Verkiezingen Aanstaande? Laat Horen Wat Jij Denkt Over Je Gemeente!
Woon je in Brabant en vind je dat er iets moet veranderen in jouw dorp of stad? Of juist niet? Want laten we eerlijk zijn: gemeentebeslissingen raken ons allemaal. Denk aan betaalbare huizen, veiligheid ’s avonds, waar asielzoekers terechtkomen, hoeveel groen er rondom staat of hoe vaak de vuilnis wordt opgehaald. En wie krijgt nou toestemming om te parkeren waar?
Over ongeveer een week tijd – half maart dus – kiezen we weer een nieuwe gemeenteraad. En dan kunnen er echt keuzes worden gemaakt. De ene partij zegt: “Laat maar veel asielzoekers binnen, we hebben plek”, terwijl een andere meteen begint over beperkingen. Weer iemand anders roept: “Meer politie op straat!” en weer een ander: “Geef geld aan het OV, dan hoef je minder te rijden.”
En dan heb je nog de discussie over thuiszorg voor mensen met chronische klachten, extra budget voor scholen of wie belooft dat er eindelijk meer woningen komen. Kortom: genoeg om over te twisten.
Omroep Brabant wil weten: wat ligt bij jou op de plank? Wat moet als eerste aangepakt worden in jouw gemeente, en waarom? Voel jij je gehoord? Heb je vertrouwen in de mensen die besluiten nemen? Of juist niet? En heb je zelf ervaringen met de gemeente of een overheidsinstantie die je kwijt wilt?
We vragen je daarom mee te doen aan een kort publieksonderzoek, samen met andere regionale omroepen en de NOS. Het invullen duurt zo’n tien minuten. Dit is geen opiniepeiling zoals die van Ipsos of Elsevier, maar meer een verzameling van echte verhalen en ervaringen. Wij willen weten wat Brabanders écht bezighoudt.
Jouw input helpt ons om beter te vertellen wat er speelt in jouw regio. Dus: laat horen wat je denkt! Deel een situatie die je raakte, geef een voorbeeld uit je eigen buurt.
Klik hieronder om de vragenlijst in te vullen en je stem te laten horen. Alvast bedankt!
Heb je een verhaal dat je liever anoniem of vertrouwelijk kwijt? Stuur dan een mail naar [email protected] of gebruik de anonieme meldpagina via Publeaks.
Pensioengat bij baanwissel: pas op voor duizenden minder aan pensioen
Als je werkt en je pensioen opbouwt via een verzekeraar in plaats van een pensioenfonds, dan is er iets waar je nú al rekening mee moet houden – vooral als je overweegt om van baan te wisselen. Want zo’n overstap kan later zorgen voor een flink pensioengat, soms zelfs tienduizenden euro’s. En dat terwijl je juist denkt dat je alles goed hebt geregeld.
Dit probleem komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het heeft te maken met de grote verandering in het Nederlandse pensioenstelsel. Vanaf 1 januari 2028 moeten ook pensioenverzekeraars voldoen aan de nieuwe regels – net zoals pensioenfondsen al doen. En daar zit ‘m precies de kneep.
Hoe werkte het oude systeem?
Tot nu toe was het zo: hoe ouder je werd, hoe meer premie je afstond van je salaris voor je pensioen. Als je begon te werken, kon dat beginnen bij zo’n 8 procent. Maar op je 60ste kon dat oplopen tot maar liefst 35 procent. Dat klinkt veel, maar het idee was dat je in de tweede helft van je carrière harder spaart voor je oude dag.
Wat verandert er?
In het nieuwe stelsel gaat iedereen – ongeacht leeftijd – dezelfde premie betalen. Denk aan zo’n 16 procent. Dat is eerlijker verdeeld, maar hé, wat betekent dat nou voor mensen die al midden- of eindje in hun loopbaan zitten?
Stel: jij zat al boven die 16 procent in je oude regeling. Dan ga je straks minder premie betalen. Lekker, want je houdt dus meer over van je loon. Maar… er zit een addertje onder het gras: je bouwt daarmee ook minder pensioen op. En dat kan flinke gevolgen hebben.
Duizenden tot tienduizenden euro’s kwijt?
“Het kan echt gaan om serieuze bedragen,” waarschuwt Frank Verschuren, pensioenadviseur van AethiQs. “We spreken hier van duizenden, soms tienduizenden euro’s aan minder pensioenkapitaal. En veel mensen beseffen dat gewoon niet.”
Ook hoogleraar Marike Knoef van Netspar bevestigt: “Het nieuwe stelsel heeft veel goede kanten, maar in bepaalde gevallen kunnen er nare klappen vallen. Dit is er een van.”
Oplossing? Ja, maar niet voor iedereen
Er is wel een manier om dit te voorkomen: werkgevers kunnen ervoor kiezen om de eerbiedigende werking toe te passen. Dat betekent: wie er al werkt voor 2028, blijft in de oude regeling. Zij blijven dus hun hogere premie betalen en bouwen hun pensioen gewoon verder op zoals voorheen.
En dat doen de meeste bedrijven ook, zegt Verschuren. “Werkgevers willen oudere medewerkers niet teleurstellen. Ze snappen dat het vervelend is om op latere leeftijd ineens minder op te bouwen.”
Maar hier komt ‘m dan: als jij in zo’n oude regeling zit, maar je besluit om van baan te wisselen, ben je die bescherming kwijt. Je nieuwe werkgever zit mogelijk in het nieuwe stelsel, met die vaste premie van 16 procent. En als jij al in de 40 of 50 bent, betekent dat een forse daling in je pensioenopbouw.
Wat kun je doen?
Verschuren heeft een duidelijk advies: “Denk écht goed na voordat je van baan wisselt. Vooral als je dichtbij pensioenleeftijd zit. Vraag financiële compensatie als tegenprestatie. Misschien kun je hoger salaris vragen om het verschil op te vangen.”
Je houdt dan weliswaar meer over per maand, maar je moet dat geld zelf stukken disciplineuzer opzij leggen. Anders is het later: oeps, waar is mijn pensioen gebleven?
Meer aandacht nodig
Knoef vindt dat er gewoon té weinig wordt nagedacht over deze kwestie. “Soms schrik ik echt van hoe weinig mensen hierover weten. We praten over hun toekomstige inkomen, over serieus geld. Dit verdient veel meer aandacht.”
De AFM dringt er al op aan dat verzekeraars en werkgevers duidelijker zijn over de risico’s. En volgens het Verbond van Verzekeraars gebeurt dat ook al: via websites, jaarlijkse overzichten en afscheidsbrieven worden werknemers gewaarschuwd.
Toch blijft het belangrijk: check zelf wat jouw situatie is. Want jouw toekomstige pensioen is geen kleinigheid – en zeker geen ding dat je achteraf kunt terugdraaien.
Discounters winnen terrein in de winkelstraat: schaamte om er te shoppen is verleden tijd
Vroeger had je het beeld: goedkoop is saai, lelijk en van slechte kwaliteit. Als je bij een discounter kocht, voelde het soms alsof anderen je meteen afkeurend aankeken. Maar die tijd ligt achter ons, zo blijkt uit wat retailspecialisten zeggen.
Hans Eysink Smeets, expert op het gebied van detailhandel, legt uit dat het oude beeld van tl-verlichting en kale wanden langzaam maar zeker verdwijnt. “Tegenwoordig zie je niets in zo’n winkel wat zegt: ‘Wat ben jij nou aan het doen hier?’” De sfeer is veel aangenamer geworden – minder ‘achteraf’, meer ‘ja, waarom zou ik dit niet doen?’
En daar profiteren discounters flink van. Zelfs mensen die financieel niet per se op hun centen hoeven letten, lopen nu regelmatig tussen de rekken. “Waarom zou je ergens anders meer betalen als je hetzelfde product bij Action of Wibra kunt krijgen?” vraagt Eysink Smeets zich hardop af.
Dat de groei van discounters fors is, zie je ook in cijfers. Terwijl het totale aantal winkels in Nederland de laatste jaren hard terugliep – van 105.000 in 2010 naar nu iets meer dan 79.000 – groeit het aantal vestigingen van ketens als Action, Kik en Normal juist hard. Dat komt onder andere doordat ze slim zijn in hun kostenbeheer en snel kunnen inspringen op beschikbare winkelpanden.
Peter van Heerde van Rabobank wijst erop dat Nederlanders gewoon houden van een goede deal. “Denk maar aan de populariteit van Chinese webshops. Sinds de prijsstijgingen na corona, mede door de energiecrisis, letten consumenten veel beter op hun uitgaven.” En hoewel onze koopkracht eigenlijk stijgt, kiezen veel mensen ervoor om toch zuinig te zijn – denk aan de onrust rond de oorlog in Oekraïne of geopolitieke spanningen elders. “In onzekere tijden sparen we meer, en dat zie je terug in de keuzes die mensen maken.”
Maar het gaat niet alleen om prijs. Ook het assortiment trekt. Ketens als Wibra en Action hebben vaak een verrassend breed aanbod, en het wisselt regelmatig. “Je komt voor één ding, en loopt er met drie tassen uit,” zegt Van Heerde. “Daar draait het natuurlijk ook om.”
Bovendien is de kwaliteit van huismerken bij veel discounters flink verbeterd. “Vaak kun je nauwelijks verschil zien met A-merken,” aldus Van Heerde. En sommige winkels, zoals Kruidvat, verkopen zelfs bekende merken – maar dan tegen lagere prijzen dan bij reguliere drogisterijen of supermarkten.
Hoe kunnen ze dat allemaal? Door slim om te gaan met kosten. Denk aan inkopen in grote hoeveelheden (Action heeft bijvoorbeeld ruim 3000 winkels wereldwijd), minder geld uitgeven aan winkelinrichting, en zelden een complete renovatie. “De regel is: elke zeven jaar vernieuwen. Maar ketens als Scapino of Wibra doen dat gewoon niet,” zegt Eysink Smeets.
Ook spelen service en locatie mee. Minder personeel, kleinere dienstenverlening – dat drukt de kosten. En waar andere winkels vaak alleen de begane grond willen, nemen discounters ook de eerste verdieping. “De huur is lager, en klanten vinden het geen probleem om even met de roltrap omhoog te gaan voor een goede prijs.”
Tot slot hebben discounters ook pech gehad van het faillissement van oudere ketens zoals Blokker, Bristol en Big Bazar. Die panden werden snel overgenomen door nieuwe spelers. Wibra, Normal en Kik namen al snel nieuwe plekken in, en consumenten volgden – soms zonder het zelf door te hebben.
Iraans regime onder druk, maar revolutie hangt nog in de lucht
De straten van Iran staan vol met lijkzakken – een grimmig beeld van hoe hard het regime reageert op de protestgolven die momenteel door het land rollen. Ayatollah Khamenei, de opperste leider, zit duidelijk onder vuur. Niet alleen worden er massaal mensen op straat gezien die tegen het systeem in opstand komen, ook de dreiging van een Amerikaanse militaire aanval hangt als een donderwolk boven zijn hoofd. Experts zien dat dit keer iets anders voelt dan bij eerdere grote protestbewegingen in Iran. Toch is het nog lang niet zeker dat dit uitmondt in een echte revolutie.
“Van een revolutionaire situatie zijn we echt nog ver gekomen,” zegt Erwin van Veen van Clingendael. Een cruciale factor? De houding van het leger. Tot nu toe zie je geen beelden van soldaten die hun wapens neergooien of kant kiezen bij de demonstranten. En dat terwijl het internet grotendeels platligt – dus wie weet wat er écht speelt achter de schermen?
“Zonder dat minstens een deel van de strijdkrachten zich neutraal opstelt of overloopt, loopt elke revolutie dood,” legt Hazem Kandil uit, verbonden aan de Universiteit van Cambridge en auteur van The Power Triangle, een boek over machtswisselingen. Hij wijst erop dat de meest invloedrijke troepen in Iran – de Revolutionaire Garde – direct onder Khamenei vallen. Die elite-eenheid heeft niet alleen enorme politieke en militaire macht, maar ook een ijzeren greep op de economie.
Kandil denkt dat juist de reguliere politie of het standaard leger eerder zou kunnen breken dan de Gardisten. Die laatsten zijn namelijk flink geïndoctrineerd en nauwlettend in de gaten gehouden. Maar zelfs al zouden ze twijfelen: voorlopig blijft het stil.
Peyman Jafari, Iran-kenner en historicus, benadrukt dat je voor een echte omwenteling miljoenen mensen nodig hebt – niet slechts honderdduizenden verspreid over verschillende steden. “We zien vastberadenheid, ja. En duizenden betogers zijn al gedood. Dat toont potentie voor een volksopstand. Maar het is nog lang niet genoeg.”
Voorbeelden uit het verleden helpen. Bij de val van de sjah in 1979 was er sprake van een landelijke staking. Ook nu hebben bazaarmarkten hun deuren gesloten – een krachtige symbolische actie. Maar Jafari waarschuwt: “De economie is sindsdien flink veranderd. De bazaar telt gewoon minder dan vroeger.” Voor een succesvolle opstand zou je nu ook vrachtwagenchauffeurs, ambtenaren, voedselproducenten, staalarbeiders en oliewerkers massaal moeten zien staken. “Dat gebeurt nu niet.”
En dat is misschien ook niet zo gek, gezien de extreme repressie. Het regime schiet met echt munitie op demonstranten, en het aantal executies is de afgelopen jaren fors gestegen. Hoe harder de knuppel, hoe moeilijker het wordt om mensen te mobiliseren.
Eén ding is duidelijk: hoe meer eenhoud binnen de oppositie, hoe groter de kans dat andere ontevreden groepen zich aansluiten. “We moeten afwachten of er in de komende dagen een charismatische figuur opduikt die alles kan bundelen,” zegt Kandil. Zo iemand kan de doorslag geven – of alsnog hervormingen forceren.
Maar Iran is een groot land, met ruim 90 miljoen mensen en veel etnische en religieuze minderheden. De oppositie is tot nu toe moeilijk te verenigen. Het regime doet daar ook alles aan om – verdeel en heers is hier al jaren beleid. “In 1979 waren er sterke netwerken tussen oppositiegroepen. Nu zien we van buitenaf niets dergelijks,” aldus Kandil.
Reza Pahlavi, zoon van de destijds afgezette sjah, probeert zichzelf op te werpen als gezicht van de beweging. Maar hij is net zozeer een deler als een vereniger. Volgens peilingen steunt ongeveer een derde van de bevolking hem, terwijl een ander derde fel tegen hem is. Duidelijk geen held voor iedereen.
Erwin van Veen ziet voorlopig ook geen kans op een coup van binnenuit. “De elite rond Khamenei heeft na eerdere protesten alle macht naar zich toe getrokken. Ze identificeren zich sterk met de Islamitische Revolutie. Zolang die eenheid blijft, zal het regime gewoon doorgaan met brute repressie.”
Tot slot: een mogelijke militaire aanval door de VS zou alles kunnen veranderen. Maar hoe groot dat effect is, hangt af van de omvang, de doelstellingen en het resultaat. Gisteravond liet de Amerikaanse VN-ambassadeur weten: “President Trump heeft duidelijk gemaakt dat alle opties op tafel liggen.”
Beoogd VS-ambassadeur voor IJsland zegt sorry: ‘IJsland geen 52e staat’
Billy Long, de man die in de pijplijn staat om ambassadeur van de Verenigde Staten in IJsland te worden, heeft zijn excuses aangeboden – nog voordat hij de baan officieel heeft. Zijn opmerking tijdens een bijeenkomst in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden zorgde namelijk voor flink wat ophef. Gisteren meldde nieuwsplatform Politico dat Long grapte dat IJsland “binnenkort de 52e staat van de VS zou worden”.
Dat klonk bij veel mensen vreemd in de oren – terecht, want de VS bestaat nu eenmaal uit vijftig staten. En al was het maar een mop tussen oude bekenden, de woorden vielen niet goed. “Het was niet serieus bedoeld,” verklaarde Long tegenover Arctic Today. “Ik stond te kletsen met mensen die ik jaren niet had gezien.” Maar hij beseft dat het verkeerd kon overkomen: “Als er mensen door beledigd zijn, bied ik mijn excuses aan.”
Toch bleef de schade zitten. Het IJslandse ministerie van Buitenlandse Zaken vond het belangrijk om met de Amerikaanse ambassade in Reykjavik contact op te nemen, gewoon om zeker te weten of Long dit echt had gezegd. Tegelijkertijd begon online een petitie te circuleren waarin wordt gevraagd Long af te wijzen als ambassadeur.
Deze reacties zijn niet uit de lucht komen vallen. De spanning rond Noord-Europa loopt namelijk al een tijdje op, vooral sinds president Trump eerder liet weten interesse te hebben in Groenland – en zelfs ooit zei dat hij Canada de 51e staat wilde maken. In dat licht klinkt zo’n grap dus minder grappig en meer als een ongemakkelijke hint.
Ook Nederland houdt de situatie in de gaten. Vanwege de toenemende geopolitieke spanningen in het noorden stuurt ons land één militair naar het gebied. Minister van Buitenlandse Zaken David van Weel legt uit waarom dit nodig is – maar daarover meer elders.
