Van pannen naar hulpverlening: hoe twee kokken ook als brandweerman samenspannen
Stel je voor: je staat middenin de drukste service van de avond, pannen sissen, de gasten wachten op hun gerechten – en dan gaat ineens de pieper af. Maar voor Wouter Leurs (44) en Brian Achten (23) uit Vierlingsbeek is dat geen ramp. Integendeel: het hoort gewoon bij hun dagelijkse realiteit. Want naast hun werk in de keuken van restaurant en B&B De Vier Linden, zijn ze ook actief als vrijwillige brandweerlieden.
Het begon allemaal tien jaar geleden, toen Brian – nog maar dertien jaar oud – een bijbaantje zocht. Zijn zus werkte al in het pand, dus hij durfde te vragen of er ook iets voor hem was. Eerst klusjes in de B&B, daarna werd hij ingezet in de afwas. Maar al snel trok de keuken hem meer en meer. “Daar begon het eigenlijk”, zegt Brian. “Eerst alleen de borden schoonmaken, maar al snel kreeg ik toestemming om nagerechten te maken.”
Nu, vier jaar na zijn afstuderen aan de koksschool, is hij de rechterhand van chef-kok Wouter. Samen staan ze elke dag achter de pannen, met een goed ritme en veel plezier. “We hebben het over van alles”, lacht Wouter. “Voetbal, het leven, gekke situaties. En ja, we zijn allebei fan van Feyenoord – dat helpt!”
Maar er is nog een ander onderwerp dat vaak ter sprake komt: de brandweer. Want Wouter is al zeventien jaar lid van de lokale vrijwillige brandweer. Regelmatig moest hij tijdens het koken plots vertrekken als de melding binnenkwam. Brian zag dat gebeuren, en vond het er best wel stoer uitzien. “Ik dacht: waarom zou ik dat niet ook doen?” Twee jaar geleden begon hij daarom met de opleiding – en sindsdien is de brandweer ook zijn tweede roeping.
Tegenwoordig liggen er tussen de keukengerei ook twee piepers klaar. Gaat er een melding binnen, dan kijkt één van beiden snel wat er speelt. “Als het rustig is in de zaak, kunnen we gaan”, legt Wouter uit. “Maar als we vol zitten met gasten, moeten we even nadenken. Wat is op dat moment het belangrijkst?”
“Bij een serieuze oproep proberen we altijd te gaan”, voegt Brian toe. “Dan schalen we het diner wat terug. Twintig gangen worden er gewoon acht – grapje, hoor!”
En als ze besluiten te gaan, dan gaat het razendsnel. “Binnen tien seconden weten we wat de bedoeling is”, vertelt Brian. “We kijken elkaar aan, en het is duidelijk. Dan trekken we ons brandweerpak aan en zitten we binnen een paar minuten in de wagen.”
Onder het vuurwapen verdwijnt de koksjas, maar de band blijft zichtbaar. “We kennen elkaars sterke en zwakke kanten”, zegt Wouter. “En als het even lastig is, staan we voor elkaar klaar. Dat geldt zowel in de keuken als bij een brandmelding.”
Inmiddels hebben ze niet alleen een goed werkritme, maar ook een stevige vriendschap opgebouwd. “We delen echt alles”, sluit Brian af. “De leuke momenten, maar ook de zware. En dat waardeer ik enorm.”
Carnavalsbandje tegen ABBA: Wie mag er eigenlijk lachen met een melodie?
Er hangt spanning in de lucht – en nee, het is niet alleen de typische carnavalsfeestvreugde. De Ossenaren van De Kapotte Kachels zitten midden in een juridisch gevecht met niemand minder dan ABBA (of nou ja, hun rechthebbenden) over hun superpopulaire nummer Dikke Pens. En ja, je leest het goed: een groep Brabantse feestvogels staat op gespannen voet met een wereldberoemde popgroep uit Zweden. Het begint allemaal met een knipoog… maar eindigt misschien in de rechtbank.
Een crowdfundingsactie voor carnaval op leven of dood
Om deze juridische strijd te kunnen aangaan, moesten de drie heren van De Kapotte Kachels én hun medewerker Rene van Rooij wat creatief zijn – ook financieel. Ze lanceerden een crowdfundingsactie die gisteren precies op tijd afliep: de elfde van de elfde. Ja, dé officiële start van het carnavalsseizoen. En het nieuws is goed: het streefbedrag van 25.000 euro is ruimschoots gehaald. Zelf hebben ze al 4000 euro bijgedragen.
Waarom zoveel geld? “Zo’n zaak aanspannen kost gewoon een bult”, schrijven ze op hun crowdfundingpagina, waar trouwens ook wordt gesproken over ‘Scandinavische sørkousen’ – want humor blijft belangrijk, zelfs als het serieus wordt. Volgens Jop Roeland, één van de kapotte kachels, is dit geen grapje. “We willen ons nummer terug.”
Ze benadrukken dat ze de melodie van ABBA’s klassieker slechts als inspiratie hebben gebruikt. Er is een volledig nieuwe carnavalslyriek opgezet, een originele act rond het lied gebouwd en het hele ding is doordrenkt van typisch Brabants carnavalsgedrag: overdrijving, satire en veel gekostumeerde gasten met een dikke pens.
Maar ABBA en Universal Music zien dat anders. Zij vonden dat Dikke Pens té veel op het origineel leek – en lieten het zonder pardon verwijderen van platforms als Spotify en YouTube. Plotseling. Geen waarschuwing, geen dialoog. Alleen stilte, na een hoop mailverkeer en telefoongesprekken die nergens toe leidden.
Parodie of plagiaat? Dat is hier de vraag
Gelukkig hadden de Brabanders een troef in hun mouw: advocaat Victor den Hollander, gespecialiseerd in muziekrecht. Zijn mening? Duidelijk: “Dit is een parodie. Er wordt humoristisch mee omgegaan. En bij humor mag juridisch gezien best wat.”
Hij stelt dat carnaval nu eenmaal draait om het uitdagen van grenzen, het belachelijk maken van normen – en dus ook van bekende artiesten. “Het beroep op plagiaat is volgens mij een inperking van de vrijheid van meningsuiting.”
Interessant detail: Den Hollander denkt dat de echte ABBA-leden mogelijk helemaal niet direct betrokken zijn. “Een stel zeventigers uit Zweden hoeft de carnavalsgrap niet te snappen. Maar om het verbieden? Dat is een stap te ver.” Volgens hem is het eerder hun uitgever of label dat actie heeft ondernomen.
En hij heeft een punt. In Nederland is de traditie van carnavalsparodieën sterk. Toch zijn er precedents. Zo moest het nummer Ladders Zat van Gullie en Lanterfantje in 2023 tijdelijk offline, omdat het platenlabel vond dat de associatie met alcohol niet paste bij de oorspronkelijke artiest. Uiteindelijk stond het lied weer online.
“Kijk,” zegt Den Hollander, “carnevalisten zijn slachtoffer van hun eigen succes. Dikke Pens werd eerder dit jaar nog uitgeroepen tot Brabantsecarnavalskrakervan 2025 door Omroep Brabant. Door die aandacht kwam het ook op het radarscherm van Universal.”
Geld verdienen aan een carnavalsliedje?
Natuurlijk verdient De Kapotte Kachels geld met optredens – daar twijfelt niemand aan. Maar hoeveel? “Ja tuurlijk, we verdienen wat,” geeft Roeland toe. “Maar het gaat niet om miljoenen. Het geld gaat terug naar de act: kostuums, techniek, een biertje na afloop of de taxi naar het volgende optreden.”
En de streams? “Een miljoen streams klinkt mooi, maar levert maximaal een paar duizend euro op,” zegt Den Hollander. “En dat bedrag hebben we aangeboden aan ABBA. Want we willen eerlijk zijn.” Bovendien: carnavalsmuziek draait maar een paar weken per jaar.
Toch is het vervelend dat zo’n grote hit offline is. “Het is jammer dat fans het nummer niet meer kunnen terugluisteren,” zegt de advocaat. “En dat het wegvalt uit hun optredens.”
Wat nu? Rechtbank of geen rechtbank?
De zaak zal niet via een snelle voorzieningenprocedure gaan, maar via een volwaardige bodemprocedure. “We willen een definitieve uitspraak,” zegt Den Hollander. “Het is een principiële zaak. Anders mag straks niemand nog een parodie maken.”
Of ze winnen? “We hebben er vertrouwen in. Maar we zijn ook voorbereid op verlies.” Daarom is die 25.000 euro nodig – “zodat niemand aan de bedelstaf komt te zitten als we de kosten van de tegenpartij moeten betalen.”
Wanneer de zaak daadwerkelijk voor de rechter komt, is nog onduidelijk. De dagvaarding is nog niet betekend, en dus weten ze nog niet eens in welke Nederlandse rechtbank het spelletje zal beginnen.
En kan het nummer dan nog op tijd terug voor carnaval in februari? “Geen idee,” zegt Roeland. “Ik wil er nu even niet over nadenken. Volgens ABBA is het inbreuk, dus zingen in zalen zou ook niet mogen. Maar hé… het wordt sowieso feest.”
Universal Music Zweden en Universal Music Group (Nederland) zijn benaderd voor commentaar, maar hebben nog niet gereageerd.
Smit cool blijft bij vergelijking met Pedri: “Nu moet ik het gaan laten zien”
Als je pas 19 bent en uit Heiloo komt, dan verwacht je niet bepaald dat de bondscoach van Oranje jou vergelijkt met één van de beste middenvelders ter wereld. Maar ja, Kees Smit kent dat gevoel inmiddels wel. Gisteren schoot Ronald Koeman in een glimlach tijdens zijn persconferentie toen Smit ter sprake kwam. “Ik heb ooit Pedri gezien bij Barcelona,” zei hij, “en bij Smit zie ik dingen die me daaraan doen denken.” En hoewel het maar een zinnetje was, viel het zwaar mee bij de jonge AZ’er.
Koeman noemde hem knap op jonge leeftijd en liet weten dat Smit zeker op zijn radar staat. Toch blijft Smit keihard nuchter onder al die lof. Hij meldde zich deze week gewoon weer rustig bij Jong Oranje en doet wat hij altijd doet: voetballen. “Het raakt me niet echt,” zegt hij. “Maar ik snap best dat mensen die vergelijking misschien gek vinden. Had ik niet zien aankomen, eerlijk gezegd. Maar leuk om te horen, natuurlijk.”
De afgelopen twaalf maanden is het hard gegaan voor Smit. Nog geen jaar geleden speelde hij regelmatig bij AZ onder 19, nu is hij een vaste waarde in het eerste elftal. En laatst nog was hij de grote man bij Oranje onder 19, dat Europees kampioen werd. Daarbij werd hij zelfs verkozen tot beste speler van het toernooi. “Bij AZ wist ik wel dat ik kans had om door te stoten,” vertelt hij. “Ik dacht wel dat ik dat kon. Maar dat het nu zo snel zou gaan en dat er ineens zoveel aandacht is… dat had ik niet verwacht.”
Dat de bondscoach over je praat, voelt natuurlijk toch anders. “Dan denk je: hey, misschien zit ik er wel dichtbij,” geeft Smit toe. “Maar ik ga niet beweren dat ik al klaar ben voor het grote Oranje. Nu is het aan mij om te laten zien of ik het ook echt kan.”
Wanneer hij wordt gevraagd wie zijn voetbalspeelmodellen zijn, heeft hij een duidelijk antwoord. “Vroeger was het altijd Kevin De Bruyne. Nu kijk ik meer naar spelers als Pedri of Frenkie (de Jong). Ik ben fan van Barça, dus dat soort middenvelders vind ik gewoon mooi spelen.” Toch wil hij zichzelf niet zo snel de ‘nieuwe Pedri’ noemen. “Dat moeten anderen maar beoordelen. Ik vind hem echt top, dus eigenlijk zou ik zeggen van nee. Maar als anderen dat zeggen… dan is het mooi om te horen.”
Drie effectieve, maar superdure medicijnen niet vergoed: minister zegt nee vanwege prijs
Er zijn drie medicijnen die wel degelijk werken, maar die je helaas niet vergoed krijgt via het basispakket zorg. En dat is puur vanwege de schrikbarend hoge prijs. We hebben het over bedragen tussen de 100.000 en maar liefst 900.000 euro per patiënt per jaar. Ja, je leest dat goed: bijna een miljoen.
Minister Bruijn heeft in een brief aan de Tweede Kamer duidelijk gemaakt dat hij er moeite mee heeft deze middelen af te wijzen. Hij erkent dat het hard aankomt op patiënten, hun families en zorgverleners die hun hoop hadden gevestigd op deze behandelingen. “Het valt mij zwaar dat ik deze geneesmiddelen op dit moment niet kan opnemen,” schrijft hij. “Ik snap hoe teleurstellend dit is.”
Maar ondanks de hoop en de werking van de medicijnen ziet Bruijn geen verhouding tussen wat patiënten erdoor winnen – zoals een langere levensduur of betere kwaliteit van leven – en wat farmaceutische bedrijven ervoor vragen. Het Zorginstituut heeft onderzoek gedaan en concludeert dat de gezondheidswinst gewoon niet opweegt tegen de kosten.
De minister benadrukt dat de hoge prijzen de solidariteit in ons zorgstelsel onder druk zetten. Ook al wordt er een vertrouwelijke prijs genoemd door de leveranciers, volgens Bruijn blijft die veel te hoog. “Het komt gewoon niet in de buurt van wat betaalbaar is,” zegt hij.
Hij stelt dat die miljoenen beter kunnen worden ingezet in andere zorg waar we meer gezondheidswinst voor terugkrijgen. “Dat deel van het zorgbudget kunnen we maar één keer uitgeven,” benadrukt hij. Er is dus geen ruimte om zoveel geld uit te geven aan drie medicijnen, ook al helpen ze mensen.
Toch is het laatste woord niet gezegd. Als de fabrikanten later de prijzen verlagen, kan er opnieuw worden gekeken of de medicijnen alsnog in het basispakket komen.
Meer dan 2000 jaar cel tegen ex-burgemeester Istanbul: politiek spel of gerechtigheid?
De Turkse openbaar aanklager heeft een flinke strafeis gegeven in het proces tegen de voormalige burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoglu. We hebben het over maar liefst 2430 jaar cel. Ja, je leest het goed: ruim twee millennia. Het gaat om één van de zwaarste eisen die je tegen een politicus kunt indienen – en dat terwijl er al sprake is van 142 verschillende aanklachten.
Imamoglu, een populaire oppositiefiguur en grote rivaal van president Erdogan, werd acht maanden geleden gearresteerd en vervolgens uit zijn functie als burgemeester gezet. Sindsdien zit hij vast in voorlopige hechtenis. De beschuldigingen? Van alles: oprichten van een criminele organisatie, omkoping, fraude, afpersing én witwassen. Samen zouden deze activiteiten de staat de afgelopen tien jaar zo’n 3,25 miljard euro hebben gekost.
Maar Imamoglu laat zich niet snel ontmoedigen. Hij ontkent alles glashard en noemt het proces puur politiek gemotiveerd. Zijn advocaten vinden de aanklachten volledig uit de lucht gegrepen en hopen op vrijspraak. Volgens hen is er geen sprake van recht, maar van represaille.
Er wordt beweerd dat zakenlieden via een geheime fonds binnen de gemeente onder druk werden gezet om steekpenningen te betalen. Het bewijs zou komen van onderzoek door het financieel crimineel onderzoeksbureau Masak, expertsanalyses, digitale sporen en zelfs videobeelden. Daarnaast zouden persoonsgegevens van Istanboelse inwoners zijn gebruikt om geld uit het buitenland binnen te halen.
De aanklacht is gigantisch: meer dan 3500 pagina’s lang, met maar liefst 402 verdachten genoemd. Toch blijft de verdediging hardnekkig: dit is geen zaak van corruptie, maar van machtsmisbruik. Zowel Imamoglu zelf als zijn partij, de CHP (Republikeinse Volkspartij), noemt de beschuldigingen “onzin” en “beschamend”. Ze denken dat het doel duidelijk is: voorkomen dat hij ooit president wordt.
Critici zien hierin een patroon. Sinds de CHP bij recente verkiezingen als winnaar uit de bus kwam – wat veel als een teken werd gezien dat de jarenlange regering van Erdogan mogelijk ten einde loopt – zijn honderden CHP-leden opgepakt. Ook 17 andere burgemeesters van de partij zijn inmiddels gearresteerd. De arrestatie van Imamoglu leidde zelfs tot massale protesten in Turkije, de grootste in tien jaar tijd.
De Turkse regering wuift de kritiek weg. Ze benadrukken dat de rechterlijke macht onafhankelijk is en dat het proces niets met politiek te maken heeft. Maar zowel de oppositie als internationale mensenrechtenorganisaties geloven er niets van. Voor hen is dit duidelijk een poging om de grootste oppositiepartij het zwijgen op te leggen.
In kiel naar het altaar: liefde op de Elfde van de Elfde
Het is weer die ene dag van het jaar waarop Brabant in het oranje-paars-witte geel kleurt: carnaval begint écht pas op 11-11 om 11:11 uur. Maar voor sommige stellen is die datum niet alleen een feestelijke start van het vrolijke seizoen – het is ook dé dag dat ze ‘ja’ zeiden tegen de liefde.
Terwijl de confetti nog door de lucht dwarrelt en het bekende Oeteldonkse volkslied uit de speakers dreunt, slaan Daan en Britt hun armen om elkaar heen. Op precies het moment dat tienduizenden mensen in Den Bosch aftellen naar het begin van carnaval, wisselen zij hun trouwringen uit. En hoewel ze al officieel getrouwd zijn gegaan bij het stadhuis, voelt dit moment op de Parade als het echte altaar.
“Vanaf nu is 11-11 niet alleen carnaval, maar ook ónze dag”, zeggen ze lachend. De glinsterende zilveren ringen schitteren tussen de vallende papierstrips, terwijl vrienden juichen en zelfs vreemden meeklappen. “Het heeft zo moeten zijn”, fluistert Britt met tranen in haar ogen. Daan straalt: “Carnaval was altijd al magisch. Maar nu ook nog trouwen? Beter kan het niet.”
Al jaren vieren de twee samen de Elfde van de Elfde, dus de keuze voor deze datum lag voor de hand. Geen chique jurken of pakken – nee, gewoon in kiel, zoals het in Oeteldonk hoort. “Dat gedoe met sluier en strikje is niks voor ons”, zegt Daan.
Langs de kant staat één van de vaders ontroerd toe te kijken. Tranen rolden over zijn wangen, ondanks dat hij normaal gesproken niet zo’n fan is van carnaval. “Ik heb m’n dochter goed afgegeven”, zegt hij met een brok in zijn keel. “Ik ben zo trots. Dit vergeet ik nooit.”
En zij zijn niet de enigen die gek zijn op een carnavalsbruiloft. Ook Niels (28) en Luna (24) uit Helvoirt kozen een jaar geleden precies voor deze speciale datum. Hun bruiloft was net zo feestelijk als de omgeving waarin het plaatsvond.
“Eigenlijk wilden we op 20 juni trouwen”, vertelt Niels. “Maar toen kwam de zwangerschap erbij. Dus dachten we: dan doen we het eerder. En wat is nou mooier dan 11 november?”
Twee maanden hadden ze de tijd om alles te regelen – geen probleem, want carnaval staat bij hen centraal in het jaar. “We zijn er helemaal gek op”, zegt Niels, die zelf zit in de Raad van Elf van Helvoirt. “Elk feest eromheen? Wij zijn erbij.”
Ze trouwden allebei in kiel. De ceremonie was traditioneel: Niels werd weggegeven door zijn moeder, Luna door haar vader – die zich had verkleed als Shrek. “Die moest ik eerst even vinden, compleet met groene schmink en masker”, grapt Niels. Het ja-woord gaven ze exact om 11:11 uur. “Dat was een must.”
Daarna ging het stel de stad in. Luna was toen al flink verzwangerd – hun kindje werd een maand later geboren. Toch lieten ze het feest niet schieten. “Je viert 11-11 niet een uurtje. Je doet het goed”, zegt Niels.
Vandaag, precies een jaar later, vieren ze hun eerste jubileum. “Heel Oeteldonk viert eigenlijk met ons mee”, zegt Niels trots. “We doen niks speciaals. Gewoon carnaval vieren. Dat is al bijzonder genoeg.”
