureel misbruik. Het recht op omgang is belangrijk, maar het recht van kinderen op veilige ouders moet altijd voorrang krijgen.”

De boodschap van Sanneke Langendoen is helder: “Laat het systeem het kind niet nog meer traumatiseren. Geef menselijkheid, begeleiding en praktische steun. Want dat is wat werkelijk helpt.”

Bekijk origineel artikel

Welkom in Tilbur? Of toch in Tilburg?

Tilburg, je bent er! Nou ja… bijna dan. Want als je deze week over het Pieter Vreedeplein loopt, zie je iets vreemds: de winterse lichtversiering met de naam van de stad is dit jaar een beetje incompleet. In plaats van ‘Tilburg’ staat er gewoon ‘Tilbur’. Jawel, de laatste letter – die goeie ouwe ‘g’ – ontbreekt.

En nee, het heeft niets te maken met de uitspraak (want die zachte ‘g’ hoor je hier tenslotte al jaren niet meer). Nee, dit is letterlijk: de ‘g’ is fysiek weg. Sinds dinsdag circuleren berichten over dit mysterieuze gebrek op sociale media, vooral Reddit leeft er flink van. Wanneer precies de letter verdween, is een raadsel. Is-ie gestolen? Iemand die een geintje wou flikken? Of gewoon per ongeluk kapot gegaan en nog niet vervangen?

De gemeente Tilburg heeft tot nu toe niet gereageerd op vragen hierover, dus ook niet wie eigenlijk verantwoordelijk is voor de versiering – of wie hem elk jaar ophangt.

Maar niet iedereen vindt het erg. Voorbijgangers nemen het met een knipoog. Zo denkt één van hen dat het misschien wel een soort speurtocht moet worden: “Misschien moeten we de ‘g’ ergens gaan zoeken?” Wie weet is het de start van een nieuwe Brabantse traditie: The Great Tilburg G Hunt.

Bekijk origineel artikel

Kans op een Nederlandse baas bij de Europese Centrale Bank?

Er is flink wat gespeculeerd over wie Christine Lagarde gaat opvolgen als baas van de Europese Centrale Bank (ECB), en één naam komt steeds vaker naar voren: Klaas Knot. De voormalige president van De Nederlandsche Bank (DNB) wordt door peilingen en experts gezien als een van de topkandidaten voor de job. Als het zou doorgaan, zou hij de tweede Nederlander ooit worden in die rol – na Wim Duisenberg, die de eerste ECB-president was.

Knot leidde DNB veertien jaar lang en zat daarnaast ook in het bestuur van de ECB. Zijn termijn als Nederlands centraalbankhoofd liep afgelopen jaar af, maar kennelijk is zijn schaduw nog lang niet verdwenen. Volgens recente inschattingen staat hij bovenaan de lijst van mogelijke opvolgers, gevolgd door Pablo Hernández de Cos, de Spanjaard die nu aan het hoofd staat van de Bank voor Internationale Betalingen. Op de derde plek? Joachim Nagel, de man van de Duitse Bundesbank.

Maar wacht even: terwijl Knot de favoriet lijkt te zijn in de race om de functie, denken veel economen dat Isabel Schnabel eigenlijk de meest geschikte kandidaat is. Zij is zelf ook al jaren lid van het ECB-bestuur en wordt intern erg gewaardeerd. Toch zit er een addertje onder het gras. Haar huidige termijn loopt volgend jaar af, dus eerst moet ze opnieuw benoemd worden. Daarnaast wordt ze gezien als een zogeheten ‘havik’ – iemand die geen seconde aarzelt om de rente omhoog te schroeven om de inflatie in toom te houden. In combinatie met de recente benoeming van de Kroatische Boris Vujčić – ook zo’n strenge cijferaar – als vicepresident, zou een nieuwe harde lijner als voorzitter misschien teveel van het goede zijn. Daarom denken sommigen dat de EU juist weer een ‘duif’ wil: iemand die iets soepeler staat tegenover renteverhogingen.

Toch blijft Knot een serieuze speler. En niet alleen de markt vindt dat. Ook Lagarde zelf heeft hem al vaker lovend genoemd. Zo zei ze in oktober dat hij niet alleen het intellect heeft, maar ook het uithoudingsvermogen én het vermogen om mensen mee te nemen – wat zij beschouwt als een zeldzame en cruciale eigenschap. Ook over Schnabel sprak ze positief: vorige maand noemde ze haar één van de vele ‘erg goede kandidaten’.

Naast Knot, De Cos en Schnabel doen ook andere namen de ronde. Denk aan François Villeroy de Galhau, het hoofd van de Franse centrale bank, of Fabio Panetta uit Italië. Maar momenteel lijkt de balans toch in het voordeel van Knot te werken – ook al hebben de meeste analisten Schnabel op nummer één staan qua geschiktheid.

Wat sowieso duidelijk is: de discussie over Lagarde’s opvolging is al maanden gaande, en Knot blijft een veelbesproken naam. Of het uiteindelijk echt iets wordt? Dat weten we pas als de termijn van Lagarde in oktober 2027 voorbij is.

Zie hieronder hoe Klaas Knot vorig jaar afscheid nam als baas van De Nederlandsche Bank:

Bekijk origineel artikel

Veel meer lekkende treinen met gevaarlijke stoffen: wat begint als een druppel, kan grote schade veroorzaken

Het aantal keer dat gevaarlijke stoffen uit goederentreinen lekken, is de laatste jaren flink opgelopen. Terwijl er in 2023 nog 26 van dit soort incidenten werden geregistreerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), sprong dat aantal al snel naar 54 in 2024. Maar het echte alarmbelletje klonk in 2025: toen werden er ruim 400 gevallen van lekkages gemeld. En dat zijn alleen nog maar de kleine sijpelingen – zogeheten druppellekkages – waarbij tijdens het rijden of stilzitten een paar druppels vloeistof ontsnappen uit tankwagons of containers.

Hoewel zo’n druppeltje misschien onschuldig lijkt, waarschuwt Arjan Grob, coördinator gevaarlijke stoffen bij de ILT: “Wat begint met een paar druppels, kan eindigen in een duur saneringsproject of blijvende schade aan het milieu.” De inspectie benadrukt dat het hier om stoffen gaat die echt gevaarlijk kunnen zijn voor mens en natuur.

Volgens de regels mogen treinen die gevaarlijke stoffen vervoeren helemaal geen resten van die stoffen aan de buitenkant hebben. Toch gebeurt dat steeds vaker. Waarom het aantal lekkages plots zo hard omhooggaat, weet de ILT nog niet precies. Wat wel duidelijk is: er wordt nu vaker gecontroleerd sinds de toename opviel. Ook krijgt de inspectie veel meer meldingen: van 57 in 2023 naar maar liefst 506 in het afgelopen jaar.

De oorzaak? Vaak zit het hem in kapotte onderdelen van de wagons, waardoor de stoffen vrijkomen. Maar ook tijdens het laden en lossen kunnen druppels achterblijven aan de wagon – en later pas weglopen. Stookolie was veruit de meest voorkomende gelekte stof, met 146 gevallen. Daarnaast lekte er vaak ethanol, methanol en kerosine. Hoeveel er precies uitloopt, is lastig vast te stellen. Dat hangt onder andere af van hoe lang de reis duurt en hoeveel tijd er tussen laden en lossen zit.

Omdat de cijfers zo snel stegen, is de ILT in 2025 begonnen met het project Laden en Lossen. Doel: de manier waarop gevaarlijke stoffen worden ingeladen en weer uitgeladen verbeteren, zodat er minder lekkages ontstaan. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met veiligheidsdiensten, bedrijven die tanks opslaan en spelers uit de chemische sector. Ook keek de inspectie live mee over de schouders bij praktijkprocessen. De hoop is dat deze actie leidt tot minder meldingen in de toekomst.

Bekijk origineel artikel

Nederland bouwt eigen AI-fabriek: minder afhankelijk van VS en China

Ries Deijkers is al sinds 1999 actief in de techwereld, en heeft zijn sporen verdiend met internetbedrijven. Maar pas in 2017 begon hij écht te duiken in Artificial Intelligence via zijn bedrijf Chatbots.expert. Klanten als KLM en BAM konden er terecht om hun bedrijfsprocessen slimmer te maken. Toch was het een reis naar China die de vonk deed overslaan.

“Daar zag ik hoe diep AI al zit in het dagelijks leven”, vertelt Ries. “Van het boeken van een taxi tot communicatie met overheden – alles draait op automatisering en slimme chatbots. Terug in Nederland besloten we: dit gaan wij ook doen, maar dan op eigen kracht.”

Maar terwijl AI wereldwijd snel vooruitging, bleef Nederland achter in investeringen. Volgens Ries had dat vooral te maken met geopolitiek. “We leefden lang op goede voet met de VS en dachten: waarom zouden we zelf bouwen? We kunnen gewoon gebruikmaken van Amerikaanse cloudservices.”

Tegenwoordig is dat beeld compleet veranderd. Door spanningen tussen grote machten én strengere regels zoals de GDPR, willen steeds meer bedrijven weten waar hun data precies terechtkomt. En dat is vaak een probleem. “Data die je aan OpenAI of andere Amerikaanse partijen geeft, verdwijnt standaard naar de VS. Voor veel Nederlandse bedrijven is dat onacceptabel.”

Toen Nick Jacobs, eigenaar van TFH Holland Group en medewerker bij Chatbots.expert, Ries vroeg wat hij nodig had om beter te presteren, wist hij het antwoord meteen: “Een AI-oplossing die volledig in Nederland draait. Zonder datareizen naar het buitenland.”

Uit die eenvoudige behoefte groeide AI Mills – een ambitieus plan voor de allereerste soevereine AI-fabriek van Nederland.

Van molens naar AI-molens

“Vroeger brachten windmolens Nederland welvaart”, zegt Ries met een knipoog. “Nu willen we met AI de volgende golf van innovatie en economische groei ondersteunen.”

Maar één grote fabriek bouwen? Dat bleek lastig. AI-systemen slokken enorm veel energie op. In plaats van alles op één plek te concentreren, kiest AI Mills voor een netwerk van modulaire AI-fabrieken – gehuisvest in zeecontainers, verspreid over het land. Elke container gebruikt ongeveer één megawatt stroom, en samen vormen ze één groot, gedistribueerd systeem.

“Voor klanten voelt het alsof ze één centrale AI-service gebruiken”, legt Ries uit. “Maar hun data blijft altijd binnen Nederland. Geen risico’s, geen juridische grijze gebieden.”

Slimme energie, duurzame keuze

Duurzaamheid staat centraal. De containers worden namelijk geplaatst op plekken waar juist veel groene energie beschikbaar is – denk aan wind- of zonneparken op agrarisch gebied.

“Als de zon schijnt en de wind waait, hebben we soms een energieoverschot. Dan kunnen we extra AI-taken draaien om druk van het net te halen. En omdat de containers verplaatsbaar zijn, kunnen we ze verhuizen naar waar de energie nu juist over is.”

AI voor iedereen, zonder flauwekul

Doel van AI Mills? AI toegankelijk maken voor elk bedrijf – klein of groot. Bedrijven kunnen hierbij GPU-capaciteit per uur huren of gebruikmaken van ‘AI as a Service’, volledig soeverein.

“Je leent wat je nodig hebt, betaalt alleen daarvoor – net als in een supermarkt”, licht Ries toe. “Stel: een winkelketen wil het koopgedrag van volgende week voorspellen. Die hoeft niet jarenlang te investeren in een eigen AI-model. Ze passen gewoon een bestaand model uit onze bibliotheek aan. Zo wordt AI snel, betaalbaar en schaalbaar.”

Het idee is om AI Mills uit te bouwen tot een echte innovatiehub – waar bedrijven, startups, universiteiten en ziekenhuizen samenwerken aan slimme oplossingen voor de toekomst.

Samenwerking maakt het verschil

De groei van AI Mills vergt veel kapitaal. Daar komt TFH Holland Group om de hoek kijken. Ries werkt al langer samen met deze beleggingsmaatschappij via Chatbots.expert, en die samenwerking loopt goed.

Jorieke de Vries-Goosen, commercieel directeur bij TFH Holland Group, legt uit waarom zij investeren in AI Mills: “In Nederland ontbreekt vaak voldoende venture capital voor AI. Veel slimme initiatieven stuiten op een financieringsmuur. Daardoor lopen we achter op de VS en China. Met deze investering doorbreken we die barrière.”

Binnenkort gaat TFH Holland Group een nieuw fonds oprichten, speciaal voor innovatieve bedrijven met maatschappelijke impact – en AI Mills is daar een sleutelspeler in.

“AI past perfect bij onze visie: investeren in sectoren van de toekomst, zoals technologie, zorg en voeding”, zegt Jorieke. “AI Mills maakt Nederland technologisch sterker én duurzamer. En tegelijkertijd kunnen onze andere bedrijven profiteren van de ontwikkelde AI-oplossingen. Zo bouwen we een onafhankelijke infrastructuur op – en worden we minder afhankelijk van het buitenland.”

Dat sluit mooi aan bij iets wat typisch Nederlands is, vindt ze: “Wij zijn groot geworden dankzij dijken en windmolens. Nu zetten we weer een stap vooruit – met AI Mills als nieuwe generatie ‘molens’ die Nederland op de kaart zetten als innovator.”

Samenwerken is kracht

Voor Ries is de samenwerking met TFH Holland Group veel meer dan alleen geld. “Als ondernemer loop je soms tegen tunnelvisie aan. Dankzij dit netwerk kan ik strategisch sparren en terugvallen op jarenlange expertise. Dat is goud waard.”

Zijn tip aan andere starters? “Bouw een betrouwbaar netwerk op. Kijk niet alleen naar de euro’s, maar naar wie je écht kan ondersteunen. Dat maakt het verschil tussen een bedrijf dat blijft staan… en één dat echt wint.”

Bekijk origineel artikel

Rechter gaat onderzoeken of vuurwerkaanslag op huis doel was: vrouw verloor been

Donderdag staat er een belangrijke dag op de kalender in de rechtbank van Den Bosch. Dan begint namelijk de strafzaak tegen drie mannen die worden verdacht van een zware aanslag in Nieuwkuijk. Het incident vond plaats in november 2024, toen een explosie het leven van een vrouw volledig op zijn kop zette – ze raakte haar onderbeen kwijt. Alleen: zij zou helemaal niet het doelwit zijn geweest.

Terug naar de nacht van 15 op 16 november 2024. Rond half drie ‘s nachts wordt de bewoonster wakker van een vreemd geluid. Curious als ze is, loopt ze naar de voordeur om te kijken wat er aan de hand is. Wat ze niet weet: aan de andere kant van die deur staat Gerrit de J. (34) klaar met een lawinepijl – zwaar vuurwerk dat hij afsteekt. De knal is gigantisch.

De gevolgen? Versplinterde ramen, een vernielde voordeur, dakpannen die naar beneden tuimelen… en de vrouw zelf zwaargewond. Door de kracht van de ontploffing verliest ze uiteindelijk haar been. Zowel fysiek als mentaal draagt ze de littekens van die nacht.

Na uitzendingen van Bureau Brabant en Opsporing Verzocht komen er beelden naar buiten van de daders. Op 26 november wordt Gerrit de J. uit ‘s-Hertogenbosch aangehouden. Later volgen nog twee verdachten: Othman H. (32) uit Den Bosch en Max V. (57) uit Rosmalen. Justitie denkt dat zij de opdracht hebben gegeven voor de aanslag.

Maar hier wordt het spannend: de politie gelooft dat het eigenlijk niet de vrouw in het huis moest zijn. Het doelwit zou haar buurvrouw zijn geweest. En ja, daar zit een persoonlijke lading aan: die buurvrouw is de ex van Othman H.

Tijdens een eerdere zitting verklaarde Gerrit de J. dat hij het vuurwerk alleen plaatste om iemand bang te maken – een waarschuwing, geen daad met dodelijke bedoeling. Maar justitie ziet dat anders: hij wordt verdacht van poging tot moord. Zijn twee medeverdachten worden verdacht van poging tot moord in vereniging, wat betekent dat ze samen zouden hebben samengespannen voor de aanslag.

Donderdag is de eerste echte hoorzitting. Dan maakt het Openbaar Ministerie bekend welke straffen er worden geviseerd. Spannende dag voor alle betrokkenen.

Bekijk origineel artikel