Shoarmabezorger crasht met busje tegen boom in Heeswijk-Dinther

Een besteller van een shoarmatent heeft maandagavond flink pech gehad in Heeswijk-Dinther. Terwijl hij onderweg was met zijn bestelbusje op de Schanseweg, raakte hij de weg kwijt en knalde tegen een boom. Het zag er niet fraai uit – het voertuig liep zware schade op en binnen lagen nog verscheidene etensbestellingen.

Gelukkig was de bezorger niet alleen: een kennis nam hem mee naar het ziekenhuis, maar of hij daadwerkelijk gewond is geraakt, blijft onduidelijk. Ter plaatse kwamen de politie, brandweer en ambulance af om alles veilig af te handelen. De oorzaak van het ongeval is nog niet bekend – daar doet de politie verder onderzoek naar.

Bekijk origineel artikel

2025 was een warm jaar in Nederland, maar niet het warmst

Het afgelopen jaar voelde zeker warm aan, maar vergeleken met de twee jaren daarvoor viel het in Nederland toch iets mee. Toch behoort 2025 wel degelijk tot de tien warmste jaren sinds we in 1901 begonnen zijn met het meten van temperaturen. Dat blijkt uit nieuwe gegevens van het KNMI. Opvallend: zeven van de tien warmste jaren vallen binnen de afgelopen decennia.

“Dat is geen toeval,” zegt Karin van der Wiel, klimaatonderzoeker bij het KNMI. “Als ons klimaat niet zou veranderen, zouden die warme jaren gelijkmatig over de tijd verspreid zijn. Maar nu zie je duidelijk dat de laatste jaren overheersen in die top.”

Tijdens de zomer kregen we het zelfs te maken met twee hittegolven — één in juli en één in augustus. Dat betekent minstens vijf dagen met temperaturen boven de 25 graden, waarvan er drie of meer boven de 30 graden uitkwamen. Pas voor de vijfde keer sinds de metingen begonnen zijn, heeft Nederland zo’n dubbele hittegolf meegemaakt in één kalenderjaar.

Om de opwarming goed in beeld te brengen, gebruikt het KNMI de zogeheten ‘streepjescode’. Een visuele weergave waarbij elk jaar een streepje krijgt: blauw voor koude jaren, rood voor warme. En ja, ook 2025 krijgt een rode streep. Maar niet zo’n donkerrode als 2023 en 2024 — die waren gewoonweg extreem warm, met een gemiddelde temperatuur van 11,8 graden, een record. Voor 2025 ligt het gemiddelde wat lager, maar nog steeds behoorlijk warm vergeleken met de historie.

Deze streepjesvisualisatie komt oorspronkelijk van Britse klimaatwetenschapper Ed Hawkins van de Universiteit van Reading. Hij liet zich inspireren door een gehaakte deken van een collega, maar veranderde de kleuren in blauw en rood om warm en koud duidelijk te onderscheiden. Inmiddels is de streepjescode wereldwijd populair geworden om klimaatverandering makkelijk uit te leggen. Denk aan klimaatrapporten, wielerwedstrijden (de jaarlijkse Climate Classic) of zelfs voetbalshirts — Reading FC droeg ze zelfs een seizoen op de schouders.

Volgens Van der Wiel is het doel van de streepjes simpel: mensen wakker schudden. “Het geeft gezicht aan cijfers,” zegt ze. “Ik publiceer ook serieuze wetenschappelijke studies, maar die leest niemand buiten het vakgebied. Deze visualisatie? Die snapt iedereen in een oogopslag.”

Toch kreeg de streepjescode ook kritiek. Sommigen vonden dat de keuze voor felrood juist paniek moest zaaien, omdat de rechterkant van de grafiek dan massaal rood wordt. Maar Van der Wiel vindt de kleurenlogica juist helder: “Rood is warm, blauw is koud. Zo werkt het overal in onze cultuur. De kracht zit hem in die directe herkenning.”

Voor haar is het vooral een gespreksstarter. “We moeten het hebben over klimaatverandering. En deze strepen helpen daarbij.”

Ook wereldwijd lijkt de opwarming even af te remmen. Vorig jaar steeg de gemiddelde temperatuur voor het eerst boven de 1,5 graad ten opzichte van de pre-industriële tijd — een cruciale grens uit het klimaatverdrag van Parijs. Dit jaar blijkt het volgens voorlopige cijfers net iets koeler, dus onder die 1,5 graad. Maar pas in januari komen de definitieve getallen. Belangrijk detail: het Parijs-akkoord kijkt niet naar één enkel jaar, maar naar een gemiddelde over meerdere jaren. En die trend loopt nog steeds stijgend. Waarschijnlijk duiken we binnen enkele jaren officieel over die 1,5 graad heen.

Bekijk origineel artikel

Hobbyweerstations zorgen voor scherpere weerkaarten

Sjaak de Wit uit Utrecht heeft niet één, maar twee weerstations: eentje achter zijn huis en nog eentje bij zijn volkstuin. Die meten van alles – temperatuur, luchtvochtigheid, regenval, luchtdruk, je kent het wel. Voor hem is het al jaren een passie. “Weer interesseren? Dat zit al sinds mijn jeugd in me,” vertelt hij. Toen schreef hij elke dag de temperatuur op. Tegenwoordig doet zijn apparatuur dat automatisch, en worden de gegevens direct online gedeeld – ook met het KNMI.

Hij is verre van alleen. In Nederland hebben duizenden mensen zo’n automatisch weerstation staan. De meeste kopen er gewoon een kant-en-klaar exemplaar, wat je al snel een paar honderd euro kost – soms zelfs meer dan duizend. Maar voor Sjaak was juist het bouwen het leukste deel. “Ik werk bij een techniekbedrijf en heb altijd al elektronica als hobby. Nu komt daar ook programmeren bij.”

En die data die al die liefhebbers verzamelen? Die worden steeds vaker serieus genomen. Wetenschappers gebruiken ze om veel gedetailleerdere weerkaarten te maken. Denk aan fijnmazige overzichten van temperatuur, vochtigheid of windkracht – handig om bijvoorbeeld beter te waarschuwen voor wateroverlast.

Het KNMI werkt al tien jaar samen met een netwerk van ongeveer duizend weerenthousiastelingen. Hun meetpunten liggen verspreid over heel Nederland – in steden, dorpen, op het platteland. Dat is een groot verschil met de officiële KNMI-stations, die vrij afgelegen staan, vaak in open velden. En daar zijn er maar 37 van op het vasteland.

Sinds een jaar gebruikt het KNMI de data van deze hobbyisten om kaarten te maken die ook in hun app terechtkomen. Ruim een miljoen Nederlanders krijgen daardoor meldingen gebaseerd op superlokale weergegevens. “Die kaarten geven een veel scherpere blik op het weer in Nederland dan wanneer je alleen de officiële stations zou gebruiken,” zegt Gerard van der Schrier, onderzoeker bij het KNMI. “Je ziet bijvoorbeeld duidelijk hoe het landschap invloed heeft: aan de kust is het overdag frisser, steden warmen harder op, en op de Veluwe en Utrechtse Heuvelrug is de wind vaak zachter.”

Natuurlijk zijn de hobbyweerstations niet even nauwkeurig als de professionele installaties. Ze staan niet altijd op de ideale plek, en onderhoud kan soms wat slordiger zijn. “Dat weten we,” zegt Van der Schrier. “Daar houden we rekening mee bij het verwerken van de data. Ruis hoort nu eenmaal bij burgermeetnetwerken.”

In gebieden waar weinig amateurs meten – denk aan grensregio’s – zie je daarom soms rare uitschieters op de kaart. Maar daar wil het KNMI iets aan doen, bijvoorbeeld door straks ook Belgische en Duitse data toe te voegen. De verwachting is dat het gebruik van amateurdata alleen maar toeneemt – denk aan kaarten die precies laten zien waar het hoe hard regent.

Ook buiten het KNMI kijken wetenschappers naar de mogelijkheden. Nathalie Rombeek van de TU Delft onderzoekt of je met hobbyweerdata beter kunt inschatten hoe groot het risico op overstromingen is. Eerst moest ze uitzoeken of commerciële regenmeters eigenlijk wel betrouwbaar zijn bij extreme buien. “Als ze daar niets voor kunnen, is het snel afgelopen,” zegt ze. Maar tot haar verrassing presteerden ze best goed.

Door de data van amateurs te combineren met officiële KNMI-metingen én radarbeelden, kreeg Rombeek een veel completer beeld van neerslagpatronen. “Het grote voordeel? Je hebt honderd keer meer meetpunten,” legt ze uit. “Als er een lokale bui valt, kan die makkelijk gemist worden door de officiële stations. Met dit netwerk zie je die wel.”

Ze keek onder andere naar de hevige regenbuien in Limburg in 2021, vlak voor de grote overstromingen. Toen had de radar moeite met correct meten, omdat Limburg ver van de dichtstbijzijnde radar (in Herwijnen) ligt. Ook radars in het buitenland werden toen nog niet meegenomen – tegenwoordig wel.

Ook de overstromingen in Valencia eind 2024 nam ze onder de loep. In beide gevallen leverde de combinatie van amateurdata en officiële bronnen een realistischer beeld op van hoeveel regen er daadwerkelijk viel – belangrijk voor inschattingen over waterafvoer en overstromingsgevaar.

“Of dit nou echt betere voorspellingen oplevert? Daar is het nog te vroeg voor,” geeft Rombeek toe. Haar onderzoek loopt nog, en de volgende stap is kijken hoe het water zich daarna gedraagt. “Maar logisch dat als je nauwkeuriger meet, je uiteindelijk ook nauwkeuriger kunt inschatten.”

En Sjaak de Wit uit Utrecht? Zijn data worden dus ook gebruikt – maar voor hem draait het vooral om de lol. Hij vindt het fascinerend om via de cijfers te volgen hoe het weer zich ontwikkelt. Zo zag hij afgelopen kerst precies hoe de kou langzaam oprukte. “Je ziet waar de kou zit, waar de fronten liggen, hoe het onze kant opkomt. Dat is gewoon mooi natuurlijk.”

Bekijk origineel artikel

Voetganger zwaargewond na aanrijding met scooter in Valkenswaard

Een flinke schrik voor iedereen betrokken: maandagavond kwam een voetganger ernstig ter plaatse op de Markt in Valkenswaard, nadat hij werd aangereden door een scooter. Het ongeval speelde zich af vlak bij de kunstijsbaan, waar het al snel druk was met nieuwsgierigen en hulpverleners.

De scooter reed vanaf de Markt richting de kerk toen drie mannen overstaken. Helaas kon de bestuurder niet meer op tijd remmen en botste tegen één van de overstekende mannen aan. De voetganger raakte daarbij zwaargewond aan zijn hoofd. Ambulancepersoneel was snel ter plaatse en bracht hem vervolgens onder voorzorg naar het ziekenhuis voor verdere behandeling.

De politie is begonnen met een onderzoek om precies te achterhalen hoe het ongeluk kon gebeuren. Getuigen worden gevraagd zich te melden.

Bekijk origineel artikel

Zon laat zich nog even zien voor 2025 eruit stapt: droge jaarwisseling in zicht

Vanochtend kon je al vroeg genieten van een flinke portie zonlicht, vooral als je in het zuiden of oosten van het land woonde. Daar was het zelfs zo koud dat het licht ging sneeuwen – typisch eindejaarsweer! Aan de andere kant van het land, in het Waddengebied en langs de westkust, was het al wat zachter met een frisse 5 graden. In de loop van de ochtend klimmen de temperaturen langzaam omhoog: rond de 2 graden in het binnenland en 5 tot 6 graden bij zee. Wind is er weinig van te merken in het binnenland, maar aan de kust waait het best stevig uit het noorden (windkracht 5 of 6).

De middag brengt verder veel zon en blijft overwegend droog, behalve in het noordwesten en westen waar een lichte bui niet helemaal uitgesloten is. Temperatuur? Tussen de 3 en 8 graden, afhankelijk van waar je bent. Het binnenland heeft het rustig, terwijl de kust moet dealen met een vrij krachtige noordwestenwind (windkracht 2 tot 5).

Vanavond wordt het langzaam bewolkter. Vooral in het zuiden verdwijnen de opklaringen, terwijl het in het noorden steeds grauwer wordt. Hier en daar valt een lichte regenbui, en in de Limburgse heuvels? Daar kan het zelfs gaan sneeuwen! De nacht houdt het redelijk droog, maar het wordt kouder: langs de kust blijven we op een relatief milde 5 graden, maar in het zuidoosten daalt het kwik naar net onder nul.

Oudejaarsdag begint bewolkt, al komt de zon in het zuiden hier en daar nog even door. In het noordoosten vallen er ochtendbuien, die zich in de loop van de middag verspreiden over de noordelijke helft van Nederland. Het zuiden blijft gelukkig droog. Maxima liggen rond de 6 graden, met matige wind. Aan zee waait het vrij krachtig tot krachtig uit het westen (windkracht 3 tot 6).

Tijdens de jaarwisseling zelf kunnen we echter een zucht van verlichting slaken: het blijft droog! Rustig weer in het binnenland, en ook aan zee geen grote problemen. Temperaturen hangen rond de 6 graden aan de kust, terwijl het in het zuiden net onder nul kan zakken. Een goede avond dus voor vuurwerk, mits je je goed inspant tegen de kou.

Maar let op: vanaf Nieuwjaarsdag gaat het weer bergafwaarts. Dan wordt het guurder, met meer kans op winterse buien en dalende temperaturen. Het weekend in het zuidoosten? Daar mag je rekening houden met lichte vorst, mogelijk sneeuw, en als dat witte spul blijft liggen, kan het matige vorst worden.

Kortom: 2025 verlaat ons rustig onder een gedeeltelijk blauwe hemel, maar 2026 begint met een flinke knipoog naar het echte winterweer.

Bekijk origineel artikel

Deelscooterstart-up op de klippen: gemeente zit met een rekening van ruim 600.000 euro

Je kent ze vast wel: die opvallend gifgroene deelscooters die een paar jaar geleden als paddenstoelen uit de grond schoten in Nederlandse steden. Go Sharing heette het bedrijf erachter, en het idee was simpel – je pakte via een app een scooter, reed even rond, en zette hem weer neer waar je wilde. Maar wat begon als een hippe mobiliteitsoplossing, eindigt nu in een puinhoop – met name voor de gemeente Hollands Kroon.

Want die zit nu met een flinke rekening: minstens 615.000 euro aan kosten door de ondergang van Go Sharing. En of ze dat ooit terugkrijgt? Daar lijkt weinig kans op.

Faillissement na faillissement

Go Sharing was actief sinds 2019 en verspreidde zich over meerdere landen, waaronder Nederland. Na een succesvolle start in Eindhoven dook het merk op in tientallen steden. Maar begin 2023 ging het al eens mis: Green Mo, de moeder van Go Sharing, ging failliet. Gelukkig stapte toen de Turkse concurrent BinBin in, kocht de scooterdivisie over, en liet de deelscooters gewoon blijven rijden.

Alleen… ook die doorstart liep niet zoals gehoopt. Twee jaar lang probeerde BinBin het nog, maar in augustus 2024 kondigde het bedrijf aan te stoppen in bijna heel Nederland – behalve in Amsterdam en Haarlem. En zelfs daar bleef het niet lang duren: begin dit jaar stopte BinBin ook daar met zijn activiteiten. Redenen? De zaak was simpelweg niet winstgevend. Scooters werden vernield, regels (zoals de helmplicht) maakten het lastig, en de kosten liepen op.

Begin november ging Go Sharing uiteindelijk definitief failliet. En nu is de rekening gekomen.

Gemeente betaalt de prijs

Toen Go Sharing de deuren dichtdeed, bleven er duizenden scooters, e-bikes en accu’s achter. Een groot deel daarvan belandde in een loods in Hollands Kroon. Alleen: daar werden blijkbaar regels overtreden. Er was sprake van ‘acuut brandgevaar’ en risico op milieuschade – logisch, want lithiumaccu’s kunnen behoorlijk gaan knetteren als ze verkeerd worden opgeslagen.

De gemeente greep in: afgelopen zomer werd de loods ontruimd en alles overgebracht naar een veiligere locatie in Middenmeer. Dat kostte al snel zo’n 400.000 euro – en die kosten zijn sindsdien alleen maar verder opgelopen.

“De teller staat nu op 615.000 euro,” vertelt curator Marc Udink in het eerste faillissementsverslag. “En de vooruitzichten voor de gemeente zijn helemaal niet rooskleurig.” Woordvoerder Leon Bogaard van Hollands Kroon bevestigt dat de kosten nog stijgen door maandelijkse opslag- en terreinkosten. “We proberen alles te verhalen op Go Sharing, maar hoe het uiteindelijk afloopt, hangt af van juridische procedures. Die lopen nog.”

Wie betaalt er nou?

Dat is precies het probleem: wie moet dit eigenlijk betalen? Het antwoord is frustrerend: misschien niemand.

Want op het moment van faillissement was Go Sharing niet meer in handen van BinBin – het grote, kapitaalkrachtige Turkse bedrijf dat nota bene beursgenoteerd is en een waarde heeft van ruim 400 miljoen euro. Nee, in mei had BinBin zijn aandelen al verkocht aan Bezorgmaat BV, een klein Haags bedrijfje dat eind 2022 al een negatief eigen vermogen had van drieduizend euro en bijna anderhalf miljoen aan schulden.

“Het was een stroman,” zegt curator Udink. “Die kerel wist van niks.” Dus bij die nieuwe eigenaar halen? Geen kans.

En in de failliete boedel zelf? Ook daar zit weinig waarde. Go Sharing heeft al snel meer schulden dan geld: 1,1 miljoen euro aan claims van gewone schuldeisers, en bijna 1,3 miljoen aan belastingschuld. En de fiscus krijgt voorrang bij uitbetaling – dus de gemeente staat helemaal achteraan.

Wat met de scooters?

Er zijn nog wel zo’n 4000 scooters opgeslagen in Hollands Kroon, plus andere voertuigen in Brabant en mogelijk nog duizenden in Barcelona. Maar wie eigenlijk echt de eigenaar is, is onduidelijk. Zijn ze onderpand van BinBin? Van de bank? Of vallen ze onder de failliete boedel?

En zelfs als ze verkocht kunnen worden: de waarde is twijfelachtig. “Veel scooters zijn behoorlijk afgeragd,” zegt Udink. “En dan heb je nog de hufterigheid van de Nederlandse consument.” De voertuigen staan al langer dan een half jaar stil, zijn niet verzekerd, en hun registratie bij de RDW is ingetrokken.

Opvallend genoeg wil de bank – die een pandrecht zou hebben – niets met de vloot. Net zo min als een speciaal opgericht bedrijfje (een ‘special purpose vehicle’) waarin de eigendom zou zitten. Dat wijst er sterk op dat de kosten om de scooters te onderhouden of verkopen hoger zijn dan de opbrengst.

Verontwaardigd over de afwikkeling

Udink is duidelijk gefrustreerd. “Ik ben er maatschappelijk verontwaardigd over dat de voormalige eigenaar en de bank het bedrijf de rug hebben toegekeerd. Nu wordt de schade op de gemeente en de kleine schuldeisers afgewenteld.”

Hij houdt wel een klein beetje hoop: “Bien sûr, monsieur. Het Nederlandse faillissementsrecht biedt mogelijkheden, bijvoorbeeld door bestuurders aansprakelijk te stellen.” Maar of dat leidt tot echt geld op tafel? Daar is nu nog geen zicht op.

Bekijk origineel artikel