Hoe jong moet je beginnen om wereldkampioen schaken te worden?
Stel je voor: de volgende grootmeester die ooit de wereldtitel in schaken pakt, zit nu gewoon als kind achter een scherm in Delhi, Peking of misschien zelfs in jouw straat. En als zo’n uitzonderlijk talent in Nederland opduikt, dan wil je als schaakbond natuurlijk klaar zijn. Maar daar komt een lastig dilemma bij kijken – vooral als het gaat om hoe jong je kinderen al serieus moet begeleiden.
De Nederlandse schaakbond heeft daarom speciaal beleid om jonge topspelers op te sporen en te ondersteunen. Alleen… hoe ver mag je gaan? Want kijk maar naar toernooien als het Tata Steel-toernooi, dat zaterdag van start gaat: de spelers worden steeds jonger. Denk aan de 14-jarige Turk Yagiz Kaan Erdogmus of de pas 12-jarige Argentijn Faustino Oro. De gemiddelde leeftijd van deelnemers is nu maar liefst 23 jaar – het laagste ooit.
Toernooidirecteur Jeroen van den Berg: “Dertig jaar geleden had ik nooit durven zeggen dat een 14-jarige meedeed aan zo’n topgroep.” Schaken verjongt zich snel, en talent breekt vroeg door. Dus als je mee wilt doen op wereldniveau, moet je al heel jong actie ondernemen.
Gelukkig ziet de Nederlandse bond hier geen groot probleem qua ontdekking. “We zijn klein, maar goed georganiseerd met clubs en toernooien overal”, zegt Jeroen Bosch, technisch directeur. Er is alweer een nieuw veelbelovend Nederlands talent gevonden, laat hij weten. Maar: “Ik noem de naam nog niet. Dat zou alleen druk creëren.”
En dat druk maken, is precies waar de bond voor waakt. In andere landen zien jonge sterren hun leven volledig draaien om schaken – geen normaal schooltraject, constant reizen, dagelijks trainen met een persoonlijke coach. Bosch: “Zo’n situatie willen we hier liever niet. Is het wel ethisch verantwoord? Hoe jong moet je kinderen al laten leven als profsporters?”
Van den Berg benadrukt dat dit in Nederland gewoon niet past. “Het lijkt ons raar dat een kind al op 8-jarige leeftijd volledig wordt vrijgemaakt voor sport. Maar in andere culturen is dat juist trotsheidswaardig. Daar staan ze pal achter hun jonge toppuntjes.”
Tegelijkertijd is de concurrentie harder dan ooit. Dankzij internet heeft iedereen overal ter wereld toegang tot schaakkennis. Vroeger zat dat soort expertise vaak op één plek, zoals in de voormalige Sovjet-Unie. Nu ligt alles online. Plus: schaakcomputers helpen spelers met analyseren, waardoor leerprocessen veel sneller gaan.
Daardoor beginnen kinderen niet alleen eerder, maar worden ze ook razendsnel beter. Wie pas in de tienerjaren begint, mist cruciale jaren aan training. En de echte super-talenten? Die hebben al sponsors én privétrainers in de arm genomen.
De Nederlandse bond komt dus niet altijd op tijd binnen. Bosch: “Een 8-jarige kan prima terecht bij de lokale club. Op een gegeven moment komen we erbij en vragen: kunnen wij helpen?” Maar een groot dilemma blijft: moet je een kind uit zijn thuissituatie halen? “In Nederland denken we van niet. Online training werkt prima, en dat scheelt ingrijpen in het gezinsleven.”
De bond doet wat ze kunnen om jong talent te vinden en te begeleiden, zegt Van den Berg. En het lukt ook. Maar vergeleken met landen als China of India zie je toch duidelijke cultuurverschillen. En daarom is er een nare gedachte die blijft hangen: “Als Nederland ooit een supertalent zoals Erdogmus krijgt, zal hij of zij gewoon een achterstand hebben.”
Van der Poel geeft Benidorm een miss, oog gericht op wereldtitel
Mathieu van der Poel zet de veldrit in Benidorm aan zijn laars. De Nederlander, 30 jaar jong, zal zondag niet starten in de wereldbekerwedstrijd in Spanje. Zijn ploeg, Alpecin-Premier Tech, laat weten dat de rit gewoonweg niet past binnen zijn voorbereiding. Van der Poel heeft dit seizoen al vijf wereldbekerritjes gereden – en won ze allemaal. Op dit moment staat hij net bovenop de klassementstand met 200 punten, tien meer dan de Belgische rivaal Thibau Nys.
Er staan nog twee wereldbekerwedstrijden op de planning: Maasmechelen en Hoogerheide. Daar wil Van der Poel wel aan meedoen. Het doel is duidelijk: optimaal in vorm komen voor het WK veldrijden, dat op 1 februari plaatsvindt in Hulst. Moest hij daar de regenboogtrui bemachtigen, schrijft hij geschiedenis als recordhouder met liefst acht wereldtitels. Nu deelt hij dat record nog met de legendarische Belg Erik De Vlaeminck.
Van monteur naar navigator in Dakar Rally: wat het takes om je weg te vinden in de woestijn
Marnix Leeuw (20) zit voor het eerst achter het stuur van een truck tijdens de Dakar Rally, en elke etappe eindigt – hopelijk – met een goede finish. Maar hij doet dat niet alleen. Naast hem zit Marco Siemons (50) uit Mierlo, de man die de weg wijst door de oneindige zandvlakten van Saoedi-Arabië. Wat maakt iemand nou echt geschikt om navigator te zijn in één van de zwaarste rally’s ter wereld?
“Je moet kunnen lezen terwijl je schokkerig over duinen vliegt. Veel mensen kunnen dat gewoon niet – ze worden er zelfs misselijk van,” vertelt Siemons. Hij straalt rust uit, en dat is precies wat Leeuw nodig heeft. Als 20-jarige rookie is het belangrijk dat hij zich volledig kan focussen op rijden. “Ik geef aan wat er aankomt, Marnix bevestigt. Daarnaast houden we het rustig in de cabine. Geen paniek, altijd kalm blijven. Monteur Bert en ik hebben jaren ervaring, dus als er iets misgaat, weten we snel wat te doen.”
In de truck laat Siemons zijn werkplek zien: twee tablets voor zijn neus tonen het routeboek en de kaart. De hele dag lang houdt hij afstanden en koersgraden in de gaten. “Je mag de route aanpassen waar je wilt, zolang je maar alle waypoints haalt. Het gevaar? Als je een snellere weg probeert, kun je ineens in een kuil of greppel belanden. Je kunt tijdwinst boeken door af te snijden, maar dan moet je wel heel goed opletten wat er voor je ligt.”
Benieuwd hoe het leven in zo’n truck eruitziet? “Pas heel kort voor de start krijg je de etappevoorschriften. Elke keer weer een verrassing. Maar abracadabra? Nee hoor, ik vind het niet zo spannend. Alles wat ik bereken, geef ik door aan de rijder. Rust bewaren en een beetje stressbestendig zijn – daar draait het om.” Genieten van het landschap? Fijn, maar geen tijd. Toch is navigeren pure passie voor Siemons. “Een vrachtwagen op 135 km/uur over de woestijn laten razen en anderen inhalen? Dat voelt fantastisch. Die brute kracht van de truck is ongelofelijk.”
Dit is al zijn vijfde Dakar Rally. Zijn eerste keer was als monteur bij Eindhovenaar Marc Leeuw. Daarna werkte hij drie keer mee bij Van Velsen Rallysport. Nu zit hij naast Marnix – de zoon van Marc. “Toen Van Velsen vroeg of ik wilde navigeren, was ik open voor de kans. Maar dan moest het wél goed. Ik heb een cursus gevolgd en alles eigen gemaakt. In het begin gebruikten we nog een papieren routeboekje – daar kleurde ik alles handmatig in.”
Het verschil tussen rijden met vader en zoon? Duidelijk. “De ene rijdt wat bruter, de andere is beheerster. Zonder namen te noemen: de jongste heeft wat meer ruimte in zijn hoofd,” grapt hij. “Marnix heeft ontzettend veel controle. Hij schakelt snel, is leergierig en rijdt steeds vertrouwender dan aan het begin van deze rally.”
Over de toekomst? Siemons houdt het vaag. “Hij is pas 20, maar als je zo hard én beheerst over het parcours gaat, dan heb je te maken met een echte talent. We hoeven niets te forceren. Laten we hem gewoon zijn ding doen.”
Sterspeler Steins slaat alarm: ‘Manlijk handbal in Nederland zit in crisis’
De afgelopen jaren heeft het Nederlandse mannenhandbal een mooie opmars gemaakt. We zien Oranje regelmatig meedoen op grote toernooien, iets wat vroeger bijna ondenkbaar was. Maar achter de schermen is er volgens sterspeler Luc Steins flink wat reden tot bezorgdheid. Net voor het begin van het EK laat hij weten: hij maakt zich grote zorgen over de toekomst van het herenhandbal in Nederland.
“Als je kijkt naar waar we nu staan als team, klinkt dat positief. Maar als je dieper duikt, dan zie je dat het onderhuidse probleem groter wordt”, aldus Steins. De 30-jarige playmaker, actief bij Paris Saint-Germain in Frankrijk, is al jaren het gezicht van het Oranje-elven. Dankzij hem en andere toppers als Kay Smits (nu geblesseerd), Dani Baijens en Niels Versteijnen is het niveau van het nationale team omhooggeschroefd. Toch vreest Steins dat deze generatie misschien wel de laatste sterke ploeg is voor een lange tijd.
Geen duidelijke opvolging in zicht
Een groot probleem? Er is simpelweg nog geen nieuwe generatie klaar om over te nemen. “Ik zie mijn opvolger nog niet lopen bij de jeugd”, geeft Steins eerlijk toe. En dat komt niet alleen doordat jonge spelers minder talent hebben, maar vooral omdat de basis onder het mannelijke handbal steeds dunner wordt.
Ook de Nederlandse competitie verliest aan glans. Frisse clubs verdwijnen of worstelen met financiële problemen. Zo is Steins’ oude club, de Lions, inmiddels failliet. “En je ziet dat andere mannenteams het ook moeilijk hebben. Die clubs zijn juist nodig om spelers te ontwikkelen en het nationale team sterk te houden.”
Te weinig jongens, te veel obstakels
Het draait om geld, maar nog meer om aanwas. “De vijver is gewoon te klein”, legt Steins uit. Er zijn veel minder jongens actief in het handbal dan meisjes. Volgens cijfers van het NHV speelden er in 2025 ruim 45.000 mensen in georganiseerde clubs – maar slechts een kwart daarvan was man.
Daardoor moeten jonge jongens vaak ver reizen om op hoog niveau te spelen. “Dan moet je als twaalfjarige al elke week uren in de auto zitten. Dat vraagt veel van jonge families. En handbal moet toch vooral plezier maken. Als het al zo zwaar wordt, dan stappen ze er snel bij weg.”
Buitenland trekt talent aan
Terwijl de Nederlandse vrouwen profiteren van structuren zoals de Handbalacademie op Papendal, kiezen veel beloftevolle jongens voor opleidingen in het buitenland. Denk aan Duitsland, waar de Bundesliga een veel fysiekere en intensievere sfeer biedt. Rechteropbouw Niels Versteijnen koos destijds ook voor die route. “Al op jeugdniveau merkte ik het verschil. In Duitsland word je veel harder getraind en is de competitie veel krachtiger.”
Steins vreest dat Nederland de boot al heeft gemist. “Laten we hopen van niet. Maar er moet snel een goed plan komen om dit gat te dichten. Anders hebben we straks gewoon één sterke generatie gehad, en dan begint alles weer van voren af aan.”
Wereld blijft niet wachten
Zelfs al presteert Oranje nu goed, Steins denkt dat het tijdelijk is. “We worden ingehaald door landen die betere jeugdopleidingen hebben. Denk aan Portugal, de Faeröer, Zwitserland, Griekenland. Die investeren slim en consequent. Dat maakt me bang.”
Op het huidige EK in Malmö staat Oranje meteen voor een zware opgave. In de groep zitten thuisspelende Zweden en vice-wereldkampioen Kroatië. Georgië maakt de poule compleet. “Als je één van die twee grote ploegen niet verslaat, wordt de volgende ronde heel lastig”, zegt Steins. “En dan moet je ook nog winnen van Georgië.”
Toch gelooft hij in een stunt. “We hebben al vaker bewezen dat we kunnen winnen zonder favoriet te zijn.”
Taboada: nieuwe troef in het elftal
Een positief puntje aan de horizon is Reinier Taboada. De 28-jarige geboren Cubaan heeft eindelijk het Nederlandse paspoort en mocht na goedkeuring van de internationale bond mee met het team. Sinds oktober 2024 is hij officieel Nederlands, trouwde met zijn Nederlandse vriendin en startte een gezin hier. “Ik wil graag mijn Nederlandse familie vertegenwoordigen”, zei hij bij zijn debuut.
Taboada speelde al voor Cuba, maar maakte de overstap naar Europa tien jaar geleden. Via clubs in Portugal, Frankrijk, Noord-Macedonië en Denemarken belandde hij bij Benfica. Bij Oranje kreeg hij direct een belangrijke rol in de verdediging en viel op met zijn harde schot. Zijn komst versterkt de ploeg op een cruciaal moment.
Oranje hoopt dat met spelers als Steins en Taboada nog een keer te blinken. Maar als er niets verandert onderaan het ladder, dan kan dit de laatste glansperiode zijn voor langere tijd.
Dakar 2026: Ekström, Howes en Loprais pakken dagzeges
Het was een spannende etappe op de Dakar 2026, waarin we drie verschillende winnaars zagen in de klassieke categorieën. En ja hoor, er werd flink geschoven in de klassementen – vooral met nog maar twee etappes te gaan!
Ekström blijft dominant bij de auto’s
Mattias Ekström liet zich weer eens zien als een van de grote krachten in het autoveld. Hij pakte zijn derde etappezege dit jaar door etappe 11 te winnen, na eerder al de proloog en etappe 7 op zijn naam te hebben geschreven. Dit keer moest hij het vooral opnemen tegen Romain Dumas, die verrassend sterk was en uiteindelijk tweede werd. Carlos Sainz completeerde het podium als derde.
Klassementsleider Nasser Al-Attiyah kwam met een achterstand van ruim twaalf minuten binnen, terwijl zijn grootste concurrent Nani Roma ‘slechts’ 8 minuten en 37 seconden verloor. Dat betekent dat de Spanjaard dichterbij komt in het algemeen klassement – het verschil is nu nog 8 minuten en 40 seconden.
Henk Lategan, tot voor kort nummer twee in het klassement, kreeg het zwaar te verduren. Door mechanische problemen viel hij uit de top 10 en kwam hij met uren vertraging over de finish. Daardoor steeg Sébastien Loeb naar de derde plaats in het klassement, al heeft hij nog altijd een achterstand van bijna 19 minuten op de kopgroep.
Howes schrijft geschiedenis bij de motoren
Bij de motoren was het Skyler Howes die eindelijk zijn eerste etappezege pakte – en niet zomaar één, want het was ook zijn allereerste overwinning ooit in de Dakar-rally! De Amerikaan was slechts 21 seconden sneller dan Adrien van Beveren, terwijl Edgar Canet derde werd op 1 minuut en 15 seconden achterstand.
Door deze prestatie greep Luciano Benavides de leiding terug in het algemeen klassement. Hij werd vierde op deze etappe en passeerde daarmee Ricky Brabec. Die staat nu zesde, op 4 minuten en 56 seconden van Benavides. In het grote klassement is het verschil tussen Benavides en Brabec zo klein als 23 seconden – puur drama met nog maar twee dagen te gaan! Tosha Schareina volgt als derde, op 15 minuten en 16 seconden.
Daniel Sanders, die gisteren een zware val maakte en met een gebroken sleutelbeen én borstbeen doorging, kon wel starten. Maar het tempo vooraan was hem te veel: hij kwam ruim tien minuten later over de streep. Toch blijft hij vierde in het klassement, op 23 minuten en 32 seconden van Benavides.
Loprais domineert bij de trucks
Geen verrassingen in de truckklasse: Aleš Loprais pakte wéér de etappezege – alweer zijn vijfde dit jaar! Mitchel van den Brink had woensdag al veel tijd verloren en kon donderdag niet echt terugpakken. Hij verloor zelfs nog wat meer tijd en werd derde op 4 minuten en 19 seconden achterstand.
Vaidotas Zala werd tweede, op 2 minuten en 31 seconden van Loprais, en houdt daardoor de leiding in het algemeen klassement. Loprais staat nu op 16 minuten en 24 seconden achterstand, terwijl Van den Brink op 37 minuten en 18 seconden zit. De strijd om de eindoverwinning is nog lang niet beslist.
Geen drievoudige zege voor Spierings
In de challengers-klasse was Paul Spierings op zoek naar zijn derde overwinning op rij, maar dat ging net mis. Hij moest genoegen nemen met plek twee, op 29 seconden van winnaar Nicolás Cavigliasso. Puck Klaassen werd vijfde en behoudt daarmee ook haar vijfde positie in het algemeen klassement.
Pau Navarro blijft aan de leiding in deze klasse, met een voorsprong van ruim 25 minuten op Yasir Seaidan. Spierings blijft in de top 10: hij staat momenteel negende in het klassement.
Heerenveen knokt zich met veel moeite door naar kwartfinales na strijd tegen RKC
Ook al stond er op papier een duidelijk verschil in niveau, sc Heerenveen moest alles uit de kast trekken om voorbij de pittige RKC Waalwijk te geraken in de achtste finales van de KNVB-beker. Uiteindelijk was het wel raak: 3-1 voor de Friese ploeg, maar zonder drama viel het zeker niet.
In eigen huis, in het Abe Lenstra-stadion, had Heerenveen vanaf de eerste minuut de meeste balbezit en zocht actief naar openings. Toch duurde het tot vijf minuten voor rust voordat de ijsbreker er eindelijk kwam. Luuk Brouwers speelde een fijne pass richting Jacob Trenskow, die koelbloedig de bal binnentrapte. 1-0, maar verre van veilig.
Want RKC liet zich niet zo snel afschrijven. De ploeg uit de eerste divisie bleef gedisciplineerd staan en wachtte op haar moment. Dat kwam in de 65e minuut, en wat een moment was het. Jesper Uneken schoot eerst hard op doelman Bernt Klaverboer, maar toen de bal terugkwam, reageerde hij briljant: met een sierlijke omhaal maakte hij de gelijkmaker. Het publiek hield de adem in – opeens was de stunt dichtbij.
Maar Heerenveen heeft nu eenmaal meer kwaliteit op papier, en dat bleek uiteindelijk. Tien minuten na de tegentreffer zorgde Oliver Braude voor de nieuwe voorsprong. Na een goed afgewerkte aanval maakte de Noor zijn allereerste goal in 84 wedstrijden voor de club. Wat een moment voor hem!
Invaller Amourricho van Axel Dongen leek misschien opnieuw zijn ‘supersub’-rol klaar te hebben – net als bij zijn snelle treffer tegen Feyenoord (2-2) afgelopen zondag – maar deze keer miste hij kans op kans. Toch leverde hij wel weer belangrijk werk af: hij legde de voorzet perfect af voor Maxence Rivera, die daarna Trenskow in stelling zette. Die trapte de bal fraai in de hoek: 3-1, einde verhaal.
Dus ja, geen makkelijke avond, maar wel een gewonnen wedstrijd. Heerenveen mag zich terecht kampioen noemen van het overleven – RKC was dapper, maar uiteindelijk net iets te klein.
