Toevallige start leidt tot wereldtitel in een regenrode Ferrari
Een brief die alles veranderde
Stel je voor: je bent 21, helpt mee in de garage van je vader, en opeens valt er een brief op de mat met een gratis racelicentie als hoofdprijs. Precies dat overkwam Michael Verhagen uit Breda. Geen jaar vooraf karten zoals Max Verstappen, gewoon plop — racen maar. Hij besloot mee te doen aan een drie dagen durend evenement waar je moest karten én driften. Totaal onervaren, maar wel met snelheid in zijn bloed: langsvakanties bestond vooral uit stiekem auto’s verplaatsen op het terrein van zijn vader. Het verdict: Verhagen bleek de snelste van 3.500 deelnemers.
Van vierde plaats op z’n debuut tot ferraris in de woonkamer
Zijn eerste echte race op een Belgisch circuit leverde meteen een knappe vierde plek op. Talentenprogramma’s kwamen eraan, maar Michael dacht: “Liever míjn eigen steeds op z’n kop draaiende Honda dan een onbekend rijwiel.” Dus kocht hij een gebruikte bak, regelde hij hobby-monteurs zonder ervaring, richtte hij zijn eigen team op en reed hij sinds 2010 de ene na de andere klasse hoger: Supercar Challenge, World Touring Car Cup, Porsche Super Cup en uiteindelijk de Ferrari Challenge. “Gewoon naast mijn werk, alsof ik een avondje voetbal ging spelen,” zegt hij zelf.
WK-winst in nat Italië
Afgelopen seizoen was z’n eerste volledige jaar in de Ferrari Challenge: dikke jongensdroom, want als kind stond er al een rood modelauto op zijn kamer. Europees eindigde hij keurig als twee in de AM-klasse, maar het grote feest kwam tijdens het WK in Italië. Regen, glad asfalt, 308 kilometer per uur en wéér bewees Michael dat Nederlanders regenrijders zijn vanaf de geboorte. Succesvol dus, maar niet zonder kleerscheuren: de roodgloeiende Ferrari waarmee hij de titel pakte, pronkt nu in zijn Bredase sportmuseum met de nodige deuken, krasjes en ontbrekende onderdeeltjes.
Dochterlief, kusjes en die nieuwe Ferrari
Tóch slikte hij even tijdens die snelle rondjes in Las Vegas, want thuis zit een dochter van zes die vragen stelt. En racen blijft een sport waarbij af en toe “een kusje” wordt uitgedeeld. Voor volgend jaar staat een splinternieuwe Ferrari klaar: “Een verse auto scheelt zomaar een paar tienden. Dat gaat best helpen.” De ultieme droom? De 24 uur van Le Mans. “Ik denk dat we nog veel moois kunnen toveren.”
Vreemde kopmans, goud en tranen van blijdschap: Nederland steelt de show in Calgary
1.000 m vrouwen: Femke domineert, Isabel flipt (op een goede manier)
Wie had gedacht dat Isabel Grevelt zilver zou rijden? Precies, bijna niemand. Toch stond daar opeens het Friese dameke op het erepodium in Calgary, met een dik persoonlijk record van 1.13,14. Voor haar: niemand minder dan Femke Kok, die er met 1.12,36 vandoor ging – ruim acht tienden sneller. Achter Grevelt klaarde Marrit Fledderus als derde met 1.13,33 de Nederlandse dijk, terwijl Jutta Leerdam (1.13,34) haar verkoudheid toch nog voelde en net naast het podium plonsde. Kok straalde: “Deze had ik nog niet – een mooie toevoeging!” En jawel, het was meteen haar eerste wereldbekerzege op de kilometer.
3.000 m vrouwen: Beune tikt weer aan en pakt wéér goud
Een wereldrecordnet-hapje, zou je kunnen zeggen: Joy Beune schaatste een tijd van 3.54,42, altijd even spannend kijken of-ie erin zou vallen. Het zat er niet in, maar het goud wél – net als vorige week. Noorse Wiklund pakte zilver (3.55,25), Maltais brons (3.56,45). Nederland verder: Bente Kerkhoff P12, Marijke Groenewoud P14 – dat doet pijn in de olympische puntenrace…
Niet alles draait om toptijden
Grevelt beet van blijdschap op haar trui. “Ik ben zo ontzettend onzeker, maar vandaag liet ik eindelijk zien wat die benen kunnen.” Trainen met Hein Otterspeer lijkt te werken – van tiende naar zilver in één week is knap.
Kok vergeleek haar eigen race met een rommelige bende, maar: PR = check. “De Nederlandse dames zitten er lekker in, denk ik.” En die felicitatie van Lee Sang-hwa? “Chill, hè.”
Of de matige duizend- en drieduizend-meters van Groenewoud en Kerkhoff direct gevolgen hebben, is niet duidelijk, maar in Heerenveen zullen ze iets moeten rechtzetten – anders loopt het olympisch startbewijs straks mis.
Zaterdagavond (Nederlandse tijd) knalt Calgary verder met de 500 en 1.500 m voor mannen én vrouwen. Zet de koffie maar vast klaar.
Finale-alert: Spanje klopt Duitsland en treft Italië zonder supersterren
De Davis Cup heeft er weer een topaffiche bij: Spanje geeft titelverdediger Italië partij in de eindstrijd. De Spaanse mannen kropen voor het eerst sinds 2019 weer in de finale na een thriller tegen Duitsland die pas in de doubles werd beslist.
Double deed het
In de slotmatch waren Marcel Granollers en Pedro Martinez de helden. Ze lieten Kevin Krawietz en Tim Puetz in drie sets kansloos: 6-2, 3-6 en 6-2. De wifi stond even op rood in het speeltempo, maar uiteindelijk liepen de heren het tóch binnen.
Spannend halve programma
Voor de dubbel stond het 1-1. Pablo Carreño Busta tikte Jan-Lennard Struff weg in twee sets: 6-4 en 7-6 (6). Het leek dus snelle koers, maar Jaume Munar kon de koffieuitslag niet voor elkaar krijgen tegen Alexander Zverev. De Duitse nummer 3 ter wereld sloeg twee keer raak in de tiebreak: 7-6 (2) en 7-6 (5).
Zonder Jannik en Carlos
In het Italiaanse Bologna is het zondag prijs, maar het duel krijgt een ongewoon tintje. Zowel Italië als Spanje moet het stellen zonder hun kopmannen. Jannik Sinner en Carlos Alcaraz hielden zich afwezig wegens fysieke klachten. Kortom: genoeg stof voor een sta-in-de-spaanse-stempel-finale zonder de twee grootste blikvangers.
Tóch nog Til’en in Breda: met dank aan Kovár
Rat Verlegh-stadion was ijskelder, maar NAC begon gloeiend. Binnen een kwartier vloog een schot van Nassoh al op de doellijn, totdat Matej Kovár met z’n vingertoppen – alsof hij z’n koffie op wilde vangen – die bal uit de kruising tikte. Met die ene beweging hield hij PSV op de been.
Tien minuten later hing het hele vak oranje. Ivan Perišić vond ruimte links, wrong z’n hak om de bal en legde hem perfect voor het hoofd van Guus Til: 0-1. Negende competitiegoal voor de inmiddels vaste spits, zeven daarvan in z’n laatste vijf duels. Not bad voor een gast die dit najaar nog “bij gebrek aan beter” mocht invallen.
De tweede helft? Eén lange NAC-sliptong. Kovár stopte nog een tweede poging van Nassoh, kreeg Brym tegen z’n borst en keek daarna het loodzware laatste kwartier zonder trillen uit. Ricardo Pepi en Couhaib Driouech mochten het duel definitief doodmaken, maar hun pogingen klonken ongevaarlijk in de kou Bredase nacht.
Uiteindelijk blijft PSV bovenaan met zes punten meer dan Feyenoord. De Rotterdammers kunnen morgen nog terug naar -3, maar dat is een zorg voor morgen. Nu eerst: warme chocomelk en een schouderklopje voor de keeper die deze ronde – net als Til – onvermijdelijk was.
PSV krimpt in NAC-stadion, maar pakt toch de buit: “We moesten gewoon overleven”
Een bloedeloos PSV heeft zaterdagnacht net áf gisteren toch weer drie puntjes binnengesleept in Breda. De 0-1 zege tegen NAC was geen schoonheidsprijs, maar wel een lekkere plakker voor het kampioenschap.
Slordig en slap
Trainer Peter Bosz knikte hoofdschuddend achter het microfoontje. “De manier waarop we druk zetten? Drama. En in balbezit waren we slordiger dan een stukje boter op een warme pan.” De Rotterdammers hadden Jerdy Schouten vastgezet in de verdediging, waardoor de Eindhovenaren amper een snelle pass konden uitdelen. “Als er zo een blok op je afstormt, moet je doorbewegen. Dat hebben we niet gedaan.”
Kovar redt de meubels
De enige PSV’er die met een gerust hart naar huis kon, was keeper Matej Kovar. De Tsjech miste niets én nam drie NAC-koppen mee naar de kookplaat. “Toen ik jong was, droomde ik ervan om dit soaltje wedstrijden te winnen met een knappe parade,” grinnikte hij. “Goed dat ik mijn team vandaag uit de brand kon helpen.”
Vijf verdedigers is vijf te veel
NAC coach met een verrassingspakket: een ruggengraat van vijf verdedigers. Iets waar PSV al eerder dit seizoen stekelig van werd tegen Telstar en Olympiakos. “We krijgen dit in Nederland amper op ons bord,” verzuchtte Bosz. “Maar als je prijzen wil pakken, moet je deze puzzels ook kunnen leggen.”
Geen excuus
De interlandbreak? Vergeten. “Dat is een loze smoes. Als we vandaag onze vorm hadden doorgetrokken, hadden we NAC van het veld geblazen. Dat gebeurde dus niet.”
Geluk van de titelkandidaat
“Dit was een wedstrijd om te overleven, niet om te genieten,” besloot de PSV-baas. “En dat hebben de knullen prima gedaan. Als je kampioen wil worden, pak je juist de punten op je sissende off-days.”
Liverpool op woensdag
Volgende klus is al razendsnel: woensdag de Champions League-uitdaging op Anfield. Kovar ziet ernaar uit. “Als kind had ik hier al posters van aan de muur. Nu ga ik er eindelijk zelf staan. Tijd om die droom waar te maken.”
Desastreuze duikvluchten én een stralend slot: hoe Xandra gewoon nog het goud greep
Of het nu aan het ijs lag, aan de spanning of aan een kier tussen schaats en ijzige vloer: zaterdag in Gdansk had het glinsterende metaal in grote bakken kunnen liggen voor Xandra Velzeboer en Jens van ’t Wout. Beiden gleden prompt onderuit – en daarmee vlogen hun kansen op de 1.000 meter én 500 meter respectievelijk in één wilde slag voorbij. Maar verder lezen mag: het verhaal kreeg namelijk nog een glansrijk staartje.
Tikkie én oeps: Xandra kiezelt haar 1.000 meter-reeks
In de halve finale van de 1.000 meter zat Xandra (24) strak op de tweede plek, tot haar voorijzer Florence Brunel’s hiel raakte. Even later lag ze languit op het ijs. “Het is gewoon echt wel klote eigenlijk,” siste ze achteraf. “Ik voelde me top, fris en had alles onder controle.” Haar persoonlijke conclusie? Volgende keer net iets meer zuurstof nemen naar de hoek.
Jens duikt dezelfde kant op
Eén rinkelende valpartij later lag ook Jens van ’t Wout kort overdwars in de 500 meter-kwartfinale; nipte tweede positie, vrij valticket naar huis. Broer Melle hield nog even stand, maar eindigde net buiten de boot. Hoofdact William Dandjinou? Die reed als een FIFA-speler met alle cheats aan en strooide met winst in beide 500 én 1.500 meter.
Plotwending: dames-ploeg redt de dag
Gelukkig had de aflossing nog een gouden joker in huis. Met zussen Xandra en Michelle Velzeboer, Diede van Oorschot en Selma Poutsma vormde Oranje een rood-wit-blauw blok aan kop. Geen noemer kreeg de Italianen door de verdediging; alle tegenstanders bleven klem aan de buitenkant. De klok tikte, Nederland finishte. Goud!
