Oeps: FC Volendams veld blijkt 100 centimeter te klein voor de KNVB
Tjonge, wat een domper net voor de eredivisiestart. De KNVB heeft het gloednieuwe natuurgrasveld van FC Volendam de rode kaart gegeven. Waarom? Nou, op de rolmaat komt de lengte van achterlijn tot achterlijn niet op de verplichte 105 meter uit, maar op 104. Een flinke centimeter mis dus.
FC Volendam wijst meteen naar de aannemer. Die mocht dit seizoen de oude kunstgrasmat inruilen voor echt gras – een eis van de voetbalbond sinds komend seizoen alle clubs op natuurgras moeten spelen. De nieuwe mat ligt er netjes bij, maar helaas een beetje te krap.
1,2 miljoen euro kostte die operatie, waarvan de KNVB 350.000 euro bijlegde. Best even slikken dus dat nu een meter ontbreekt.
Eerste thuiswedstrijd gaat toch gewoon door
Goed nieuws: het seizoensoffensief tegen AZ op 17 augustus is nog steeds veilig. Uitputtend overleg heeft uitgewezen dat er 50 centimeter kunstgras aan elke achterlijn kan worden aangezet. Het gras zelf krijgt dus geen utopische groeispurt: er komt simpelweg een rand graszoden – twee keer een halve meter – bij.
Ook promovendus Telstar werkt nog stevig aan een nieuw natuurgrasveld; daar ligt het stadion momenteel nog “een bouwput”. Bij beide clubs heerst vertrouwen dat alles op tijd piekfijn is voor de eerste speelronde.
Van kermiskraam tot World Games: Jan en Gisela leven voor touwtrekken
Als kind ging Jan Bartels (60) voor een paar biertjes het tuktuk-spel op de kermis van Zegge spelen. Dertig jaar later staat hij met z’n vriendin Gisela Kooremans in een zweetdoordrenkte Chinese stadionhal te wachten op het startsignaal van The World Games. “Toen nog voor de gezelligheid, nu trainen we drie keer per week alsof ons leven ervan afhangt.”
Geen fanatiekelingen van de sportschool
De beste Nederlandse touwtrekkers zitten niet in de fitnesstudio tussen de spiegelwanden. Jan, ruim 90 kilo en met negen vingers vol eelt, lacht hard: “Sportschoolhelden zijn vaak megasterk, maar geven na twee minuten op. Touwtrekken is geen krachttoning, het is een sluwe mix van tactiek en een ijzeren conditie. Pas na drie jaar training weet je echt hoe diep je kunt gaan zonder het touw te laten vallen.”
Zijn team telt acht mannen die samen nog geen 640 kilo mogen wegen – een puzzel waarbij elke gram telt. Jan is met z’n zestig lentes de nestor, maar loopt nog steeds als eerste naar buiten met het zware touw.
“Handschoen mag niet, maar een beetje hars mag wel”
Tijdens de zware training in Borculo klinkt een laag gegrunt. De handen van Gisela en Jan doen pijn: geen vingershandschoentje, geen extra grip – alleen ruwe hars mag de schaafplekken net iets verkoelen. Blozende voorhoofden, oerkreten en zweet dat in de zoldering van de sporthangar plakt – opgeven bestaat niet.
“Soms laat ik gewoon een laag eelt verwijderen,” zegt Jan terwijl hij zijn verweerde handpalmen laat zien. “Anders krijg ik geen touw meer vast.”
Gisela’s gouden droom
Gisela – 57 jaar en precies 57 kilo – heeft al eens het allerhoogste podium gehaald. De World Games in Chengdu zijn haar volgende mikpunt. “Ik heb 33 jaar touwtrekervaring in m’n benen, armen én kop,” grinnikt ze. “We trainen buiten, spelen met modder en sneeuw en drinken daarna een welverdiend whisky’tje. Ik snak naar een nieuw gouden moment.”
Ze komt uit in de mixed groep tot 580 kilo, waarin jong en oud samen strijden om een paar meter touw.
De (on)bekende teamsport
Touwtrekken kent keiharde regels: niet gaan zitten, niet overpakken, touw niet om je lijf draaien. Wedstrijden van twintig minuten komen voor; tegen die tijd ben je kapot. Toch krijgt de sport amper aandacht – iets waar Gisela met af en toe een sérieus papiertje mee stunt om fans te werven.
Tot die tijd stappen ze drie keer per week in de auto richting Borculo of Woudenberg, en trainen alsof de kermis nooit bestaan heeft. Want touwtrekken? Dat leef je, dat bloed je, dat adem je. En soms gaat het om iets simpels: een dik stuk touw en twee mensen die geen seconde willen loslaten.
PSV straks nog véél sterker? ‘Luxeprobleem’ voor Bosz voor aftrap tegen Sparta
Zaterdagavond gooit PSV het roer om 21:00u om voor het allereerst dit seizoen de Eredivisie open: tegen Sparta in eigen huis – precies de club die vorig jaar de titel in Eindhoven bezorgde. Trainer Peter Bosz glundert vooruit: “We zitten lekker op koers na de bekerwinst van vorige week, maar goed, we moeten nog wel stappen maken op fitheid én op ons spel.”
Een fitte groep en heel wat vraagtekens
Vrijwel iedereen traint mee, maar Bosz spreekt vooral in kanttekeningen: “Achter sommige namen staat nog een vraagteken.” Een voorbeeld is Esmir Bajraktarevic, die geen garantie is om te starten. De grootste dilemma-tweetal? In de punt: Amerikaanse spits Ricardo Pepi of Frans jeugdvoetbalgastheer Alassane Pléa. “Fijn dat ik die beslissing moet maken, hoor,” grijnst Bosz. “Luxeprobleem, maar ik neem die luxe elke dag met plezier.”
Dennis Man op komst?
Een extra luxe: een mogelijke nieuwkomer. PSV en Dennis Man (Parma) praten al even, zegt Bosz. “Klopt dat we iemand zoeken voor de plek van Bakayoko (hij vertrok naar RB Leipzig), en hij moet wél beter zijn dan wat we nu al hebben. Maar over Man wil ik nog niks hards zeggen; eerst de hand schudden en samen op de velden staan.”
Tijdelijk afscheid van twee jonge krachten
Tygo Land en Isaac Babadi gaan – denkt Bosz – op huurbasis het Eredivisie-avontuur zoeken. “Ze moeten spelen, geen twijfel. Geen zin om ze aanvliegtuigverlof te geven op Keuken Kampioen Divisie-niveau. Gewoon minuten in het hoogste schap.”
Transfercarrousel? Liever klaar op 30 juni
De trainer zucht kort en open over het rommelige transferwindow dat pas op 2 september om 23:59u sluit. “Eerlijk? Liefst ligt de kern gewoon vast op 30 juni. Kopen, verkopen, klaar. Hoe het bij Ajax en Feyenoord er voor staat? Geen idee, er kan nog van alles gebeuren.” Ondertussen babbelen clubbestuurders ook aan de zijlijn met Bosz zelf: een gesprek over langer blijven dient zich aan. “Ik sta er zeker open voor. Ik voel me helemaal thuis hier.”
Klik vereeuwigd? Nog niet.
Oudgedienden zijn vertrokken en jonkies stromen binnen. Bosz waarschuwt: “We zijn een betere ploeg dan Sparta – op papier dan. Als we ons werk niet afmaken, zegt dat niks. Deze groep moet nog wennen. Chemie bouw je niet in één week, maar in een heel seizoen.”
Mboko doet het onmogelijke: WTA-crowdpleaser in eigen land
Wat een week was dit! Victoria Mboko sloot vannacht het WTA-toernooi in Montreal af met haar allereerste zege. De 18-jarige schakelde in een spannende finale Naomi Osaka met 2-6, 6-4, 6-1 uit.
De weg naar de finale
Mboko begon het toernooi met een wildcard en liet daarna topspeelsters als Coco Gauff, Jessica Bouza en Jelena Rybakina achter zich. Haar reactie na de laatste match? Op de grond vallen, uitroepen en meteen de tribune op om met haar team te juichen.
Met polsblessure en 13 dubbele fouten
Na eerdere problemen aan haar pols leek het even niet te lukken, zeker toen ook nog eens 13 dubbele fouten in de partij vielen en Osaka de eerste set binnenhandde. De voormalige nummer één van de wereld stond voor het eerst sinds juli 2023 weer in een finale, na de geboorte van haar dochter.
Publiek op tilt
Het publiek ging volledig op in het spanningsmoment. Na 13 servicebreaks schreeuwde men zo hard dat de umpire tijdens punten meermaals om stilte vroeg. “Montreal, ik hou van jullie”, zei een emotionele Mboko later.
Historische lijst
Ze is de eerste Canadese die sinds 1969 en 2019 haar ‘thuistoernooi’ wint. Maria Sharapova (2011) en Bianca Andreescu (2019) waren de enige wild card-winnaars van een WTA 1000-toernooi tot vannacht.
Als gevolg schiet Mboko door van plaats 85 naar 25 op de wereldranglijst. Osaka werd na afloop wel toegejuicht, maar ook uitgefloten. Ze sprak geen woord tegen Mboko en gaf geen persinterview.
Justin Hubner (21) is in Indonesië een superster met eigen parfum – “Voel me net Ronaldo”
Van Den Bosch tot Insta-hit met 3,8 miljoen volgers
Stiekem is hij nog steeds de jongen uit Den Bosch die gewoon van voetbal houdt, maar op Instagram checkt maar liefst 3,8 miljoen mensen wat hij doet. Die volgers komen niet alleen vanuit Nederland. Veelal zijn het Indonesische fans die helemaal uit hun dak gaan als Justin Hubner in beeld verschijnt. Sinds hij zijn debuut maakte voor Indonesië vroeg in 2024, is zijn leven niet meer hetzelfde.
“Ik kan daar niet normaal over straat,” vertelt hij met een glimlach. “Je hoort mensen gillen en huilen omdat ze met je op de foto willen. Dan denk ik: wauw, dit is echt mijn leven nu.”
Parfum, modedeals en jetsetfoto’s
Zijn tijdlijn lijkt weggelopen uit Hollywood: dure kleding, flashy partijen én een eigen parfumlijn. Het gebeuren begon met een paar samenwerkingen met modemerken, maar groeide al snel uit tot een mini-imperium. Al die luxe is leuk, vindt Justin, maar hij beseft ook dat het om zijn voetbalstatus draait. “Zonder de bal aan mijn voeten gebeurt dit allemaal niet,” zegt hij nuchter.
De keerzijde van roem: doodsbedreigingen en online haat
Tussen al die likes en duimpjes omhoog schuilen de nodige nare berichten. “Ik krijg regelmatig doodsbedreigingen,” deelt hij open. “Het is niet normaal wat mensen durven te zeggen, maar ik probeer me te focussen op de positieve reacties.” Gelukkig overtreft het vrolijke Indonesische publiek de negativiteit ruimschoots.
Een ster in Azië, een onbekende in Europa
In heel Europa heeft Justin nog weinig naam. Geen eredivisie-minuten, geen grootschalige mediabelangstelling. Op z’n zestiende vertrok hij naar de jeugd van Wolverhampton, maar de Premier League bleek een brug te ver. Via een omweg belandde hij bij Cerezo Osaka in Japan, waar hij toch wat wedstrijden mocht spelen, meestal als invaller. Nu is Fortuna Sittard zijn nieuwe stap. “In Europa moet ik alsnog laten zien wie ik ben. Geen foto’s of parfums, maar prestaties op het veld tellen.”
Vol gas bij Fortuna
Dat Hubner deze zomer in Limburg werd binnengehaald, was niet zomaar een gok. Hij hoopt zo veel mogelijk minuten te pakken om eindelijk door te breken. “Ik wil voetballen, dat is waar ik van houd. De rest is mooi meegenomen, maar hier gaat het om bewijzen in Nederland.”
