Bestuurster overleden na ongeluk bij Julianasluis in Gouda
Het is vandaag slecht nieuws uit Gouda. De bestuurster van de auto die vanochtend bij de Julianasluis in het water belandde, is aan haar verwondingen overleden. Het gaat om een 58-jarige vrouw uit Gouda zelf.
Haar auto kwam rond half tien ’s ochtends naast de brug terecht en zonk meteen. Duikers van de brandweer hebben het water afgezocht om te kijken of er nog meer mensen in de auto zaten, maar gelukkig werd niemand anders gevonden.
Hoe het ongeluk precies heeft kunnen gebeuren, is nog een groot vraagteken. De politie is daar nu onderzoek naar aan het doen. Om die reden is de sluis voorlopig dicht, wat betekent dat er geen boten meer doorheen kunnen varen.
Overigens zijn er bij die Julianasluis al een tijdje werkzaamheden gaande. Er wordt flink onderhoud gepleegd aan de beweegbare delen van de bruggen en de installaties. Dit klusje is onderdeel van een grotere opknapbeurt van het hele Julianasluizencomplex, wat in stukjes wordt aangepakt. De bedoeling is dat alles over een kleine tien maanden klaar is. Het complex bestaat uit twee sluizen en maar liefst vier ophaalbruggen.
Massa-ontsnapping IS-gevangenen vormt groot veiligheidsrisico
Een militair offensief van het Syrische leger heeft geleid tot een massale ontsnapping van IS-gevangenen. Dit gebeurde nadat de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) zich moesten terugtrekken om steden te verdedigen, waardoor gevangenissen en kampen onbewaakt achterbleven. Experts waarschuwen dat ontsnapte, harde IS’ers mogelijk kunnen terugkeren naar hun thuislanden, wat een groot veiligheidsrisico vormt.
Chaos na terugtrekking SDF
Het nieuwe Syrische regeringsleger, dat na het verdrijven van dictator Bashar al-Assad in december 2024 werd gevormd, is een offensief begonnen tegen de SDF. Deze groep, waarin veel Koerden zitten, controleert al jaren het noordoosten van Syrië. Onder dreiging van de aanval trok de SDF zich de afgelopen dagen terug, waardoor gevangenissen en het beruchte kamp al-Hol opeens onbewaakt waren. Op sociale media circuleren beelden van ontsnappende vrouwen en kinderen van IS’ers.
Tegenstrijdige berichten over ontsnappingen
Volgens een SDF-woordvoerder zijn ongeveer 1500 IS’ers vrijgekomen uit een gevangenis in Shaddadi. De SDF wijst het Syrische leger aan als verantwoordelijke voor de situatie en spreekt van “internationale onverschilligheid”. Het Syrische ministerie van Binnenlandse Zaken spreekt dit tegen en beschuldigt de SDF ervan zich zonder overleg terug te trekken om politieke druk uit te oefenen. Het Syrische leger beweert veel ontsnapten weer te hebben opgepakt.
“Harde IS’ers kunnen terugkeren”
“Vooral in zo’n rommelige machtsverschuiving vormt dit een groot veiligheidsrisico”, zegt terrorisme-expert Bart Schuurman. “Dit zijn harde IS’ers. Een deel van hen kan terugkeren naar het thuisland en mogelijk van plan zijn de beweging te ondersteunen met propaganda of aanslagen.” Hij benadrukt dat Europese landen verantwoordelijk zijn voor het terughalen en berechten van hun eigen staatsburgers, maar dat dit in de praktijk nauwelijks gebeurt.
Kamp al-Hol en een politiek drukmiddel
In kamp al-Hol verbleven tot voor kort naar schatting 37.000 mensen, voornamelijk vrouwen en kinderen van IS’ers. Correspondent Pepijn Nagtzaam legt uit dat de opvang van IS-gevangenen al jaren een politiek drukmiddel is. “De SDF heeft dit de afgelopen jaren vaker als drukmiddel gebruikt. Nu ligt dat drukmiddel niet meer bij de SDF, maar bij de Syische regering. De vraag is wat die met deze mensen gaat doen.”
Onzekere toekomst voor Koerden
De overname van de gevangenissen kan het einde betekenen van het Koerdische zelfbestuur in Noordoost-Syrië. De VS hebben laten weten dat de rol van de SDF is uitgespeeld. Voor de Koerden, die hun autonomie niet zomaar willen opgeven, is dit een bittere pil. Nagtzaam: “Vanuit al-Sharaa’s perspectief is het logisch dat hij integratie eist: je kunt geen verenigd Syrië hebben met allerlei losse gewapende groepen.”
Vuurwerkvandalen richten grote schade aan bij Udense voetbalclub
Een behoorlijk vervelende ontdekking voor voetbalclub UDI’19 uit Uden. Toen de sneeuw eindelijk wegtrok, kwam er een lelijk tafereel tevoorschijn: hun kunstgrasveld lag vol met vuurwerkafval en was op meerdere plekken zwaar beschadigd. De schade loopt in de papieren, naar schatting zo’n vijftienduizend euro.
Het eerste elftal zou vorige week de eerste oefenwedstrijd van het nieuwe jaar spelen. Vrijwilliger Willy Verwegen gaf in de middag nog het groene licht dat er gevoetbald kon worden, zonder te weten wat er onder de sneeuw lag. Pas ’s avonds kreeg hij het slechte nieuws. “Het veld lag vol rotzooi en er waren hele lappen gras kapot. Ik was ontzettend kwaad”, vertelt hij. “Voor het eerst in al die jaren kon ik de scheidsrechter niet eens ontvangen, omdat ik op mijn knieën het veld probeerde op te ruimen.”
Flesjes benzine veroorzaken brandplekken
Willy heeft een sterk vermoeden over hoe het is gebeurd. Hij denkt dat de daders flesjes met benzine hebben aangestoken, wat leidde tot meerdere brandplekken. “Er staken allemaal scherpe stukjes plastic uit het veld. Stel je voor dat een speler daar een sliding in maakt, dan is zijn seizoen meteen voorbij”, zegt hij bezorgd.
De velden zijn van de gemeente Maashorst. Zij hadden net de schade van oud en nieuw op een totaal van twaalfduizend euro gesteld, tot dit bericht binnenkwam. “We denken dat de schade bij UDI’19 op vijftienduizend euro uitkomt. Dat betekent dus bijna een verdubbeling”, legt Rik van de Burgt van de gemeente uit.
Veld inmiddels weer speelklaar
Gelukkig is het veld nu weer bespeelbaar. Een gespecialiseerd bedrijf is dinsdag aan de slag geweest om de boel te repareren. “Kunstgras is prijzig. Deze mat is pas twee jaar oud en moet nog zeker tien jaar mee”, aldus Willy. Om kleurverschillen te voorkomen, hebben ze stukken gras van naast het doel verplaatst naar de beschadigde plekken. Naast het doel ligt nu nieuw kunstgras.
Verschillende vrijwilligers hebben zich over de rommel ontfermd. “Ik schrok echt van de hoeveelheid afval. De volle zak woog zeker twee tot drie kilo”, blikt Willy terug. In totaal was ongeveer vijftien vierkante meter kunstgras vernield.
Bobsleeër Stephan Huis in ’t Veld opnieuw reserve voor Olympische Spelen
De olympische droom van bobsleeër Stephan Huis in ’t Veld uit Bergen op Zoom is voor de tweede keer op rij in duigen gevallen. Na een spannende krachtmeting tijdens de laatste wereldbekerwedstrijd heeft bondscoach Ivo de Bruin besloten dat zijn plek in de viermansbob wordt ingenomen door zijn provinciegenoot Janko Franjic. Stephan gaat wel mee, maar dan als reserve. Dat betekent dat zijn hoop om daadwerkelijk in actie te komen op de Spelen opnieuw vervlogen is.
Ook bij de vorige Winterspelen in Peking moest hij genoegen nemen met een reserverol, toen vanwege een blessure. “Het was een enorme teleurstelling,” vertelde hij daar toen over. “Helaas wilde de bond niet verder met me vanwege fysieke problemen. Ik had wat spierblessures en raakte mijn plek kwijt.” Ondanks die tegenvaller bleef hij strijdbaar en mikte hij op de Spelen van 2026. Maar ook dat plan lijkt nu niet door te gaan.
De bondscoach legt uit dat er bij die laatste wereldbeker in het Duitse Altenberg een duwtest is gedaan. Op basis van die uitslag krijgt Janko Franjic uit Breda de voorkeur voor die cruciale vierde remmer-plek. Franjic wordt nu de derde remmer in de viermansbob van stuurman Dave Wesseling. Leuk detail: ook zijn broer Jelen Franjic maakt deel uit van zowel de twee- als de viermansbob. De broers gaan dus samen van de helling af in Italië!
Het team had zich afgelopen maandag geplaatst voor de Spelen dankzij een achtste plaats in St. Moritz, maar een crash tijdens een training in Altenberg gooide even roet in het eten. Toch heeft NOC*NSF de voordracht goedgekeurd. Ook bij de kwalificatie voor de tweemansbob was het spannend: ze moesten rijden met een gehuurde Australische slee vanwege materiaalproblemen, maar wisten alsnog dat olympische ticket binnen te slepen.
Aanzienlijk deel zzp’ers komt niet twee jaar rond bij ziekte: ‘Bewust risico’
Uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat een flink aantal zelfstandigen financieel in de problemen kan komen als ze langdurig ziek worden. Het CPB keek hoe goed werknemers en zelfstandigen bestand zijn tegen het verlies van hun baan of inkomen door arbeidsongeschiktheid.
De cijfers laten zien dat ongeveer 70% van de zelfstandigen hun vaste lasten twee jaar kan blijven betalen als ze ziek worden. Onder zzp’ers die een verzekering hebben die na een jaar uitkeert, is dat zelfs 75%. Toch kan een aanzienlijke groep de eindjes maar een paar maanden aan elkaar knopen. Voor 15,4% lukt dat zelfs minder dan een half jaar.
Reacties uit de sector
Connie Maathuis van de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) noemt de cijfers bemoedigend. “Zelfstandigen dragen heel andere risico’s dan werknemers”, zegt ze. Ze is blij dat driekwart het twee jaar volhoudt en benadrukt dat in deze cijfers nog geen rekening is gehouden met andere manieren om risico’s af te dekken, zoals een private arbeidsongeschiktheidsverzekering. Toch erkent ze dat er ook zelfstandigen zijn die hun risico’s onvoldoende hebben afgedekt. “Wij motiveren hen om daar wel over na te denken.”
Ook Peer Goudsmit, medeoprichter van Comité ZZP, ziet dat veel zzp’ers bewuste keuzes maken. “De zzp’er is een ondernemer, maakt eigen keuzes en neemt bepaalde risico’s, en daar hoort ook ziekte bij”, legt hij uit. Volgens hem zorgen veel zelfstandigen op andere manieren voor een vangnet, zoals met spaarbuffers, een partnerinkomen, lagere vaste lasten of door deelname aan een broodfonds – een collectief waar ondernemers elkaar financieel helpen bij langdurige ziekte.
Nieuwe verplichte verzekering op komst
Er is een wet in de maak die zelfstandigen verplicht zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid: de wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid voor Zelfstandigen. De planning is dat deze wet in 2030 ingaat. Ongeveer een miljoen zelfstandigen, voornamelijk zzp’ers, zouden hieronder gaan vallen. Zij betalen dan maximaal 171 euro per maand premie. Na twee jaar ziekte keert de verzekering een uitkering uit tot het niveau van het minimumloon, tot aan de AOW-leeftijd.
Op dit moment is driekwart van de zelfstandigen niet verzekerd, vaak omdat ze het onnodig of te duur vinden, of omdat ze zich vanwege hun gezondheid niet kunnen verzekeren. Het CPB-rapport suggereert dat de nieuwe verplichte verzekering voor een beperkte groep echt iets zal betekenen. Jonneke Bolhaar, hoofd arbeid en kennis bij het CPB, legt uit: “We zien dat een deel van de zelfstandigen het slechts korter dan een jaar volhoudt om de vaste lasten te betalen als hun inkomen wegvalt.” Dat betekent dat sommigen al in financiële problemen zitten voordat de verplichte verzekering na twee jaar überhaupt uitkeert.
Kritiek en vervolgstappen
De Raad van State was in december kritisch over de nieuwe wet en noemde deze ‘niet of nauwelijks uitvoerbaar’. De VZN buigt zich momenteel over dit advies. Connie Maathuis verwacht volgende week met een reactie te komen en zal dan mogelijk ook dieper ingaan op het CPB-rapport.
Twee fatale treinongelukken in drie dagen in Spanje: toeval of structureel probleem?
Spanje werd deze week opgeschrikt door twee dodelijke treinongelukken in slechts drie dagen. Machinisten slaan nu alarm en roepen op tot een algemene spoorwegstaking. De zorgen zijn niet nieuw: vorig jaar stuurde hun vakbond al een waarschuwende brief naar spoorbeheerder Adif over de veiligheid. De grote vraag is nu: hebben we te maken met toeval of is er een dieperliggend, structureel probleem met de infrastructuur?
Vakbond waarschuwde al: “Talloze gaten en losse rails”
Vakbond SEMAF wees op meerdere trajecten van het hogesnelheidsnet. Ze stellen dat machinisten dagelijks stuiten op “talloze gaten in het spoor, losse rails en oneffenheden in de bovenleiding”. Volgens de bond zijn deze problemen herhaaldelijk bij Adif gemeld, maar zonder dat er concrete maatregelen volgden. Hun belangrijkste eis was een tijdelijke snelheidsverlaging naar 250 kilometer per uur, totdat het netwerk weer veilig is voor hogere snelheden. Of Adif hierop heeft gereageerd, is onduidelijk. Wel is na het ongeluk van zondagavond de maximumsnelheid op sommige trajecten tijdelijk verlaagd.
Politieke reacties: emotie versus verontwaardiging
Minister van Transport Óscar Puente gaf in de media aan dat de stakingsplannen vooral worden aangewakkerd door de “emotionele staat van de machinisten” na het verlies van collega’s. De grootste oppositiepartij, de Partido Popular, vond deze uitspraak “moreel verwerpelijk”. Ook regionale politici, vooral uit Catalonië, zetten de centrale overheid onder druk. Zij vinden dat er te weinig wordt geïnvesteerd in regionale spoorlijnen en dat het infrastructuurbeleid uit balans is.
Video’s van reizigers tonen problemen
In de dagen na het ongeluk bij Córdoba doken er online video’s en foto’s op van reizigers die problemen op het spoor vastlegden. Veel beelden laten hevige trillingen en onregelmatige bewegingen in de trein zien. Een veel gedeelde TikTok-video van María Urbaneja, die ongeveer 24 uur voor het ongeluk werd geplaatst, toont zulke trillingen. Ze noemde het “een schande” dat ze bijna haar hele reis zo moest doorbrengen.
Toeval of structureel falen?
Waar de aandacht de eerste dagen vooral uitging naar de slachtoffers en de hulpverlening, is er nu een bredere maatschappelijke discussie ontstaan. Kunnen twee dodelijke ongelukken in zo’n kort tijdsbestek nog worden afgedaan als toeval? Of wijzen ze op structurele tekortkomingen in het onderhoud en toezicht op het spoor? De komende tijd moet uitwijzen of gebrekkig onderhoud een rol heeft gespeeld. Reizigers kunnen intussen rekening houden met vertragingen, hinder en mogelijk langdurige snelheidsbeperkingen.
