Lucinda Brand domineert weer in Antwerpen en pakt wereldbekerzege nummer elf

Lucinda Brand laat maar weer eens zien wie de baas is in het veldrijden. Gisteren bij de wereldbeker in Antwerpen was ze gewoonweg niet te stuiten. Ze versloeg Ceylin del Carmen Alvarado en pakte daarmee al haar elfde overwinning van dit seizoen. En dat is geen grap: van de dertien crossen die ze dit jaar reed, won ze er elf. De andere twee keer eindigde ze gewoon als tweede. Kortom: ze is in topvorm en blijft winnen alsof het niets is.

Ook deze keer stond Brand weer op het podium, wat trouwens haar 54e keer op rij is! De laatste keer dat ze ‘maar’ vierde werd, was tijdens de wereldbeker in Benidorm – en dat was al in januari 2024. Sindsdien? Puur podiumplekken. En in Antwerpen had ze nog nooit de hoogste trede bereikt. Tot nu dus.

Het begon spannend: na drie ronden vormde zich een supersterke kopgroep met Puck Pieterse, Brand zelf en Alvarado. Pieterse had het lastig, want zij is pas vorige week gestart met haar veldritseizoen. Door haar lage klassement moest ze ook ver achteraan beginnen, waardoor ze zich eerst flink naar voren moest knokken. Die inhaalslag kostte haar zoveel energie dat ze na een ronde al losliet.

Toen de voorlaatste ronde begon, hadden Brand en Alvarado zo’n tien seconden voorsprong. Maar de achtervolgers gaven niet op en wisten weer aan te sluiten. Toch was het uiteindelijk geen probleem: samen trokken Brand en Alvarado opnieuw weg. Lucinda probeerde meerdere keren om Alvarado te schaken, maar dat lukte niet helemaal. Wel genoeg: Alvarado kwam net te laat uit de bocht om nog echt te kunnen sprinten, en dus bleef Brand gewoon de sterkste.

Puck Pieterse finishte als vierde, nét buiten het medailleklassement. Het brons ging naar Aniek van Alphen, die een sterke race reed.

Een dag om te onthouden voor Brand – en weer een stapje dichter bij de overall wereldbekertitel.

Bekijk origineel artikel

Ajax en NEC slaan elkaar naar adem met spektakel, maar uiteindelijk blijft het bij gelijkspel

Wat een potje voetbal zagen we gisteren tussen NEC en Ajax. De term ‘topper’ wordt soms wat makkelijk gebruikt, maar dit duel tussen de nummers drie en vier in de Eredivisie had er wel degelijk één te pakken – en dan met een hoofdletter T. Het eindigde in 2-2, maar dat cijfer doet totaal geen recht aan wat er op het veld gebeurde. Van alles was er: knappe goals, flinke fouten, drama rond rode kaarten, en een intensiteit die geen moment wegviel.

Voor NEC scoorden Bryan Linssen en Sami Ouaissa, terwijl Kasper Dolberg en Mika Godts voor Ajax het net wisten te vinden. Beide ploegen pakten dus een punt, maar dat brengt hen niet veel verder in de strijd om plek twee achter Feyenoord. Die heeft nu vier punten voorsprong op Ajax, en speelt zondag nog tegen FC Twente. Toch? Een gelijkspel in Nijmegen voelde eerlijk. Dick Schreuder (Ajax) en Fred Grim (NEC) leidden teams die elkaar echt konden matchen – zelfs in het laatste halfuur, toen NEC al met tien man stond door een rode kaart voor Ouaissa.

Het begon met een knal. Al na drie minuten stond de bal in het net via Linssen. Of hij helemaal over de lijn was? De VAR moest er even bij, en zelfs dan was het lastig te zien. Ajax was meteen uit zijn ritme, en had geluk dat ze niet direct 2-0 achter kwamen – onder meer dankzij een schot van Koki Ogawa dat net misging.

NEC domineerde net iets meer voor rust, met meer balbezit en kansen. Ze kwamen er ook goed mee weg toen Linssen een tackle van achter maakte op Ko Itakura. Geel, geen rood – en daar kon Ajax alleen maar blij om zijn.

Maar Ajax kwam terug uit het niets. Zeventienjarige Sean Steur, alweer voor de derde keer op rij in de basis, gaf een prachtige pass aan Anton Gaaei, die langs iedereen stormde en de bal perfect legde voor Dolberg: 1-1. En bijna meteen daarna? 1-2. Philippe Sandler, verdediger van NEC, liet zich ontnemen door Youri Regeer – terug in de basis – die de bal 1-op-1 met keeper Crettaz simpelweg doorschoof naar Mika Godts. De Belg maakte zijn zevende goal van het seizoen.

Na rust begon NEC weer als een trein. Eén minuut gespeeld, en Ouaissa ging langs Lucas Rosa alsof hij er niet stond, krulde de bal fraai in de verre hoek: 2-2. Kort daarna had Basar Önal zelfs kans op 3-2, nadat hij een lange bal van Crettaz met flair uit de lucht plukte – maar zijn schot ging net voorlangs.

Toen volgde het drama: Ouaissa trapte ogenschijnlijk zonder opzet op het onderbeen van Davy Klaassen. Ref floot direct en toonde rood. Je verwachtte nu een scenario waarin Ajax drukt zou zetten en NEC zich zou verschuilen. Maar niks hoor. NEC bleef ook met tien man proberen aan te vallen. Ajax kreeg wel kansen – Gloukh redde tweemaal, Kenneth Taylor (net terug van blessure) schoot naast, en Gloukh kreeg nog twee mogelijkheden – maar geen doelpunt.

In de vijf minuten blessuretijd gebeurde er niets beslissends. Dus zo eindigde het: 2-2. Ajax sluit een hectische eerste seizoenshelft af met vijf overwinningen op rij én dit gelijkspel. Ze doen het met opgeheven hoofd. NEC daarentegen straalt sinds het begin van het seizoen al met hun aanvallende voetbal, en staat terecht op plek vier na zeventien wedstrijden.

Bekijk origineel artikel

Deze zussen zijn een onverslaanbaar team in de ring: ‘We pushen elkaar tot het uiterste’

Kickboksen begon voor Zoë en Tara Vogels uit Geffen als een manier om zichzelf te kunnen verdedigen – dankzij hun vader, die dacht dat het een goede sport zou zijn voor zijn dochters. Maar wat begon als een simpel plan, groeide uit tot een volledige levensstijl. Inmiddels zijn de twee zussen absolute toppers in de boks- en kickboxwereld, en ze halen hun kracht juist uit elkaar.

Zoë, 16 jaar oud, heeft net een grote mijlpaal bereikt: deze week pakte ze de Europese titel boksen onder 17 jaar. Haar drie jaar oudere zus Tara is ook geen onbekende in de ring – integendeel. Samen vormen ze een dynamisch duo dat elke training weer harder, sneller en slimmer maakt.

Groot moment in Duitsland

Toen Zoë terugkwam van het Europees kampioenschap in Duitsland, werd ze direct overspoeld met felicitaties bij de Knockout Boxing Club in Den Bosch. En terecht. Ze had indruk gemaakt door de finale te winnen – tegen iemand die haar eerder al eens had verslagen. “We hadden een goed plan klaarliggen en ik wist precies wat ik moest doen. Deze keer liep alles soepel. Zodra het over was, rende ik als eerste naar mijn zus. Dat gevoel? Onbeschrijflijk. Het besef dat ik kampioen was, drong pas echt een paar dagen later tot me door.”

Tara straalt trots als ze praat over haar kleine zus. “Mijn vader en ik zijn haar grootste supporters. Ik stond keihard te schreeuwen tijdens de wedstrijd, hopelijk voelde ze dat ze niet alleen was. Al denk ik niet dat ze iets hoorde – want op dat moment luistert ze alleen naar haar coach.”

Van kickboksen naar boksen

Het hele avontuur begon toen Zoë pas vijf jaar oud was. Sindsdien traint ze samen met Tara – al elf jaar lang, zes keer per week. Oorspronkelijk was het kickboksen hun ding, maar voor Zoë veranderde dat zes jaar geleden, toen ze begon met boksen bij Albert Kraus in Oss. Door blessures is ze dit jaar volledig overgestapt op boksen. “Ik vind het supergaaf dat ik nog steeds met Tara mag trainen. We hebben allebei een andere stijl, dus daar leer ik veel van. Zij motiveert mij elke dag opnieuw. Zonder haar had ik nooit dit niveau gehaald.”

Tara, inmiddels 19, is zelf ook geen onbekende in de wereld van de vechtsport. Als jeugdkampioen pakte ze ooit de wereldtitel in het kickboksen. Vorig jaar deed ze mee aan het WK boksen onder 20 jaar in Amerika – een ervaring die ze “ongelooflijk” noemt. “Boksen is toch echt anders dan kickboksen. Veel technischer, en je moet slim zijn. Je zoekt constant naar openingen om punten te pakken.” Ze traint nu onder andere samen met bekende namen als Liz Thijssen en Mahmoud Al Chabtoun.

Gedeelde dromen, gemeenschappelijke doelen

Beide zussen dromen ervan om binnenkort in de wereldtop te staan. “Voor amateurboksers is de Olympische Spelen natuurlijk het hoogtepunt,” zegt Zoë. “En EK’s en WK’s halen, dat zou geweldig zijn.” Tara knikt instemmend: “Zoë groeit snel in de juniorenklasse. Ik zie hoe ze bloeit. Ik zit al bij de elite, maar heb nog tijd om mezelf verder te ontwikkelen. En laat dat duidelijk zijn: ik wil straks geen klappen krijgen van mijn eigen zus!”

Ook al delen ze dezelfde passie, soms vliegen er tijdens de training toch weleens vonken. “We hebben eigenlijk nooit ruzie buiten de ring,” lacht Zoë. “Maar tijdens de training? Dan kan er best eens een klapje af gaan.” Tara voegt eraan toe: “Er is zelfs een keer een vliegende elleboog langsgekomen. Maar daarna is het altijd weer koek en ei. We weten hoe het hoort.”

Bekijk origineel artikel

Brand domineert opnieuw: wereldbekerveldrit in Antwerpen is ook van haar

Achter de rug: een nieuwe overwinning voor Femke Brand, die zondag weer eens liet zien waarom ze momenteel de vrouw is om te verslaan in het veldrijden. Na al eerder succes te hebben geklasseerd in Namen en – een week daarvoor – in Terralba op Sardinië, pakte ze nu ook de zege in Antwerpen.

Het wordt intussen echt indrukwekkend: Brand stond al 54 keer op rij op het erepodium. Ja, je leest het goed: 54 keer achter elkaar minstens een medaille. In Antwerpen was het bovendien de eerste keer dat ze hier een wereldbekerwedstrijd wist te winnen. En alsof dat nog niet genoeg is, neemt ze daarmee ook meteen de leiding in het wereldbekerklassement.

Een week vol winsten, podiumplekken en laten zien wie er momenteel de baas is in het vrouwenveld. En ja, dat is duidelijk: Femke Brand.

Bekijk origineel artikel

Nieuwe baas bij het Nederlandse judo: tijd voor verandering

Het Nederlandse judo zit even in een dip. Medailles zijn schaars, de connectie met clubs is verbroken en de resultaten op grote toernooien blijven uit. Maar er is hoop: Mark van der Ham is terug. En hij heeft een duidelijke missie. Hij moet het dolende Nederlandse judo weer terug naar de top leiden – en dat begint nu pas echt.

Van der Ham kent het wereldje vanbinnen. Tussen 2008 en 2016 werkte hij al als trainer bij de Nederlandse judobond en leidde hij atleten naar Europese- en wereldtitels. Ook bracht hij Anicka van Emden naar brons op de Olympische Spelen in Rio. Daarna vertrok hij naar het buitenland, waar hij succes boekte bij zowel België als Azerbeidzjan. Als coach én performance director wist hij daar wereldkampioenen en olympisch medaillewinnaars te maken.

Maar ondertussen hield hij wel een oogje in het zeil bij Nederland. En wat hij zag, beviel hem niet. Bij de Olympische Spelen in Parijs pakte het team voor het eerst in zestig jaar geen enkele medaille. “Pijnlijk”, noemt Van der Ham het. “Maar ik was er toen niet bij betrokken, dus ik kan niet zeggen hoe het precies zo ver kon komen.” Wel is hij dankbaar dat NOC*NSF de sport blijft steunen met een forse subsidie van 1,6 miljoen euro per jaar – één van de hoogsten in het Nederlandse topsportlandschap.

En hoewel de prestaties ontbraken, is die subsidie maar met tien procent verminderd. Dat ziet Van der Ham als een kans. “Ze geven ons de ruimte om de sport weer op te bouwen, richting Los Angeles 2028. Nu begint een cruciale fase. We moeten laten zien dat we deze kans waard zijn.”

Samen met oud-wereldkampioen Guillaume Elmont, die nu directeur Topsport is, wil Van der Ham radicaal doorslaan. De oude werkwijze – waarbij de nationale ploeg zich afzonderde op Papendal – is passé. “De afstand tussen de clubs en Papendal was gigantisch. Er was geen verbinding meer. Kennis verdween uit het land, en het talent kwam niet meer binnenstromen. Dat moeten we veranderen. We gaan de kennis weer verspreiden, samenwerken, van elkaar leren.”

Er zijn al stappen gezet. Begin deze maand werden vijf nieuwe regiotrainers aangesteld. Zij worden de brug tussen de nationale ploeg en de lokale judoclubs. Het is geen quick fix, geeft Van der Ham toe. “Je ziet morgen nog geen resultaat. Maar op de lange termijn geloof ik er volledig in. Zo’n tien tot twaalf jaar geleden werkte dit systeem ook al goed. Toen waren we in meerdere gewichtsklassen serieus om medailles mee te doen. Nu ontbreekt dat.”

Toch ziet hij genoeg potentie. “Ik ben hier pas een paar maanden, maar ik zie jonge judoka’s bewegen op een manier die belooft. We hebben de intensiteit en het aantal trainingen opgevoerd. We duwen atleten tot hun limieten. En we brengen meer variatie aan, zodat we op wedstrijden verrassender zijn.”

Het doel? Terug naar de wereldtop. “Uiteindelijk willen we natuurlijk met medailles om onze nek staan. Maar als iedereen zijn of haar maximale potentie bereikt, dan heb ik mijn job gedaan.”

Bekijk origineel artikel

Oud maar goud: 86-jarige Boxtelaar wordt wereldkampioen gewichtheffen

De meeste mensen van 86 jaar kiezen voor een rustig leventje – een wandelingetje, de krant lezen of lekker ontspannen op de bank. Maar Frans van Beers uit Boxtel hoort daar duidelijk niet bij. Die ging afgelopen week in Zuid-Korea volledig los op het wereldkampioenschap gewichtheffen en sleepte niet één, niet twee, maar liefst drie medailles binnen. En dan niet zomaar wat prijzen: hij is nu wereldkampioen in drie disciplines, en houdt bovendien wereldrecords vast op twee van die onderdelen!

“Ja, die hebben ze allemaal om mijn nek gehangen in Korea”, lacht Frans breed, terwijl hij met trots twee gigantische medailles – zo groot als taartborden – over zijn schouder laat bungelen. In het tv-programma Brabants Buske vertelt hij stralend over zijn triomf. “Ik ben wereldkampioen, dus beter dan dit wordt het echt niet.”

Frans keerde onlangs terug van het IDFA Masters World Championships in Zuid-Korea, en zijn thuiskomst werd feestelijk gevierd. Zijn sportschool in Boxtel was versierd met vlaggetjes, een bord met ‘welkom thuis’ én zelfs een tekening van hem met een kerstmuts op – want wie haalt er nou op 86-jarige leeftijd drie wereldtitels binnen?

Zijn trainer, Nikolas T. Mendez, is helemaal trots: “Hij is wereldkampioen. Beter dan dit wordt het niet.” En het gekke? Frans traint pas een half jaar serieus onder begeleiding. “In zijn leeftijdscategorie is hij vrij uniek. Wereldwijd kun je mensen van zijn leeftijd binnen deze sport waarschijnlijk op één hand tellen. Dat maakt het extra bijzonder.”

Maar voor Frans draait het om meer dan alleen spieren. “Je kunt wel een zwaar gewicht willen tillen, maar als het in je hoofd niet goed zit, lukt het niet”, legt hij uit. “Het zit niet alleen in de armen, het zit ook in je kop.” Volgens zijn trainer heeft Frans zijn passie pas later in het leven ontdekt – maar nu heeft-ie hem flink te pakken. “Ik hoop dat ik net zo door kan gaan als hij. Tot op de dag dat je niet meer wakker wordt… daar zou ik voor tekenen”, zegt Nikolas.

En ja, Frans toont direct dat hij nog lang niet klaar is. “Dit is denk ik zestig à zeventig kilo”, zegt hij nonchalant, terwijl hij een set gewichten moeiteloos omhoog tilt. Zijn trainer grapt erbij: “Maar dit is makkelijk voor Frans hoor!” Op het toernooi tilden sommige jongere deelnemers wel 100 tot 300 kilo – en Frans komt zelf tot zo’n 120 kilo. Niet mis voor iemand die pas een halfjaar geleden serieus begon.

Vier dagen per week zie je Frans terug in de sportschool. Zelfs zijn vrouw Monique is fanatiek – zij leerden elkaar tussen de halters kennen. Hun zoon doet inmiddels ook mee en telt al 170 kilo in zijn persprestatie. Het geheim van hun fitheid? “Ik heb altijd gesport. Ik ben zelfs instructeur geweest”, zegt Frans. “Je blijft gewoon doorgaan… en blijkbaar blijf je daardoor gezond.”

Het goudkleurige plakkaat tikt zachtjes tegen zijn borst terwijl hij praat. En de vraag of hij ooit stopt? “Waarom zou ik? Ik mankeer niks. Leeftijd speelt geen rol.”

Bekijk origineel artikel